Vanmorgen preekte ik over Jezus’ intocht in Jeruzalem zoals Johannes daarover bericht in Johannes 12:12-19.

Eigenlijk had ik, voordat we gingen lezen uit Johannes 12, willen vragen hoe Jezus’ intocht in Jeruzalem volgens u verlopen is. Grote kans dat u begonnen was over Jezus die zij leerlingen op pad stuurt om een ezeltje – of twee – op te halen in een nabijgelegen dorpje, en dat ze als iemand hen daarop zou aanspreken ze zouden moeten zeggen: ‘de Heer heeft het nodig.’

En u had waarschijnlijk verteld over de mantels op de weg en de palmtakken. Misschien had u zich ook nog wel herinnert dat Jezus huilt als Hij de stad nadert. En een enkeling had ook nog geweten dat na de intocht Jezus de tempel reinigt en zich daarmee definitief onmogelijk maakt bij de religieuze autoriteiten.

Nu we dit jaar uit Johannes lezen en vanmorgen dus zijn versie van de intocht horen, valt op dat er flinke verschillen zijn met de versie zoals die in ons hoofd zit. Wat in ons hoofd zit is vooral gebaseerd op de versie van Matteüs, Marcus en Lucas.

Nu hoop ik dat u daar vanmorgen niet onrustig van wordt. Zo van: wat is er nu echt gebeurd, en: wie heeft er gelijk? Maar dat we met elkaar de ruimte hebben om na te gaan welke accenten Johannes legt en waarom hij dat doet. Dan zullen we ook de boodschap van dit gedeelte voor ons op het spoor komen.

Wat valt er op aan de versie van Johannes? In de eerste plaats dat het initiatief niet bij Jezus ligt, maar bij de menigte. Zij gaat de stad uit, zij gaat Jezus tegemoet. Johannes legt uit dat ze dat doen, omdat ze gehoord hadden dat Jezus Lazarus uit de dood had opgewekt. Ze hadden dat teken begrepen en hebben daarom het verlangen dichtbij Jezus te zijn. Als ze horen dat Hij in aantocht is, gaan ze de stad uit, Hem tegemoet.

De menigte behandelt Jezus daarmee als een koning. Zo deed men dat in het oude nabije oosten. Als er iemand kwam die je hulde wilde bewijzen, dan bleef je niet in je stad, maar ging je je stad uit, op weg naar de hoogwaardigheidsbekleder. Op die manier toonde je je blijdschap dat iemand kwam. 

En je toonde zo ook dat je jezelf onderwierp aan degene die kwama, want je verliet de veiligheid van je ommuurde stad en begaf je in het open veld. Daar was je kwetsbaar. Je gaf je over aan de goedheid en genade van hem die komt. Zo gaat de menigte Jezus tegemoet. Ze brengen Hem koninklijke hulde. Ze zijn blij dat Hij komt. En ze leveren zich aan Hem uit. 

Ook de palmtakken hebben een koninklijk tintje. Symbool van overwinning zijn ze. En dan is er ook nog de vrolijke uitroep: Hosanna! Gezegend hij die komt in de naam van de Heer, de koning van Israël! Hosanna betekent letterlijk ‘red ons!’, maar het was destijds meer een vreugderoep geworden: jij bent de redder! En ‘gezegend hij die komt in de naam van de Heer’ komt uit Psalm 118, een Psalm die men zong tijdens het Pesachfeest dat aanstaande was. 

En dan die woorden ‘de koning van Israël’. Dat staat zo niet in de Psalm. Dit voegt de menigte zelf toe. Hier horen we heel expliciet wat de menigte van Jezus denkt. Ze treden hem tegemoet als koning. Hij is hun koning!

En nu moeten wij niet meteen zeggen dat de menigte het verkeerd ziet. Dat Jezus een heel ander soort Messias is dan zij verwachten. Dat Hij niet de gehoopte revolutionair is die hen van de Romeinen zou bevrijden. Nee, de menigte treedt Jezus als koning tegemoet en er staat nergens dat ze het bij het verkeerde eind heeft. In het Johannesevangelie is het ook niet ‘heden hosanna, morgen kruisig Hem!’ In Johannes 19 zijn het de Joodse leiders en de Farizeeën die om Jezus’ kruisiging schreeuwen, niet de menigte.

