‘Het is toch familie…’ Kent u die uitdrukking? ‘Het is toch familie…’ Misschien heeft iemand dat niet zo lang geleden tegen je gezegd. Of misschien was jij het wel die deze uitdrukking gebruikte. ‘Het is toch familie…’ Iemand vertelde over de moeizame relatie met zijn vader of moeder of broers en zussen. En toen zei jij: ‘Het is toch familie…’ En wat bedoelde je daar eigenlijk mee? Zoiets als: ja, het is allemaal heel vervelend, maar van deze mensen kom je niet los. Of misschien zei iemand het zelf wel nadat zij haar hart gelucht had over de manipulatieve patronen in het gezin waar ze was opgegroeid en hoe boos ze was om wat er allemaal was gebeurd. Maar, zo zei ze: ‘Het is toch je familie.’ En daarmee bedoelde ze dat ze haar boosheid toch weer inslikte, want boos zijn op je ouders dat vinden we met z’n allen niet echt verstandig.
Familie heeft iets heiligs. Daar mag je niet aankomen. Ook al leven wij in een post-christelijke, individualistische maatschappij, gezinsverbanden worden nog altijd heel hoog aangeslagen. Er kan van alles, maar het ideaal is toch twee ouders met een paar kinderen die een gelukkig gezin vormen. Dat is het plaatje wat wij allemaal in ons hoofd hebben. Dat is het plaatje wat in reclames en series wordt neergezet. Dat is de norm.
En die norm geldt in de kerk vaak ook. Iedereen hoort erbij, natuurlijk, maar als je single bent, of een stel zonder kinderen, dan kun je het bij tijden best lastig hebben in de kerk. Kindernevendienst, gezinsweekend, met het hele gezin naar de kerk, voorgangers die bijna altijd ook een gezin hebben, doopdiensten, allemaal momenten waarop zij die geen gezin hebben even het gevoel van aan de zijlijn te staan hebben.
De kerk heeft er vanaf de Reformatie voor gekozen om het gezin centraal te stellen. Voor Luther en Calvijn was het gezin de vervanging van het klooster. Het gezin als de plek waar het geloof werd geleerd en geleefd. Sindsdien focust het protestantisme op gezinnen. De ouderen kennen vast nog wel de drieslag: gezin, kerk en school. Daar moest het gebeuren.
De Rooms-katholieke kerk had dat minder, daar was de binding aan de kerk sterker dan de binding aan de familie. Het celibaat hielp ook niet echt natuurlijk. Zij die de leiding hebben in de kerk hebben geen gezin. Toch heeft ook de rooms-katholieke kerk een beweging richting het gezin gemaakt. De heilige familie – Maria, Jozef en Jezus, met op de achtergrond de ouders van Maria, Joachim en Anna, werd in de loop van de eeuwen steeds meer het model voor alle rooms-katholieke gezinnen. Het CDA heeft zich lang opgeworpen als de partij voor het gezin. Een titel die inmiddels grotendeels is overgenomen door de ChristenUnie.
‘Het is toch je familie.’ Je zou kunnen zeggen dat er goede Bijbelse gronden zijn voor een focus op familie en gezin. In de Bijbel tref je heel veel gezinnen aan. Het begint met Adam en Eva en hun zoons Kaïn en Abel. Noach en de zijnen die gered worden door de ark. Abraham die met z’n neef Lot op pad gaat, de wijde wereld in, naar de plek die God hem wijst. En God belooft Hem nakomelingen als het zand van de zee. Isaak en Rebekka. Jakob en Rachel. Mozes met z’n ouders, z’n broer Aäron en z’n zus Mirjam. David en z’n broers en z’n vrouwen en kinderen. Het gaat voortdurend over gezinnen en families.
Je zou het ook nog anders kunnen benaderen, meer theologisch. In het hart van het christelijk geloof gaat het over familie. Jezus Christus is de Zoon van God. God is zijn Vader. De verhouding tussen die twee is de kern van waar het in het christelijk geloof over gaat. God en Jezus zijn geen collega’s, geen vrienden, ze zijn een Vader en een Zoon, een gezin, familie.
‘Het is toch familie…’ Die uitdrukking kan in de kerk zomaar ook klinken. Sterker nog, ik ben er de afgelopen tijd eens op gaan letten en ik heb hem heel wat keer voorbij horen komen. En ik ben dan zo, dat hoe vaker ik iets hoor, hoe meer ik me af ga vragen of het wel waar is. En ik denk ook dat dat de taak van een predikant is, om overal vragen bij te stellen, ook bij de dingen waar wij het roerend over eens zijn.
