Meteen naar de inhoud

Geen kalme reis…

Kent u die uitdrukking? ‘Hij heeft ons geen kalme reis beloofd, maar wel een behouden aankomst.’ Vanmorgen mocht ik voorgaan in de Evangelisch Lutherse Gemeente hier in Woerden. Hieronder mijn inleiding op de lezingen en mijn preek over die lezingen. Ik heb gemengde gevoelens bij die uitdrukking, en ik denk de evangelist Matteüs ook.

Inleiding op de lezingen

Kent u die uitdrukking? ‘Hij heeft ons geen kalme reis beloofd, maar wel een behouden aankomst.’ Het nadeel van dat soort overbekende uitdrukkingen is dat ze heel wisselende reacties oproepen. Voor de een is het een authentieke geloofsuitspraak, een uitdrukking waarin het vertrouwen klinkt, ook in moeilijke omstandigheden, bij heftige gebeurtenissen. Bij de ander roepen dit soort clichés vooral weerstand op. Het is te glad, te makkelijk, te vroom. 

‘Hij heeft ons geen kalme reis beloofd, maar wel een behouden aankomst.’ Met deze uitdrukking kunnen we de boodschap van wat op het rooster staat samenvatten. Het begon al met de introïtus: ‘Geweldiger dan water en dan wind is in de hoogte God die overwint.’

Op deze vierde zondag van Epifanie horen we in het evangelie over ‘de storm op het meer’, we lezen vanmorgen de versie van Matteüs. Het is het vervolg van het evangelie van vorige week zondag. Ik zal in de preek laten zien hoe Matteüs deze geschiedenis inpast in zijn vertelling over Jezus en wat dat betekent voor ons. Het zondagslied – ‘Jezus, Meester aller dingen’ – van Tom Naastepad is prachtig qua taal en maakt ook duidelijk hoeveel oudtestamentische associaties het evangelieverhaal in zich draagt. 

We lezen ook uit Jeremia 33. Daar horen we God de HEER beloven dat er altijd een nakomeling van David op de troon zal zitten. Is Jezus Christus, die zelfs macht blijkt te hebben over storm en meer, niet die grote eeuwige Davidszoon? Psalm 97 bezingt de macht van God, macht die ook blijkt in bescherming, redding.

De brieflezing uit Romeinen 13 roept ons in klare taal op tot onderlinge liefde. Het lijkt een zwerfkei in het ensemble van lezingen en liederen. Of dat ook zo is, zal blijken.

Preek

‘Hij heeft ons geen kalme reis beloofd, maar wel een behouden aankomst.’ Ik zal u eerlijk bekennen dat ik bij degenen hoor die bij dit soort uitdrukkingen een soort weerstand voelen opkomen. Te cliché. Als iemand die echt wat heeft meegemaakt dit zegt, hoor ik het graag als uitdrukking van geloof en vertrouwen, maar in alle andere gevallen is het voor mij echt een dooddoener. 

Toch lijkt deze uitdrukking wel te passen bij het evangelie wat bekend staat als ‘de storm op het meer’. Het is geen kalme reis. Een plotseling kolkend meer, golven die de boot bijna verzwelgen, leerlingen die vrezen dat ze zullen vergaan. En dan Jezus die hen vraagt waarom ze zo angstig zijn en Hij noemt hen ‘kleingelovigen’. Ye of little faith. Met de woorden van die uitdrukking: waarom vertrouwen jullie niet op de behouden aankomst die mijn aanwezigheid in jullie schip toch belooft? Als Jezus in je levensboot is, dan kan het stormen, dan kan het spoken, dan kun je vrezen voor je leven, dan kun je bang zijn dat je alles verliest, maar zijn aanwezigheid betekent je behoud. Dwars door de storm. En Hij – niet jij – Hij zal de storm stillen. En zo zeil je tenslotte rustig de hemelse haven binnen, Gods goede rede. Geen kalme reis, wel een behouden aankomst.

En zo troost dit evangelie ons. Wij kennen het allemaal. Van die stormachtige perioden in je leven. En leven we niet in turbulente tijden? En het christelijk geloof in ons werelddeel, de kerk een zinkend schip. Dan is het nodig dat er tegen ons gezegd wordt dat het goed komt. Dat er iemand is sterker dan de storm, iemand die belooft dat ons scheepje niet zal vergaan.

Ik wil deze betekenis van dit evangelieverhaal graag laten staan. Maar ik wil er vanmorgen ook iets naast zetten. En dat niet omdat ik die uitdrukking een cliché vind, maar omdat het evangelie zelf daar om vraagt. De evangelist Matteüs doet namelijk iets met dit verhaal. Hij plaatst het verhaal over de storm op het meer in een groter kader.  Dat kom je op het spoor door wat Matteüs schrijft te vergelijken met de versies van dit verhaal bij Marcus en Lukas. Als je die drie versies naast elkaar legt, zie je saillante verschillen. 