Wat er wel staat, is dat Jezus een ezeltje ziet en erop gaat zitten. Het is opvallend dat dat het enige is wat Hij doet. Hij zegt niets. Hij doet niets. Hij huilt niet. Hij ziet een ezeltje en gaat erop zitten.

Waarom doet Jezus dat? Ik dacht eerst dat Jezus daarmee duidelijk wil maken dat Hij inderdaad geen koning is zoals de menigte denkt en wil. Dat Hij met dat ezeltje laat zien dat de verwachtingen van de menigte te hooggespannen zijn. Dat dat zitten op het ezeltje een contrasthandeling is, waarmee Jezus met weinig woorden veel zegt. Tegenover de grote menigte het kleine ezeltje. Tegenover het gejuich zijn zwijgzaamheid.

Maar ik vraag me af of dat zo is. Er staat niet dat de menigte het niet begrijpt. We horen ook niet dat de menigte boos of teleurgesteld wegloopt. Dat ze zo’n mannetje op een ezeltje geen koning vinden. We horen eigenlijk helemaal niets meer over en van de menigte in het Johannesevangelie. Dit is het laatste wat zij doet. Jezus binnenhalen als koning. Een heel veel zeggend moment dus.

De menigte. Het is de hoogste tijd dat we eens beter naar haar kijken. Wie is de menigte? De menigte dat is de gewone man en vrouw. ‘De burger’. De gemiddelde Nederlander.

Een week of twee geleden publiceerde het Sociaal Cultureel Planbureau weer eens een rapport over geloof in Nederland. Het persbericht waarin dit rapport werd aangekondigd had als kop ‘Nederland is geen gelovig land meer.’ Voor het eerst zegt een meerderheid van de Nederlanders niet gelovig te zijn. Zij noemen zich atheïst of agnost. Zij menen dat God niet bestaat of dat wij niet kunnen weten of er een god bestaat.

Het rapport roept een heleboel vragen op – over wat geloof eigenlijk is en hoe je dat kunt meten – maar het rapport maakt ook heel duidelijk dat er buiten kerken, synagogen en moskeeën, steeds minder religie, zingeving, spiritualiteit, of hoe je het ook noemen wilt, te vinden is. We hebben vaak gedacht dat ook al liep het kerkbezoek terug, er ondertussen nog wel een heleboel geloof in ons land te vinden is. Dat blijkt dus niet zo te zijn. De gemiddelde Nederlander is geen gelovig mens. 

Ik denk dat we via dat SCP-rapport de menigte in beeld krijgen. De menigte dat is niet het vrome kerkvolk. Dat zijn ook niet de mensen die tijd en geld hebben om aan zingeving te doen. De menigte leeft haar leven, wordt in beslag genomen door wat elke dag van haar vraagt. De drukte, de sleur, het werk, de verstrooiing. De menigte is blij dat ze het eind van een lange week werken onderuitgezakt op de bank. Kom bij haar niet aan met verhalen van geloof, hoop en liefde, verwacht van haar niet dat ze nadenkt over de zin van het bestaan, denk niet dat zij tijd heeft voor religie. Het leven zoals het is, is al meer dan genoeg.

Wij kennen die menigte, en niet alleen in die zin dat we ze kunnen aanwijzen, maar ook omdat we zelf bij die menigte horen. Het sociaal cultureel planbureau zal ons waarschijnlijk wel tellen als gelovigen, maar het feit dat wij in de kerk zitten zegt helemaal niets over geseculariseerd ons hart en ons leven is. Wij vinden het echt niet makkelijker dan de zogeheten ongelovigen om ons een god voor te stellen die er niet alleen is, maar die ook hartstochtelijk op ons leven betrokken is. En de zorgen om het bestaan gaan aan ons niet voorbij. En verstrooiing en vermaak hebben ook op ons een geweldige aantrekkingskracht. 