En het is misschien nog wel meer dan mijn kritische geest of mijn ambt. De Bijbel stelt ook allerlei vragen bij onze heilige huisjes. Onze bloemlezing uit het Lucasevangelie laat zien dat familie bepaald niet alles is. Jezus heeft een op zijn minst nogal ambivalent relatie met zijn familie. Zijn vader is zijn vader niet. En telkens opnieuw benadrukt Hij dat Hij het veel belangrijker vindt dat je Gods wil doet, dan dat je familie bent. En ook dat het volgen van Hem je kan, ja zal vervreemden van hen die je na staan, dus ook je familie.
Laten we om recht te doen aan Jezus’ eigen woorden over familie nog eens heel goed kijken naar die uitdrukking ‘het is toch familie…’ Zou het zo kunnen zijn dat Christus’ woorden ons de ruimte bieden om die uitdrukking te relativeren? Zou zijn relatie tot zijn familie ruimte bieden om te twijfelen aan de waarheid van die uitdrukking ‘het is toch familie…’ en zo ook ruimte te bieden aan onze soms ingewikkelde familieverhoudingen?
Ik heb zitten denken: welke vraag zit er nu eigenlijk achter zo’n uitdrukking als ‘het is toch familie’? Welke geloofsvraag, welke theologische vraag is er aan de orde? En ik denk dat het gaat om de vraag: ‘Wat is vergeving’? We moeten het vanmorgen denk ik dus hebben over vergeving.
Misschien zeg je meteen: ‘Ja, precies, dat is het!’ Misschien zit je nu wel met een hele boel vraagtekens. ‘Vergeving?!’ Laat me proberen uit te leggen waarom ik denk dat als we het over familie hebben, we het over vergeving moeten hebben.
Die uitdrukking – ‘het is toch familie’ – suggereert dat je vroeg of laat het toch weer goed zult moeten maken met elkaar. Je bent nu eenmaal door familiebanden aan elkaar verbonden. Bloedbanden zelfs. En wat er ook gebeurt, die banden blijven. Je moeder blijft je moeder, je kind blijft je kind, je vader je vader, je zus je zus, je oma je oma, enzovoort.
Hoeveel afstand je ook neemt, hoe lang je ook het contact verbreekt, hoe boos je ook bent… ‘het is toch familie’. Er komt een dag dat je elkaar weer nodig hebt, dat je samen een moeder of vader moet begraven, dat je elkaar toch weer wilt zien.
En zelfs als dat niet gebeurt, dan nog vinden we dat het beter is als mensen familieruzies bijleggen. Wij zijn van nature allemaal behoorlijk conflictmijdend, wij hebben liever harmonie en rust dan de spanning en onrust van gedoe. Dus leg ruzies liever bij, stap over meningsverschillen heen en wees een beetje mild voor die ander. Hij of zij is ook een kind van zijn of haar tijd, hij of zij heeft de omstandigheden ook niet uitgekozen, denk je nu echt dat jij het beter had gedaan als je in haar schoenen had gestaan?
En zo kan het zomaar gebeuren dat het idee bij je ontstaat dat je moet vergeven. Laat het verleden los, blijf er niet in hangen, stop met het slachtoffer te zijn, kortom: vergeef!
En als christenen zijn we helemaal vatbaar voor dat idee. Vergeven is een christelijke deugd. Vergeven is goed. Niet vergeven is fout. Jezus zei toch dat je tot zeventig maal zevenmaal moet vergeven? En bidden we niet: vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren? Dus waar wacht je nog op? Het is toch familie… Je moet ze toch vergeven?
Moeten wij vergeven? Is dat wat de Bijbel zegt? Wat is vergeving eigenlijk? In de Bijbel is vergeving een proces, een gebeuren. Vergeving vraagt om een aantal stappen. En die stappen moeten allemaal gezet worden, stuk voor stuk, en ook in de juiste volgorde.
Vergeving vraagt allereerst de erkenning dat er iets verkeerd is gegaan. Degene die het overkwam heeft vaak tijd nodig om die gedachte toe te laten. Het is soms een proces van jaren om zover te komen. En dan is de volgende stap dat degene die verantwoordelijk is voor wat er is misgaan dat ook erkent. Dit is er gebeurd en dat heb ik gedaan. Vervolgens vraagt vergeving ook om de erkenning van de impact van wat er gebeurd is. Ik heb dit en dat gedaan en dat heeft jou op die en die manier geraakt. Vervolgens komt de vraag om vergeving. Maar let op! Vergeving is een geschenk dat alleen in vrijheid kan worden geschonken. Dus vragen om vergeving is ook erkennen dat die ander de mogelijkheid heeft om niet te vergeven. En de vraag om vergeving moet ook altijd gepaard gaan met de bereidheid om alles te doen wat mogelijk is om het weer goed te maken en om herhaling te voorkomen.
Dit is precies wat wij onze kinderen leren als het gaat om vergeving.
