Deze preek hield ik vanmorgen in de Maranathakerk in Woerden. Gelezen was Johannes 11:45-54.

Het is een klassiek filosofisch gedachtenexperiment. Je staat bij de wissel van een spoor. In de verte komt de trein, met honderd reizigers aan boord, aanrijden en jij kunt bepalen waar de trein heen gaat. En nu komt het: welke kant je de trein ook opstuurt, de gevolgen zijn verschrikkelijk.

Want de trein kan niet remmen. Als je de wissel omzet, zal de trein in het ravijn storten en zullen allen aan boord omkomen. Je ook van de wissel afblijven, dan komt de trein op een ander spoor. Daar zal ze geleidelijk tot stilstand komen, maar daar zijn ook vijf spoorwerkers bezig en je kunt ze niet waarschuwen. Je hebt dus de keus uit honderd doden of vijf doden. Wat kies je?

Er zijn talloze varianten van dit gedachtenexperiment. De een nog gruwelijker dan de ander. Maar in essentie komt het neer op de vraag of je bij het maken van ethische keuzes moet kijken naar de gevolgen van die keuze. Vijf doden is erg, honderd doden is erger. Maar wat nu als die honderd reizigers allemaal misdadigers zijn? Of wat als er maar tien treinreizigers in de trein zaten? En wat nu als een van die spoorwerkers je beste vriend is? Je kunt van alles verzinnen.

Ik denk dat we allemaal blij zijn dat we in de praktijk van het leven niet voor dit soort leven of dood dilemma’s komen staan. En ik heb groot respect voor wie zich wel in dit soort situaties begeven. Ik bedoel niet de medewerkers van ProRail, maar ik bedoel nu militairen en politieagenten. Vrouwen en mannen die als het nodig is wel de keuze zullen maken tussen leven en dood. We hebben als samenleving in een zondige wereld mensen nodig die de trekker durven overhalen of de knop durven indrukken. Zolang we in onze wereld te maken hebben met gijzelingen en met gewapende conflicten, zolang de Poetins van deze wereld er zijn, zullen er mensen moeten zijn die in dit soort situaties naar voren stappen en keuzes maken.

Ik denk overigens dat iedereen die leiding geeft, of dat nu in de politiek is, of in de kerk, of in het bedrijfsleven, of in het onderwijs, of in de zorg, of in je gezin, iedereen die leiding geeft, moet keuzes maken. Keuzes waarbij soms niet duidelijk is wat goed is, of waarbij pas later blijkt wat goed is, of waarbij het onmogelijk is om het goed te doen. 

‘Besef toch dat het in jullie eigen belang is dat één mens sterft voor het hele volk, zodat niet het hele volk verloren gaat.’ Kajafas verwoordt het goed. Soms moet je kiezen tussen twee kwaden. En dan kan het helpen om te kijken naar de gevolgen. En dan kan het zo zijn dat je het streeft naar het grootste geluk voor het grootste aantal mensen. En dan kan het dus gebeuren dat je de dood van één mens op de koop toe neemt als je het hele volk daarmee kunt behoeden voor onheil.

Laten we de uitspraak van Kajafas eens van een aantal kanten bekijken. Het is beter ‘dat één mens sterft voor het hele volk, zodat niet het hele volk verloren gaat.’ De eerste vraag die we kunnen stellen is: had hij gelijk? Was het opofferen van Jezus inderdaad nodig om het hele volk te behoeden voor onheil? 

Wat Kajafas en de andere hogepriesters en Schriftgeleerden vrezen, is dat wanneer de bevolking van Palestina massaal in Jezus gaat geloven de Romeinen zullen komen en de tempel en het hele volk zullen vernietigen. Is die angst terecht? Ja en nee. Ja, omdat de Romeinen inderdaad streefden naar rust in hun rijk en dat ze, zolang de leiders van de bevolking van Palestina daarvoor zorgden, zich afzijdig zouden houden. Toen in 70 na Christus de Joodse Oorlog uitbrak, kwamen ze inderdaad en vernietigden ze de tempel en verstrooiden ze het volk. De eerste lezers van het Johannesevangelie weten het nog goed.

Maar, was Jezus uit op zo’n volksopstand? Nee, dat was Hij niet. ‘Mijn koningschap is niet van deze wereld,’ zal Jezus tegen Pilatus zeggen (Johannes 18:36). Hij is een bevrijder, jawel, maar Hij beoogt een bevrijding die veel verder gaat dan de bevrijding van een bezetter. Hij wil ons van binnen vrij maken. Vrij voor God, vrij voor elkaar, vrij voor onszelf. Dat heeft uiteraard ook politieke consequenties, maar het begint ergens anders. 

De angst van Kajafas en de zijnen is ongegrond. Ironisch genoeg zal het juist andersom blijken te zijn. Juist door niet in Jezus te geloven ging het volk ten onder. Door niet in Hem te geloven komt het tot gewapend verzet – ik noemde net de Joodse Oorlog in het jaar 70 en juist dat brengt de Romeinen ertoe het volk en de tempel te gronde te richten. Hadden ze maar in Jezus geloofd, dan had zijn gebod elkaar lief te hebben veel kwaad kunnen voorkomen.

