Angry Young Men – Paulus I

Ik ben vandaag begonnen aan een serie preken over het leven van Paulus. Hieronder deel I, over Paulus’ afkomst en jonge jaren. We lazen Handelingen 7:52-8:3.

‘Saulus probeerde de gemeente te vernietigen door mannen en vrouwen met geweld uit hun huizen te sleuren en hen te laten opsluiten in de gevangenis.’ (Handelingen 8:3) Zo verschijnt de belangrijkste verkondiger van de christelijke boodschap op het toneel. Daarnet nog paste hij op de jassen tijdens de moord op Stefanus en nu is hij een actief vervolger van de gemeente, de ekklesia, de door Christus geroepen mannen en vrouwen in Jeruzalem. Hoe het leven van Paulus ook zal verlopen, het is vanaf het begin niet bepaald een heiligenleven, geen christelijke succes-story.

Het is opvallend dat Lucas, de schrijver van Handelingen, niet vertelt wie deze Saulus is. Zijn lezers weten allang over wie hij het heeft. Ze kennen deze Saulus. Het is de grote apostel Paulus die hier op het toneel komt. Hier heet hij nog Saulus. Over de verandering van zijn naam zullen we nog horen.

Ook wij kennen Paulus wel. Althans, de meesten hebben wel een idee. En velen hebben ook wel een gevoel bij Paulus. En dat gevoel is niet altijd positief. Paulus is niet erg populair, ook niet in de kerk. We vinden de geschriften van Paulus – het grootste deel van de brieven die samen met de evangeliën ons Nieuwe Testament vormen, zijn van hem – we vinden die geschriften moeilijk. Lastige lange zinnen, ontoegankelijke gedachtegangen en als we dan een keertje wel denken te begrijpen wat er staat, stuit het ons vaak weer tegen de borst. Vrouwonvriendelijk, homofoob, drammerig. Er zitten ook heel mooie en dierbare teksten bij, maar al met al zijn we bij Paulus toch altijd een beetje op onze hoede.

Misschien bent u ook wel geen fan van Paulus. En misschien dacht u er wel het uwe van toen ik aankondigde over Paulus te gaan preken.

Mijn ervaring is dat de sleutel die toegang geeft tot iemands ideeën meestal zijn of haar leven is. Vaak begrijp je wat iemand schrijft of zegt beter als je weet wie diegene is, wat hij of zij heeft meegemaakt, waar iemand vandaan komt. Dan kom je erachter dat het geen theorieën zijn die iemand erop nahoudt, maar dat er een stuk levenservaring en levenswijsheid achter schuil gaat.

En ik denk dat dat ook zo is als het gaat om Paulus. En dus staan we stil bij het leven van Paulus. En we beginnen bij het begin. Waar komt Paulus vandaan? Letterlijk en figuurlijk. Ieder mens heeft een geschiedenis. Wie waren je ouders? Waar woonden zij? Waren ze rijk of arm? Hoe was je contact met hen? Wat hebben ze je bewust en onbewust geleerd?

Lucas vertelt er niet over aan het begin van zijn boek Handelingen als Saulus ten tonele verschijnt. Pas tegen het eind, in hoofdstuk 22, komt Paulus afkomst ter sprake. In een toespraak in Jeruzalem zegt Paulus daar over zijn komaf: ‘Ik ben een Jood, geboren in Tarsus in Cilicië, maar opgegroeid in deze stad. Ik heb als leerling aan de voeten van Gamaliël gezeten en ben strikt volgens de voorschriften van de wet van onze voorouders opgevoed. […]’ (Handelingen 22:3)

Saulus’ vader was dus een jood. Een jood die woonde in Tarsus. Tarsus ligt in het zuidoosten van wat nu Turkije is. Een havenstad met alles wat daarbij hoort. Handel, hard werken, prostitutie. In Tarsus was een levendige joodse gemeenschap. Een gemeenschap die anders was. En die dat anders-zijn ook benadrukken wilde. Een gemeenschap die dus opviel in die smeltkroes van culturen.

Saulus’ vader was ook Romeins staatsburger. Hoe kan een jood ook Romein zijn? Pecunia non olet. Geld stinkt niet. Wie maar genoeg betaalde kon het staatsburgerschap verkrijgen. Dat was aantrekkelijk, want het bracht verschillende rechten met zich mee. We zullen daar nog meer over horen. Maar dat is voor later. Voor nu is belangrijk om te begrijpen dat het óók vreemd voelde om als jood Romeins staatsburger te worden. Is dat geen ontrouw aan de eigen afkomst? Je kunt toch geen twee heren dienen? Hoe kun je horen bij het volk van Israëls God en bij het volk van de keizer in Rome?