Als er vergeving plaatsvindt, wordt de relatie hersteld en kunnen beide samen verder. Dat geldt tussen God en mens. Ook dan komt het er op aan dat wij onze zonden belijden en dat we erkennen dat we daarmee onze relatie met God op het spel hebben gezet en ook dat we erkennen dat Hij vrij is ons te vergeven en dat wij alles zullen doen om het niet meer te doen en het voortaan beter te doen. En zo gaat het ook tussen mensen alleen goed als al die stappen gezet worden. Je kunt niet om vergeving vragen zonder de intentie te hebben het niet meer te doen. Je kunt vergeving niet eisen. Je kunt geen vergeving ontvangen zonder dat je het ook weer probeert goed te maken. Dit is hoe vergeving werkt, in het groot en in het klein.
In de volksmond zijn er meer dingen die vergeving worden genoemd. Bijvoorbeeld dat je het loslaat om jezelf te bevrijden. Dat je er voor kiest niet langer slachtoffer te zijn en je vrij te maken van je boosheid en je verwijten. Hoewel dat soms nodig kan zijn en vaak heel heilzaam is, is dat geen vergeving.
En wat ook nogal eens vergeving wordt genoemd is dat je zegt: ach ja, we zijn allemaal kinderen van onze tijd… zou ik zelf als ik zo was opgegroeid, onder die omstandigheden, zou ik het dan anders hebben gedaan? Ook hiervoor geldt dat het van levenswijsheid getuigd om zo naar de dingen te kijken en ook dat het ontspanning kan geven om het zo te zien, maar het is geen vergeving.
Vergeving is iets bijzonder. Vergeving is een geschenk. En vergeving werkt alleen als je alle stappen in de goede volgorde zet.
Je familie, je gezin is dé plek waar je dat kunt leren. Als kind leer je sorry zeggen. En je leert wat het verschil is tussen gemeend en ongemeend sorry zeggen. En je leert om het goed te maken. En je leert te zeggen: ik vergeef je.
Familie is tegelijkertijd ook de plek waar sommigen moeten leren dat vergeving niet altijd werkt. Dat er soms stappen worden overgeslagen of te snel gezet waardoor het niet lukt. Familie is de plek waar sommigen moeten leren dat vergeving tijd kost. Ja, dat het soms ook gewoon niet kan.
Dan kun je wel zeggen dat het toch familie is, maar dat verandert daar niets aan.
Vanmorgen wil ik tegen je zeggen dat vergeven niet iets is wat moet. Dat vind je misschien een verrassende of zelfs vreemde boodschap van een dominee, maar ik zeg dit heel bewust en met volle overtuiging. Je hoeft niet met de mantel der liefde te bedekken wat niet goed ging. Je hoeft je boosheid niet in te slikken – die boosheid zal zwaar op je maag liggen, tot je er je buik van vol hebt. Je hoeft het niet goed te maken omdat het toch familie is.
Wat wij moeten – mogen, is achter Jezus aan gaan. Met Hem je levensweg gaan. En daar ontdekken dat er banden zijn die belangrijker zijn dan bloedbanden. Dat het doen van het Woord van God zo’n sterke band geeft dat al het andere daarbij verbleekt. Wiens kind jij bent, bij welke familie je hoort, wie jouw vrienden zijn, hoe mooi of hoe rijk je bent, hoe succesvol en sterk, zelfs hoe gelovig en hoe godgeleerd je ook bent, het is allemaal minder belangrijk dan dat je bij Jezus Christus hoort.
Dat schept misschien ook wel ruimte. Je familie is niet alles. Het is mooi als je een fijne familie hebt, waar je veel mee deelt en goed contact mee hebt. Dank God daarvoor! Maar als je dat niet hebt, dan is dat, hoe naar het ook is, niet het einde van de wereld. Familie is uiteindelijk maar familie. Als je God als Vader hebt en Zijn Zoon Jezus Christus als je naaste verwant, dan kun je realistisch denken over je familie. Dan heb ik het nog niet over vergeven, maar over kunnen leven met wat er is, omdat je iets veel groters al ontvangen hebt.
Het is toch familie… Ik kan er veel meer over zeggen en ik had er ook andere dingen over kunnen zeggen. Dat doe ik niet. Ik heb vanmorgen duidelijk willen maken dat Bijbels gesproken familie relatief belangrijk is. Belangrijker is de verbondenheid met Jezus en met zijn Vader in de hemel. En van daaruit kun je misschien – ik hoop het echt voor je – leven met je familie.
Ten slotte. Mocht deze preek grote vragen bij je oproepen of heftige emoties, dan wil ik graag naar je luisteren. Bel, mail, app, spreek me aan. Ik neem graag de tijd voor je. En misschien zeg je: ik heb gewoon een fijne familie, dan feliciteer ik je. En ik zeg je: realiseer je hoe bijzonder dat is en wees er dankbaar voor. En heb oog voor hen bij wie het anders is. Laten we elkaar dragen in liefde en geduld.

Geef een reactie