Wat Kajafas zegt klopt in de meeste gevallen wel, maar in het geval van Jezus klopt het dus niet. Maar… Kajafas spreekt ook de waarheid. De evangelist Johannes wijst daar op door de woorden van Kajafas profetisch te noemen. Kajafas profeteert. En profeteren is niet de toekomst voorspellen, maar dat is de dingen doorzien, dat is door de dingen heenkijken tot op de werkelijkheid, tot op wat er echt aan de hand is, tot op God. 

En dat doet Kajafas hier. Niet dat hij dat door heeft, maar het is zo. Kajafas verwoordt de waarheid over Jezus tot op God. ‘Besef toch dat het in jullie eigen belang is dat één mens sterft voor het hele volk, zodat niet het hele volk verloren gaat.’ Kajafas verwoordt hier de kern van het christelijk geloof! Zijn harde, misschien zelfs cynische uitspraak is niet minder dan een geloofsbelijdenis!

Jezus Christus is de ene mens die is gestorven zodat het hele volk gered wordt. En zelfs meer dan dat. Niet alleen voor het volk, maar voor alle verstrooide kinderen van God. Voor al Gods mensen, waar ze ook zijn, sterft Jezus. Hij voorkomt zo dat ze verloren gaan. Kajafas heeft zelfs meer gelijk dan hij zelf ooit voor mogelijk heeft gehouden.

Jezus sterft voor het volk. Hoe moeten we dat begrijpen? Want ook al is het een overbekende uitspraak ‘dat Jezus voor ons is gestorven’, toch hebben veel mensen daar hun vragen bij, ook doorgewinterde kerkgangers en ook goedgelovigen. Er ontstaan op dit punt ook makkelijk misverstanden. Het beeld dat God omdat Hij rechtvaardig is nu eenmaal iemand moest straffen, Hij moet iemand slaan en dat blijkt dan toevallig zijn eigen Zoon te zijn. Nee, zo dus niet.

Laat ik kort zeggen hoe het wel is. En laat ik dan als eerste zeggen dat wat ik ga zeggen veel minder rijk en diepzinnig is als wat het Nieuwe Testament hierover allemaal zegt. Dat gezegd hebbend, gaat de gedachte in het Nieuwe Testament ongeveer zo. De dood is de straf op de zonde. Als iemand sterft, is dat het ondergaan van een straf. Maar met de dood komt er ook een einde aan de zonde. En met het ondergaan van de dood als straf is de mens ook voldoende gestraft. 

Dat idee kennen wij nog steeds. Als iemand sterft, komt een eind aan het proces tegen hem. Ook in ons rechtssysteem worden geen doden vervolgd. Toen afgelopen week die gijzelnemer overleed aan zijn verwondingen, eindigde ook de rechtsvervolging. Er wordt enkel nog onderzoek gedaan naar de toedracht van de gijzeling, maar er komt geen proces meer.

Als wij sterven, sterven wij voor onze zonden. Sterven voor de zonde is dus niets bijzonders. Punt is alleen dat Jezus Christus niet voor zijn eigen zonde sterft – die heeft Hij niet! – Hij sterft voor onze zonden. Dat is zijn liefde voor ons. Hij gaat ten onder aan alle kwaad waartoe mensen in staat zijn. Maar als Hij sterft, eindigt onze rechtsvervolging. Want wij sterven met Hem. Dat betekent ook de doop. Wij sterven met Hem en kunnen niet meer vervolgd worden. Zo sterft Jezus om het met Kajafas te zeggen voor heel het volk. 

Aanstaande woensdag begint de Veertigdagentijd. Tijd waarin we stil staan bij Jezus’ weg van lijden en sterven. Hij gaat zijn weg voor ons. Het is zijn liefde die we zien. Johannes vertelt – we zullen dat in de komende weken horen – hoe aan de ene kant de machten van het duister en het kwaad zich tegen Jezus keren en hoe aan de andere kant zijn liefde voor de zijnen steeds groter wordt. Dat kwaad en die liefde brengen Hem aan het kruis. En dan zal blijken dat de liefde het wint. Hij staat op uit de dood. Zodat ook wij opstaan.

Want door Jezus’ dood komt er ook een einde aan de macht die de zonde over ons leven heeft. Over iemand die al gestorven is, kan de zonde geen macht hebben. De machten zijn stukgelopen op zijn liefde. En dus kunnen wij opstaan tot een nieuw leven. Ook dat gebeurt in de doop. We gaan niet alleen onder in het water, we komen er ook weer uit. In een wereld waarin Kajafas en Poetin de dienst uitmaken, in onze levens waar zonde en tragiek zoveel kapot maken, daar is Hij. En daar is zijn liefde voor ons bevrijdend. 

Het is beter dat één mens sterft voor het volk. Laat je door zijn liefde overtuigen. Zijn dood is onze dood. Zijn opstanding is ons leven. 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.