Saulus’ vader was waarschijnlijk tentenmaker. We lezen in Paulus’ brieven dat hij ook tentenmaker was en het is het meest logisch dat hij het vak van zijn vader leerde. Paulus behoorde dus bij de werkende klasse. Hij was geen slaaf, zoals ongeveer de helft van de bevolking destijds was. Hij hoorde ook niet bij de elite. Hij hoorde bij de mensen die met eerlijke arbeid hun brood verdienden. Hij was daar ook trots op.

We weten uit andere bronnen dan de Bijbel dat Saulus waarschijnlijk familie in Jeruzalem had. En zo stellen we ons voor dat deze joodse jongen, wereldwijs geworden in Tarsus, maar ook gewaarschuwd voor de gevaren van de wereld, deze jongen komt in Jeruzalem. Vol verwachting en vol huiver, zoals alleen jonge mensen dat hebben, ontmoeten we de jonge Saulus in Jeruzalem.

Hij wordt ondergedompeld in de wereld van Gods grote verhaal met zijn volk. Eén van de bekendste theologen van die tijd, Gamaliël, wijdt hem in in de geheimen van het volk Israël. En het belangrijkste debat in het jodendom in die tijd was de vraag hoe je trouw bent aan God in tijden van crisis. Hoe kun je jood zijn in het Romeinse Rijk? Onze Saulus kent deze vraag van binnenuit. En hij heeft er ook wel een mening over.

Waar Gamaliël de stroming vertegenwoordigt die zegt: leven en laten leven. Laat die Romeinen hun gang maar gaan, zolang wij ons maar aan de regels van God kunnen houden. Bij deze stroming hoort de naam van rabbijn Hillel.

Saulus had gezien in Tarsus waar het Romeinse leven en jezelf daar mee inlaten toe kon leiden. De seksuele moraal, de dronkenschappen, de politieke intriges, de oneerlijke handel. Nee, voor Saulus is zonneklaar dat wil Gods koningschap werkelijkheid worden, dan zullen we daarvoor moeten knokken. Dan zullen we moeten vechten voor gerechtigheid, orde en eerlijkheid. Hierbij hoort de naam van rabbijn Sjammai.

Onze jonge student wordt daar in Jeruzalem een vurig aanhanger van deze Sjammai. Hij gelooft niet in compromissen, maar in toewijding. Hij gelooft niet in jood én Romein, maar in jood óf Romein.

Maar de belangrijkste bedreiging voor het volk van God zijn niet de Romeinen, daar moet je je gewoon niet mee inlaten, nee, de belangrijkste bedreiging zijn volksgenoten, joden, volksgenoten die denken dat je het niet zo nauw hoeft te nemen met de regels van God. Saulus veracht zulke joden. Selfhating Jews. Zichzelf hatende joden.

En dan maakt Saulus in Jeruzalem kennis met volksgenoten die zich mensen van de weg van Jezus noemen. Een jaar of twee geleden werd een populaire leraar uit Galilea, maar een paar jaar ouder dan Saulus, door de Romeinen geëxecuteerd omdat hij onrust veroorzaakte door zich de Zoon van God te noemen. Saulus is deze rabbi net misgelopen. Er zijn momenten dat hem dat spijt. Hij zou deze bedrieger de les hebben gelezen. Dat de God van Israël geen zoon heeft dan het volk van Israël en dat de Messias zal ijveren voor de zuiverheid van dat volk.

En nu zijn er die beweren dat deze vermoorde leraar leeft. En alsof dat nog niet idioot genoeg is, beweren zij ook dat we in deze mens de God van Israël in ons midden was en is. En dat door hem ieder mens bij God kan horen, jood en niet-jood.

Het is voor Saulus een volslagen raadsel hoe mensen kunnen geloven dat deze Jezus, want zo heet hij, de Messias is. Een gekruisigde Messias, wat een ongehoorde godslastering! En wat een ongekende bedreiging voor Gods volk. Als dit waar is, is alles wat ons joods maakt, de tempel, de besnijdenis, het houden van alle ge- en verboden, alles wat Saulus heilig is, alles wat hem houvast geeft in een onzekere en onbegrijpelijke wereld, is dan in één klap onzeker geworden.

