Ik weet niet wat het woord ‘collega’ bij jou oproept. Ik weet wel dat dit woord een heleboel kan oproepen én heel weinig. Misschien heb je geen collega’s of al lang geen collega’s meer. Voor sommigen zijn collega’s de belangrijkste naasten, om het met een Bijbelse term te zeggen. Voor anderen zijn collega’s om het met een andere Bijbelse term te zeggen ‘de hel’. Je kunt het treffen met collega’s en je kunt het niet treffen. Sommigen zien hun collega’s de meeste dagen in de week langer dan hun partner of hun kinderen, anderen zien hun collega’s vrijwel nooit. Wat doet het woord ‘collega’ met jou?
Het woord collega komt uit het Latijn. Het betekent ’samen gezonden’ en werd gebruikt voor bestuurders die samen werd aangesteld om een bepaalde bestuurlijke taak uit te voeren. Je werd bijvoorbeeld naar een bepaalde stad of een gebied gezonden om die stad of dat gebied te besturen. En dan ging je niet alleen, maar met een ander die dezelfde opdracht had gekregen. Je kon elkaar dan helpen en vervangen. En degene die je stuurde had dan ook meteen wat meer zicht op wat jij deed. Dus ook toen zat er al iets dubbels in het woord collega: hulp en controle, samenwerken en concurreren. Sinds de 17e eeuw wordt het woord collega in het Nederlands gebruikt.
Volgens Van Dale is een collega ‘iemand die werkt in hetzelfde beroep, in hetzelfde bedrijf’. En dat is dus een heel eenvoudige definitie. Wat een collega is en wie een collega is, is vrij makkelijk te zeggen. Maar daarmee zijn we er nog niet. Net zoals het niet moeilijk is om vast te stellen wie je familie is, maar wel om vast te stellen wat familie voor je betekent, is het nog niet zo makkelijk om te zeggen wat collega’s betekenen.
Je kunt het natuurlijk heel simpel houden door te zeggen: een collega is iemand met wie ik samenwerk of iemand die hetzelfde werk doet als ik en daarmee klaar. Dat kan. Maar bijna iedereen die met collega’s samenwerkt of heeft samengewerkt, weet dat het de samenwerking veel makkelijker maakt als je een beetje een idee hebt wie die ander is, wat er in zijn of haar leven speelt, wat zijn of haar geschiedenis is en wat zijn of haar overtuigingen zijn. Dat het dus handig is om af en toe naar elkaar te informeren, om zo nu en dan ook iets van jezelf te laten zien, om te investeren in de relatie.
Het laten samenwerken van mensen is een kunst op zich. Er is een heel leger aan trainers, sprekers, werkbegeleiders en coaches wat mensen, teams en leidinggevenden helpt om losse individuen te veranderen in betrokken en productieve collega’s. En hoog op de lijstjes met tips en tricks staat telkens: stel vragen en luister. Mensen werken beter samen als ze zich gehoord en gezien voelen. Door hun leidinggevende, maar zeker ook door hun collega’s.
Laten we eens kijken wat de Bijbel over collega’s zegt. Het woord collega komt niet voor in de Bijbel. Je moet dus een beetje creatief zijn. Afgelopen woensdag had ik mijn jaarlijkse uitje met twee vrienden met wie ik samen gestudeerd heb. Ook zij zijn predikant. We zijn dus vrienden en collega’s. Ik vertelde over mijn plan om over collega’s te preken en samen hebben we gebrainstormd over Bijbelteksten die daar bij zouden passen. Er zijn heel wat voorstellen voorbij gekomen… Maar ik heb gekozen voor de lezingen die we zojuist gehoord hebben.
Ik noem deze Schriftlezingen vensters op collegialiteit. Ik bedoel daarmee dat deze teksten misschien niet gaan over collega’s of iets dergelijks, maar dat we via die lezingen daar wel naar kunnen kijken. Laten we vanmorgen eens een blik werpen op werk door deze vensters, als uitnodiging om het ook eens zo te bekijken.
