Vanavond ging ik voor in de gemeenschappelijke avonddienst hier in Woerden. Het ging om een themadienst. Het thema was ‘de hel’ en de Schriftlezing was Matteüs 25:31-46.

Inleiding op de dienst
Er zijn door een heel aantal gemeenteleden thema’s aangedragen voor deze dienst. Dank daarvoor. Ik koos voor het thema wat als laatste binnenkwam: de hel. In een appje kreeg ik de volgende toelichting: ‘Een gesprek met de kinderen ging hier vorige week over de hel. […]?Wat zegt de Bijbel daar eigenlijk over en past zo’n hel nog wel bij onze tijd?’

De centrale vraag in deze themadienst is dus: wat zegt de Bijbel over de hel? En daarbij de vraag: is dat nog wel van deze tijd? Die laatste vraag is in zekere zin heel makkelijk. Of iets van deze tijd is, zegt niets over de waarheid ervan. En bovendien is het geweldig arrogant om onszelf tot de maat van de dingen te maken. En dan zijn er ook nog eens een heleboel dingen van deze tijd, waarvan je je af kunt vragen of die nu zo geweldig zijn. Maar ik begrijp de vraag wel. Kunnen wij ons iets voorstellen bij de hel? Kunnen we onze gedachten over de hel van betekenis laten zijn in ons leven? We zullen zien.

We vieren vanavond ook het heilig avondmaal. Het lijkt een vreemde combinatie met de hel, maar dat dat niet zo is, zullen we zeker zien. 

Preek

‘Ik hoop dat ze zullen branden in de hel!’ Je kunt een dergelijke uitdrukking nog wel eens vinden tussen de reacties op een bericht op internet, op Twitter bijvoorbeeld. Met deze woorden geeft de reaguurder uitdrukking aan zijn diepe afkeer van de persoon of daden die in het bericht aan de orde zijn. 

Nu moge duidelijk zijn dat wie een beetje fatsoen en zelfbeheersing heeft dit soort dingen niet het wereldwijde web op slingert, maar dit soort reacties laten wel zien hoe diep het idee van de hel als een plek van eeuwige bewuste bestraffing in ons collectieve bewustzijn is verankert. Ik maak mij in ieder geval sterk dat de reaguurder die dit schrijft dat niet doet vanuit een doorleefde christelijke geloofsovertuiging.

Op Wikipedia staat over de hel: ‘De hel is een religieus concept en duidt een plek of bestaanssfeer aan waar men na de dood heen kan gaan en welke gekarakteriseerd wordt door een hoge mate aan fysieke en mentale pijn en lijden. [In bijna alle religies is er sprake van de aanwezigheid van een of meer hellen. Het begrip hel komen we veel tegen binnen het christendom en de islam.] Na te zijn gestorven, zouden de zielen naar het hiernamaals gaan. Conform de vroomheid, eerlijkheid, kuisheid en/of andere zaken wordt er door een hogere macht beslist of een ziel naar de hemel mag of dat deze naar de hel moet. [De hel is in die zin het tegenovergestelde van de hemel, namelijk een verblijf in afwezigheid van God.’]

Dus: wat denken wij over de hel? Een plek waar je na je dood terecht komt om daar eindeloos lijden te ondergaan als straf van God. Nu moet je niet alles geloven wat op Wikipedia staat, heb ik wel eens begrepen, maar dit is toch wel zo’n beetje het beeld wat men – wij? – over de hel hebben. 

Wat betekent dit? Dat we er bij het nadenken over de hel van bewust moeten zijn dat wij daarbij niet bij nul beginnen. Wij zijn geen onbeschreven blad als het hierover gaat. Sterker nog, wij hebben bij dit onderwerp te maken met een heel sterke onderstroom. Een onderstroom die ook heel ver terug gaat. 

Al vroeg in de Middeleeuwen kwam het idee van de hel als plek waar de verlorene eeuwige kwellingen ondergaan tot bloei. Een combinatie van besmettelijke ziekten en neoplatoons denken waarbij de ziel alles is en het lichaam niks waren daarvoor de voedingsbodem. Ik laat dat nu verder liggen. Waar het mij om gaat, is dat wij sindsdien op allerlei manieren beïnvloed zijn door dit idee over de hel. 

We kennen allemaal de schilderijen met aan de ene kant de geredde zielen in de hemel, die zich verheugen in Gods nabijheid, en aan de andere kant de verlorenen die allerlei afschuwelijk kwellingen ondergaan.

Ik heb altijd de indruk dat de schilders van dat soort taferelen die hel-kant van het schilderij met aanmerkelijk meer plezier hebben geschilderd dan de hemel-kant. Het eeuwig zingen voor de troon van God is op een bepaalde manier natuurlijk ook saai. Hoe graag je ook zingt… op een gegeven moment is het genoeg geweest. 