In een artikel in psychologisch tijdschrift las ik: Niemand is kwaadaardiger, gevaarlijker voor zichzelf en anderen dan een jonge man die pijn heft – met name als hij zijn pijn zo diep naar binnen heeft geduwd dat hij het zelf niet meer kan herkennen laat staan articuleren. Hij kan het gevoel krijgen dat hij niets te verliezen heeft.’

De talloze boze jonge mannen die de geschiedenis hebben bepaald. Van Adolf Hitler, de gefrustreerde kunstenaar die de hele wereld meesleepte in een bloedige oorlog; tot in onze eigen recente geschiedenis de moordenaars van Pim Fortuin en Theo van Gogh; tot deze week nog Hadi Matar die Salman Rushdie neerstak. Er zijn momenten dat mensen het gevoe kunnen hebben dat alles geoorloofd is.

En zo kunnen we begrijpen dat Saulus op de jassen wil passen als Stefanus wordt gestenigd. Ik denk dat hij er geen moeite mee zou hebben gehad om zelf een paar stenen te gooien. Waarschijnlijk werd Saulus te jong geacht en mocht hij daarom niet meedoen. Maar wat is hij blij dat hij tenminste op de jassen kan passen. Met afschuw hoort hij de stervende Stefanus die Jezus aanspreken alsof Hij naast God in de hemel is.

Het is alsof na de dood van Stefanus Saulus pas echt los gaat. Als je eenmaal een eerste moord hebt gepleegd, is de tweede een stuk makkelijker, zegt men. Saulus gaat los. Waar er ook maar een groepje is dat die giftige boodschap van Jezus Messias deelt, daar duikt Saulus op.

Al snel zijn alle leden van de Jezusbeweging Jeruzalem ontvlucht. Maar Saulus honger is nog niet gestild. Na Jeruzalem zal Damascus gereinigd worden van deze goddeloze smet.

Paulus zegt hier zelf in die al eerdergenoemde toespraak over: ‘Ik heb de aanhangers van de Weg tot de dood toe vervolgd. Mannen en vrouwen heb ik gevangengenomen en laten opsluiten, iets dat de hogepriester en de hele raad van oudsten kunnen bevestigen. Ik heb van hen zelfs aanbevelingsbrieven gekregen voor onze broeders in Damascus, toen ik daarheen ging om ook daar mensen gevangen te nemen en hen naar Jeruzalem te brengen, waar ze hun straf moesten ondergaan.’ (Handelingen 22:4-5)

Maar het liep anders. Er is iets gebeurd in het leven van Paulus. Iets heeft alles anders gemaakt. Iets? Iemand. Daarover de volgende keer.

Wat zegt ons dit verhaal over die jonge joodse man die zich ontpopt tot een felle verdediger van wat hem heilig is? Ik heb daar mee lopen tobben, tot vanmorgen toe, en ik ben er niet uitgekomen. Ik heb geen afgeronde boodschap om u de week mee in te sturen. Ik heb alleen een paar associaties bij dit verhaal.

Ik moet denken aan al die jonge mensen in onze samenlevingen die ook ergens voor gaan. Soms voor heel tegenstrijdige dingen. Jonge boeren. Jonge klimaatactivisten.

Misschien stelt het verhaal van de jonge Saulus ons ook wel de vraag waar wij voor gaan. Is er nog iets zo heilig voor ons dat we er alles voor op het spel durven zetten?

Of stelt dit verhaal ons de vraag wat er overgebleven is van de idealen die je ooit had. Misschien schaam je je ook wel voor waar je ooit heilig in geloofde.

Misschien is de boodschap wel dat onze idealen ons niet redden. Dat onze boosheid, hoe terecht ook, niet de grond kan zijn waarop je veilig kunt staan. Dat ons elan, hoe fris en weldadig ook, Gods nieuwe wereld nog niet is.

Wij hebben iemand anders nodig. Een jong iemand die zegt: ‘Kom allen bij Mij, jullie die vermoeid zijn en onder lasten gebukt gaan, Ik zal jullie rust geven. Neem mijn juk op je en leer van Mij: Ik ben zachtmoedig en nederig van hart. Dan zullen jullie werkelijk rust vinden, want mijn juk is zacht en mijn last is licht.’ (Matteüs 11:28-30)


Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.