Eerst Genesis 2 maar. Je hoeft dus helemaal niet diep de Bijbel in om iets over werk te vinden. Want in het tweede hoofdstuk van de Bijbel gaat het volgens mij over werk. En de slimmeriken onder jullie gaan nu hun vinger opsteken en zeggen: ja, maar Adam en Eva kregen er toch ook geen geld voor. Ja, dat klopt, heel bijdehand. Er was in het paradijs inderdaad nog geen economie, en ook geen geld, dat klopt, en toch zeg ik: Adam deed werkte in het paradijs. ‘De HEER God bracht de mens dus in de tuin van Eden, om die te bewerken en er over te waken.’
Bewerken en bewaren. ‘Bewerken’ gaat over landbouw, het in cultuur brengen van de grond. Letterlijk betekent het zoiets als de aarde voor je laten werken. En ‘bewaken’ gaat over beschermen en in de gaten houden. Je zou kunnen denken aan het onderhouden van een tuin. Dus Adam was al in het paradijs landbouwer en tuinman. Hij moest er voor zorgen dat die tuin waar God hem in geplaatst had op orde bleef. Dat er niets binnenkwam wat er niet hoorde. Dat er op zijn tijd geploegd, gezaaid en geoogst werd. Dat er gesnoeid en opgeruimd werd. Adam was aan het werk in het paradijs.
Werk is dus iets wat bij de paradijselijke situatie hoort. Het was niet de bedoeling dat Adam in het paradijs een beetje ging lopen flierefluiten, nee, er wordt gewerkt. God heeft ons gemaakt met het oog op het werk dat gedaan moet worden. Werk is in zichzelf iets goeds, het hoort bij de goede schepping. Ja, als Adam en Eva uit het paradijs worden verdreven dan zegt God tegen Adam dat er gezwoegd en gezweet zal moeten worden en dat er allerlei onkruid op zijn akker zal gaan groeien. Maar werk zelf, dat was er ook al in die ideale situatie ‘in den beginne’. God plaatst Adam in de hof van Eden om die te bewerken en te bewaren. God geeft Adam werk.
En twee verzen later horen we God zeggen dat het niet goed is dat Adam, zijn werknemer, alleen is. Er moet een helper komen die bij hem past. Een ézèr kènègdow. Een hulpe tegenover, zeiden de Statenvertalers. En daar is helemaal niets antifeministisch aan. Het gaat hier niet om een hulpje voor de lastige klusjes of het minderwaardige werk. Het gaat erom dat Adam het niet alleen kan, hij heeft hulp nodig, echte hulp.
En die hulp is komt van iemand die een tegenover is. Daarmee wordt bedoeld dat Eva – laten we haar maar zo noemen – en Adam elkaar aanvullen. Dat ze precies genoeg hetzelfde zijn en precies genoeg verschillen om samen de klus te klaren. Ik waag daarom de stelling dat Adam en Eva niet als minnaars of geliefden werden geschapen, maar als collega’s, collega’s die elkaar aanvullen. Eva en Adam vormen een team van complementaire professionals. Wij denken bij zo’n paradijselijk toestand met twee blote mensen in een tuin misschien aan andere dingen, maar het gaat erom dat Adam en Eva samen de hof van Eden bewerken en bewaren.
Dat is het ene venster op werk en collega’s. Nu het tweede venster. De woorden van Paulus uit zijn brief aan de Efeziërs. Paulus heeft in het eerste deel van die brief opgeschreven wat het evangelie is. God zorgt ervoor dat zijn nieuw wereld er komt. Hij heeft een begin gemaakt door zijn zoon Jezus uit de dood te laten opstaan. En door Hem te laten opstaan heeft God Hem aangesteld als degene die de wereld regeert. Jezus Christus, de Opgestane, heeft het voor het zeggen. De gemeente weet dat en leeft daarnaar.
En daarover schrijft Paulus dus in het tweede deel van zijn brief. Hoe zullen we leven als we weten dat Jezus Christus regeert en dat wij op weg zijn naar Gods nieuwe wereld waar alles Jezus zal gehoorzamen? En dan schrijft Paulus eerst aan de gemeente, dat zij leeft in het licht en dus alle duistere praktijken nalaat. En vervolgens richt Paulus zich dan tot vrouwen en mannen en daarna tot kinderen en ouders. En wij lazen het laatste stukje waarin Paulus zich richt tot slaven en meesters.