En daar staan wij dan, langs de weg. Tot onze eigen verbazing en verwondering. Ik hier? We geloven niet, maar er leeft blijkbaar een onblusbaar verlangen in ons. Waar de andere evangelisten ook zo hun twijfels hebben bij de motieven van de massa, komt ze hier bij Johannes dus anders uit de verf. De gewone man en vrouw herkent in Jezus zijn en haar koning. Hij is het die ons raakt. Hij komt heel dicht bij ons verlangen. Het verlangen wat wij zorgvuldig onder onze gewoonheid hebben verborgen. Wij hebben gehoord dat Jezus Lazarus uit de dood heeft opgewekt. Wij hebben gehoord dat er nieuw leven te vinden is bij Jezus. En dat brengt ons in beweging. Want dat zou geweldig zijn, toch? Nieuw leven!

Er is nog iets wat in onze lezing over de menigte wordt gezegd. Aan het eind zeggen de farizeeën: ‘…kijk maar, de hele wereld loopt achter hem aan.’ (vers 19) De hele wereld. Er zijn op dat moment pelgrims uit allerlei landen in Jeruzalem en allemaal voegen ze zich in die ene menigte. De verschillen tussen ons mensen vallen weg in dat ene verlangen naar een koning. Iemand aan wie wij ons kunnen toevertrouwen, kunnen uitleveren. Iemand die ons niet kwetsen zal, die ons hart niet verovert om het te vertrappen, die ons niet gebruikt voor zijn eigen gewin, iemand van wie wij niet nog meer moeten en nog minder mogen. Nee, een echte koning. Die ons vrij maakt.

En Jezus gaat op een ezeltje zitten. Want – zo vertelt Johannes – er staat geschreven in Zacharia 9 vers 9: ‘Vrees niet, vrouwe Sion, je koning is in aantocht en Hij zit op een ezelsveulen.’ Volgens mij wil Johannes zeggen dat Jezus deze tekst kent en dat Hij daarom op dat ezeltje stapt. Jezus doet heel bewust wat die koning in die tekst uit Zacharia doet. Die koning zit op een ezel en Jezus ziet die ezel en gaat erop zitten. 

Dus wat gebeurt hier? Jezus aanvaardt het koningschap dat de menigte Hem aanbiedt! Hij laat zich hier koning maken. Hij gaat mee in het verlangen van de menigte. Jezus wil onze koning zijn! Is dit wat jullie verlangen? Goed, ik ben er voor jullie. Is dit wat jullie nodig hebben? Ik zal erin voorzien. Is dit waar jullie, hoe verschillend jullie ook zijn, allemaal op uit zijn? Hier ben ik. Kom maar. Volg mij maar. Vrees niet.

Jezus aanvaardt het koningschap. Als wij komende week Jezus’ weg van lijden, sterven en opstanding volgen, dan realiseren wij ons dat Hij dat doet voor ons. Voor ons, ja, maar dat ons is heel breed. Jezus gaat zijn weg niet alleen voor de gelovigen, voor de kerkmensen. Hij gaat zijn weg als de koning van de menigte, als de koning van de gewone man, van de gemiddelde Nederlander. Jezus Christus is niet van ons, hij is niet onze held, onze man. Hij is er voor iedereen. Hij is de koning van de menigte.

Ten opzichte van Jezus Christus staat ieder mens in dezelfde verhouding. Elke Woerdenaar is voor hem gelijk. Hij is niet minder betrokken op wie Hem niet kent, dan op degenen die zijn naam voortdurend noemen. Hij gaat zijn weg voor allen. Alleen gaat Hij de weg voor allen. Zo staan wij langs de weg. We zien Hem gaan. Stil, op zijn ezeltje. ‘Hij ging de weg zo eenzaam. Hij droeg zijn eigen kruis. Hij bad: Mijn God, vergeef hen! Hij leed en stierf op Golgotha. Hij deed dit ook voor ons, voor allen, ook voor ons.’ (Lied 560:3)

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.