Het eerste wat opvalt, is dat wij vanmorgen een stukje van het verhaal niet gelezen hebben. Matteüs begint in vers 18 al over het oversteken van het meer. ‘Toen Jezus de mensenmassa om zich heen zag, gaf Hij bevel naar de overkant te varen.’ Daar begint het verhaal al. En nu zou je verwachten dat daarop onze lezing volgt – ‘Hij stapte in de boot…’ – maar er zitten nog vier verzen tussen. Die vier verzen vallen uiteen in twee keer twee verzen. Er zijn dus twee intermezzo’s tussen het besluit om te gaan varen en het daadwerkelijk van wal steken. Jezus staat bij wijze van spreken al met een been in de boot, maar voordat Hij helemaal aan boord is, nog twee dingen. Het zijn twee gesprekjes. Eerst meldt zich een schriftgeleerde. Hij zegt: ‘Meester, ik zal U volgen waarheen U ook gaat.’ Jezus reageert met: ‘De vossen hebben holen en de vogels hebben nesten, maar de Mensenzoon heeft geen plaats waar Hij zijn hoofd te ruste kan leggen.’ En meteen daarna het volgende gesprekje. Een leerlingen zegt: ‘Heer, sta me toe eerst terug te gaan om mijn vader te begraven.’ Waarop Jezus antwoordt: ‘Volg Mij en laat de doden hun doden begraven.’ En dan komt pas wat wij gehoord hebben zojuist: ‘Hij stapte in de boot…’ 

Twee gesprekjes aan de oever van het meer, met een been in de boot. Twee gesprekjes vlak voor die storm. Twee gesprekjes met één thema: het volgen van Jezus. En als onze lezing dan begint met ‘Hij stapte in de boot en zijn leerlingen volgden Hem’ dan kun je rustig concluderen dat het grotere kader waarin Matteüs dit verhaal plaatst het volgen van Jezus Christus is. Dit verhaal gaat over navolging.

Wat maakt dat uit? Wat maakt dat uit voor de betekenis van het verhaal over de storm op het meer? Het betekent dat die storm niet de tegenslagen in het leven zijn, de moeilijkheden die ieder levensscheepje bedreigen. Die storm dat is wat je tegenkomt op je weg achter Jezus Christus aan. Die storm is waar wij mee hebben te rekenen als wij Hem volgen. Die storm is de consequentie van bij Hem in de boot stappen. 

Die storm is dat je er achter komt dat je je aan iemand verbonden hebt die geen plaats heeft om zijn hoofd te ruste te leggen. Je gaat een rusteloos bestaan tegemoet. Die storm is dat je niet eens de tijd krijgt om je vader te begraven. Je zult voor onmogelijke keuzes komen te staan. 

Als wij Jezus volgen, kan het zomaar helemaal mis gaan. Plotseling is er de storm. Een grote beving geschiedt in de zee, staat er letterlijk. Dit is niet zomaar een storm, een harde wind. Nee, alles is onvast geworden. Is de zee altijd al in beweging, nu is helemaal niets meer vast. Het water lijkt zijn draagkracht volledig te hebben verloren. 

Dat is wel iets om rekening mee te houden als je Jezus Christus wilt volgen. We zullen iets heftigs meemaken. We zullen erachter komen dat wij redding nodig hebben. Red ons, Heer, wij vergaan. Zo is het met ons gesteld: we hebben redding nodig, want we vergaan.

Dat woord ‘beving’ komt in het evangelie nog een paar keer voor. In Matteüs 24 wordt het genoemd als teken van de eindtijd. In Matteüs 27 staat dat als Jezus sterft er een beving plaatsvindt. En tenslotte is er een beving wanneer een engel neerdaalt bij Jezus’ opstanding. Dat woord beving verbindt het verhaal van de storm op het meer met het einde van het evangelie. Ook het feit dat Jezus slaapt wijst in die richting. Is het de slaap van de dood? 

Is misschien de grootste storm in het leven van hen die Christus volgen zijn weg van lijden en sterven? ‘Red ons, Heer, we vergaan!’ Dat gaat niet over onze tegenslagen, maar over wat Hem overkomt en dat wij ons realiseren dat in de navolging onze weg niet anders zal zijn. 

Maar er is ook een beving bij Jezus opstanding. En daarom klinkt het: ‘Waarom zijn jullie zo angstig, kleingelovigen?’ Christus weg gaat dwars door de storm van lijden en dood, maar Hij komt er door. Het staat er zo veelzeggend: ‘Toen stond Hij op en sprak de wind en het water bestraffend toe, en het meer kwam geheel tot rust.’ Hij staat op. Zie je dat? Zie je dat Hij opstaat? 

De leerlingen hebben het gezien. Aan het einde staan de mensen verbaasd en vragen zij wie Jezus toch is. De leerlingen verbazen zich kennelijk niet en hebben blijkbaar ook geen vragen meer. De kleingelovigen zijn gelovigen geworden. Ze hebben begrepen wat Jezus’ weg is. En ze begrijpen dat zijn weg ook onze weg zal zijn.

Maar die weg is onze redding. Red ons, riepen de leerlingen. En ze werden gered. Ze dachten te vergaan. Maar ze vergingen niet, want Hij staat op en stilt de storm, Hij overwint de dood. 

Dus, geen kalme reis, inderdaad, en een behouden aankomst slechts door lijden en dood. Zo zal het de gemeente vergaan. Slechts in vrezen en beven, in klein geloof. Maar wij hebben Hem zien opstaan. En dus zal Hij ook onze stormen en bevingen stillen. 

En dus zullen wij anderen bijstaan in hun stormen. Is dat misschien wat bedoeld wordt met het liefdesgebod? Heb elkaar lief. Ga aan boord bij wie redding nodig hebben, die dreigen te vergaan. Heb elkaar lief. Weet, in het vooronder slaapt de Heer. Hij zal opstaan en ook deze storm stillen. Zelfs de dood gehoorzaamt Hem. Zo zijn wij biddend en al doende ieder mens nabij. 

1 reactie op “Geen kalme reis…”

  1. Klazien (van Vogelwikkeveld) 😏

    Ik zat in de kerk vanochtend en het was een fijne en bemoedigende preek, in een goede verbinding met de liederen en gebeden.
    Ik kom nu voor de 1e keer een blog van u tegen, en ben helemaal verrast om hier de inleiding en de preek van vanochtend te lezen.
    Fijn om te bewaren en terug te kunnen lezen. Bedankt.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.