Nee, dan die martelingen. Duiveltjes met drietanden. Onuitblusbaar vuur. Of juist ijs waarin mensen vastgevroren zijn. (In de Middeleeuwse kunst is de hel vaker ijskoud dan ondragelijk warm!) Je kunt als schilder als je perverse gedachten en duistere fantasieën gebruiken. Voor ons kijkers is dit vaak de meest interessante kant van het schilderij. 

Als wij dan vanavond vragen naar een Bijbelse en christelijke visie op de hel dan moeten we ons dus bewust zijn dat veel van wat wij over de hel denken niet uit de Bijbel of de christelijke theologie vandaan komt. Westerse christenen, of beter gezegd, Westerse mensen hebben een onbijbelse obsessie voor de hel. 

Laten we om te beginnen vaststellen dat de hel niet tot de kern van het christelijk geloof hoort. In de Apostolische Geloofsbelijdenis komt het woord hel voor, maar dan in de betekenis van dodenrijk. Jezus Christus is ‘nedergedaald ter helle’. [Deze woorden zijn overigens pas later aan de Apostolische Geloofsbelijdenis toegevoegd (en in de Geloofsbelijdenis van Nicea ontbreken ze ook).] Ze zijn bedoeld om duidelijk te maken dat Jezus werkelijk dood was. Hij heeft de hele weg van leven naar dood afgelegd – ‘gestorven, begraven, nedergedaald ter helle’. 

Wat wel bij de kern van het christelijk geloof hoort, is een laatste oordeel. Jezus Christus zal komen ‘om te oordelen de levenden en de doden’. Er is een ultiem moment van oordeel. Er is goed en er is kwaad; goed en kwaad in ons doen en laten; en het goede zal goed genoemd worden, en het kwade kwaad. 

Uit het feit dat de hel niet hoort tot de kern van het christelijk geloof maak ik op dat er ruimte is voor verschillende opvattingen. Er is ruimte voor verschil van inzicht. Er is ruimte om de Bijbelse gegeven verschillend te wegen. Dat voorbehoud maak ik ook bij wat ik in het vervolg van deze preek zal beweren.

Wat zegt nu de Bijbel over de hel? Niet zoveel als ze zegt over veel andere dingen, maar er genoeg teksten die we zouden kunnen bespreken. Ik beperk mij tot de tekst die wij gelezen hebben. Maar voordat we daar naar kijken, wil ik met jullie nadenken over wat ik maar even ‘het grote plaatje’ noem. 

Ik bedacht pas een paar dagen nadat ik voor deze themadienst voor het thema hel koos, dat de vorige themadienst waarin ik mocht voorgaan over de hemel ging. Ik zei toen over de hemel dat de mens niet geschapen is voor de hemel, maar voor de aarde. De bestemming van de mens is dan ook niet de hemel, maar de nieuwe aarde. De hemel is een plek waar de rechtvaardigen na hun dood verblijven totdat God hemel en aarde vernieuwt, totdat Hij koning is, totdat hemel en aarde opnieuw verbonden zijn en wij mensen opnieuw Gods wil doen zoals in de hemel ook op aarde, en dat wij vanaf de aarde God de lof doen toekomen die Hem toekomt. 

Wij zijn niet bestemd voor de hemel, maar voor de aarde. Je zou in aansluiting daarop ook kunnen zeggen: wij zijn niet bedoeld voor de hel. De hel is niet onze bestemming. Wij horen daar niet. Een mens is in de hel niet op zijn plek.

Aan de andere kant, er is een laatste oordeel. Er is goed en kwaad. Een mens kan tegen God kiezen. Een mens kan niet op die nieuwe aarde willen zijn. Die huiveringwekkende mogelijkheid bestaat. En hij is huiveringwekkend omdat wij allemaal dat kiezen tegen God kennen. Dat niet willen. Dat kiezen voor egoïsme. Dat je laten leiden door angst. Dat onmenselijke. De hemel behoede ons ervoor dat wij bij die keuze blijven.

De vraag is echter of dat kiezen tegen God resulteert in een eeuwig in de zin van altijddurende bewust gemarteld worden. Dat idee is Middeleeuws. En het is niet fout omdat het Middeleeuws is, maar het is fout omdat het een fout idee over God verondersteld. Als ik de Bijbelse gegevens bij elkaar optel, kom ik tot een ander beeld. 

In het Oude Testament is alleen aan de rand sprake van een leven na de dood. Alleen in Daniël, wat een laat Bijbelboek is, wordt over een opstanding van de doden gesproken. Volgens het Oude Testament komt een mens na zijn dood in het dodenrijk. Dat is geen plek waar hij bij bewustzijn is of waar hij een straf ondergaat.