Nu moeten we even heel precies zijn als het woord slaven en slavernij valt. Ik ben een witte Westerse man en ik ga iets zeggen over slavernij. Laat ik beginnen met zeggen dat de slavenhandel die onderdeel is van ons koloniale verleden zonde was, net zoals de gevolgen ervan in de vorm van racisme en ongelijkheid.
De slavernij waar we het over moeten hebben in verband met de woorden van Paulus is volgens mij over een andere vorm van slavernij. In wat ik gelezen heb over slavernij in het Romeinse Rijk kom ik niet de mensonterende toestanden tegen die in het koloniale verleden gebruikelijk waren. Slaven hadden in het oude Rome niet veel rechten, maar ook weer geen rechten.
Er zijn trouwens nog steeds mensen die slavenwerk doen. Ook in ons land. De manier waarop pakketbezorgers, zeevarenden, havenarbeiders en seizoensarbeiders in de landbouw worden gebruikt om onze behoefte aan snelle bezorging, goedkope spullen en goedkoop voedsel kun je volgens mij gewoon slavernij noemen. En er is uitgerekend dat er voor de Nederlandse economie in 2023 13,8 miljoen niet-westerse arbeiders aan het werk zijn in slaafse omstandigheden. Met name onze in het buitenland geproduceerde kleding en voedingsmiddelen zijn nog lang niet slaafvrij.
Maar waar ik naar toe wil is dat we Paulus’ woorden tot die slaven en meesters kunnen toepassen op onze arbeidsverhoudingen. Paulus’ woorden hebben ons allemaal iets te zeggen, waar we ook staan op de maatschappelijke ladder. We hebben allemaal mensen boven ons die het beter hebben en we hebben allemaal mensen onder ons die het minder hebben. In die zin verandert er eigenlijk nooit wat.
Wat Paulus zegt is: doe je werk, doe wat je moet doen, want op die manier lijk je op Jezus Christus, die ook deed wat Hij van God moest doen. Kijk, dat geeft nog eens een heel ander perspectief op wat je te doen hebt. En het geeft ook een heel andere kijk op wat je doen moet. Gehoorzamen heeft misschien niet zo’n geweldige aantrekkingskracht op ons, maar Paulus zegt: bekijk het eens als kans om dichterbij Jezus te komen.
En Paulus zegt ook: jullie hebben allen dezelfde Heer, dus die verschillen tussen jullie zijn maar relatief. En ook dat maakt dat je toch heel anders gaat kijken naar elkaar. Die hele maatschappelijke ladder wordt door Paulus in een keer onder onze voeten uitgetrokken en met een plof liggen we allemaal op dezelfde grond, op dezelfde aarde. En als we weer een beetje bij onze positieven zijn gekomen, ontdekken we dat we precies op ooghoogte met die ander zijn gekomen. En zo kijken we elkaar aan.
Paulus zegt niet: die slavernij moet nodig afgeschaft worden. Paulus weet dat het afschaffen van slavernij niet radicaal genoeg is. Het koninkrijk van God is niet het ene systeem inruilen voor het andere, het is het einde van al onze systemen, ook van onze economische systemen. Wat wij nodig hebben is geen verandering, maar een nieuwe wereld.
Hoe vertaal ik dit naar collega’s en werk? In het doen van je werk kun je lijken op Jezus. Het werk wat je doet heeft waarde omdat het verwijst naar het werk van Jezus Christus. Hij deed wat zijn Vader Hem opdroeg.
En je mag naar je collega’s kijken als mensen die zijn zoals jij omdat jullie allen dezelfde Heer hebben. Als alles van God is, dan jouw werk ook en dan jouw collega’s ook, je ondergeschikten ook, je leidinggevenden ook. Het besef dat alles door Jezus Christus van God is, tekent ook onze arbeidsverhoudingen.
Samenvattend, collega’s zijn collega’s, zo nuchter moet je zijn, mag je zijn. Zo nuchter is het christelijk geloof. Tegelijkertijd hoort werk bij de schepping en is samenwerken, elkaar helpen vanaf het begin de bedoeling. En volgens Paulus kunnen werk en collega’s ons ook dichterbij Gods nieuwe wereld die in Jezus begonnen is brengen.
Ik wens jullie allemaal een goede zomer, een fijne vakantie als je vakantie hebt en voor daarna: werkse!

Geef een reactie