In het Nieuwe Testament is het beeld wat anders. De ontwikkeling die in Daniël al begon heeft zich in de periode tussen het Oude en Nieuwe Testament doorgezet. Wat opvalt is dat Jezus in zijn spreken over een leven na de dood en het laatste oordeel zonder meer aansluit bij de beelden die er in zijn tijd waren. Hij voegt daar niets nieuws aan toe. Alles wat wij het Nieuwe Testament over hel en laatste oordeel lezen is ook te vinden in allerlei andere vroegjoodse geschriften.

Wat moet je daar uit opmaken? Ik maak er het volgende uit op. Jezus heeft het niet nodig gevonden om de beelden en ideeën van zijn tijd te corrigeren of vernieuwen. Hij heeft ze vrijmoedig gebruikt. Ik zeg ‘gebruikt’, omdat Jezus niet over hel en oordeel spreekt om ons mee te delen hoe het zit, als theorie, maar om iets anders duidelijk te maken.

Het goede nieuws van Gods koningschap – het is tijd dat God koning wordt! – die boodschap is voor Jezus geweldig urgent. Die boodschap slaat als de bliksem in ons leven. Wij kunnen hem niet ontwijken. We kunnen niet beleefd een stapje opzij doen. Hij slaat in ons leven en dan vallen er beslissingen. Beslissingen die er toe doen. Beslissingen met een oneindig gewicht. Beslissingen met eeuwige importantie. Jezus gebruikt de beelden en ideeën van zijn tijd om ons te doordringen van de urgentie en het belang van Gods koningschap.

Dat zien wij ook terug in Matteüs 25. Waar gaat het om in dat gedeelte? Om hemel en hel? Nee, dat vinden wij misschien interessant, maar de tekst mag het zeggen. En de tekst zegt: hongerigen voeden, dorstigen te drinken geven, vreemden opnemen, naakten kleden, zieken en gevangenen bezoeken. Tot vier keer toe klinken deze zes werken van barmhartigheid. Dit is het refrein van de perikoop. Ze worden ons ingeprent. Dat is dus wat Gods koningschap van ons vraagt. God regeert al waar dit gebeurt. Het is de bedoeling dat wij nu al leven alsof het zo is. Doe je mee?

De rechter zegt overigens nog iets wat ons in dit verband iets leren kan. Tegen degenen die de hongerigen voedden, de dorstigen te drinken gaven, de vreemden opnamen, de naakten kleedden, de zieken en de gevangenen bezochten, zegt hij: ‘Jullie zijn door mijn Vader gezegend, kom en neem deel aan het koninkrijk dat al sinds de grondvesting van de wereld voor jullie bestemd is.’ Zij komen dus niet in de hemel, maar in het koninkrijk van God. En die plek is voor hen bestemd. Ze zijn daar helemaal op hun plek. Eindelijk thuis. Dit is waar een mens hoort.

Tegen de anderen wordt gezegd: ‘Jullie zijn vervloekt, verdwijn uit mijn ogen naar het eeuwige vuur dat bestemd is voor de duivel en zijn engelen.’ De vervloekten zijn van niemand. Zij zijn geen ‘gezegenden van de Vader’, maar simpelweg vervloekten. Zij zijn van niemand. En zij worden verwezen naar het vuur dat bestemd is voor de duivel en zijn engelen. Zelfs in het oordeel zijn ze niet op hun plek. 

Wij zijn niet bestemd voor het vuur. Wij zijn bestemd om Gods wil te doen. Nu al. De Bijbel spreekt niet over hel en oordeel om ons te doen griezelen, maar om ons ervan te doordringen dat ons doen en laten hier en nu een geweldig gewicht heeft. Wij moeten niet gaan fantaseren over vuur en vlammen, maar het gaat er om dat wij in vuur en vlam staan voor Gods nieuwe wereld. Is dat van deze tijd? Me dunkt. 

Die nieuwe wereld van God, begint waar wij breken en delen. Rond de tafel, in de kring. Daar regeert God al. Daar zijn hemel en aarde verbonden. Het brood is Christus’ lichaam, de wijn is zijn bloed. Rond de tafel, in de kring, daar is de hemel op aarde, daar is de hel gedoofd. 

U kent de parabel van C.S. Lewis over de hel? De hel is een tafel waar mensen achter een bord eten zitten. Ze hebben een lepel in hun handen waarvan de steel zo lang is dat ze het eten niet in hun mond kunnen krijgen. De hemel ziet er hetzelfde uit. Het enige verschil is dat de mensen hun veel te lange lepel gebruiken om elkaar te voeden.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.