Meteen naar de inhoud

‘Jouw God is mijn God’

Vandaag preekte ik over Ruth 1. In de inleiding op de dienst leg ik uit waarom. In de preek sta ik vooral stil bij Ruth 1:16b. 

Inleiding op de dienst

Het is vandaag Pinksteren. We denken dan aan wat er gebeurde in Jeruzalem vijftig dagen na Jezus’ opstanding. De Geest komt op Jezus’ vrienden en volgelingen en de Jezusbeweging is een feit. Een beweging die tot op vandaag, tot hier en nu doorgaat.

Het christelijke Pinksterfeest heeft wortels in het joodse Wekenfeest, Sjavoeot. En dit jaar vallen het Pinksterfeest en het Wekenfeest precies samen. Gisteren, op de sabbat, vierden joden over de hele wereld dit feest.

Het Wekenfeest wordt vanouds gevierd bij het begin van de oogsttijd en later is men op dit feest ook gaan vieren dat God zijn woorden en wetten gaf aan zijn volk, Hij gaf hun zijn Thora op de berg Sinaï. Die woorden en wetten zijn figuurlijk het belangrijkste wat God in onze wereld heeft gezaaid en eenmaal komt de grote oogst, dat heel de wereld Gods woorden en wetten zal doen en dat het goed zal zijn.

Ik vertel dat omdat we zo ook op het spoor komen waar ons Pinksterfeest over gaat. Het gaat om oogst. Het goede nieuws van Jezus Christus’ opstanding is de wereld ingegaan en zij die erin geloven zijn de eerste opbrengst daarvan. Jezus is hét belangrijkste woord van God en door de heilige Geest komen we steeds dichter bij het moment dat iedereen dat Hem hoort en vertrouwd.

In de synagoge wordt op het Wekenfeest het boek Ruth gelezen. Dat gaan wij vandaag – en de komende weken – ook doen. We horen op deze Eerste Pinksterdag Ruth 1. Een mooi verhaal. Of mooi… Er komt een heleboel verdriet en ellende in voor: droogte, honger, dood… Maar te midden van dat alles straalt Ruth. Zij zegt iets ongelofelijk moois.

Preek

‘Jouw volk is mijn volk en jouw God is mijn God.’

Wat zou de wereld daarvan opknappen, als dat vaker zou klinken.

‘Jouw volk is mijn volk en jouw God is mijn God.’

Jouw toekomst is mijn toekomst.
Jouw land is mijn land.
Jouw vrienden zijn mijn vrienden.

Jouw probleem is mijn probleem.
Jouw verleden is mijn verleden.
Jouw tekort is mijn tekort.

Jouw kerk is mijn kerk.
Jouw lied is mijn lied.
Jouw geloof is mijn geloof.

Jouw seksuele oriëntatie is mijn seksuele oriëntatie.
Jouw gender is mijn gender.
Jouw genot is mijn genot.

Jouw kerkgebouw is mijn kerkgebouw.
Jouw kerkenraad is mijn kerkenraad.
Jouw ambt is mijn ambt.

Jouw familie is mijn familie.
Jouw vader en moeder zijn mijn vader en moeder.
Jouw broers en zussen zijn mijn broers en zussen.

Jouw oorlog is mijn oorlog.
Jouw trauma is mijn trauma.
Jouw vrede is mijn vrede.

Jouw stress is mijn stress.
Jouw burn-out is mijn burn-out.
Jouw zoektocht is mijn zoektocht.

Jouw twijfel is mijn twijfel.
Jouw vertrouwen is mijn vertrouwen.
Jouw secularisatie is mijn secularisatie.

Jouw klimaatcrisis is mijn klimaatcrisis.
Jouw inflatie is mijn inflatie.
Jouw duurzaamheid is mijn duurzaamheid.

Jouw parkeerbeleid is mijn parkeerbeleid.
Jouw club is mijn club.
Jouw stad is mijn stad.

Jouw mantelzorg is mijn mantelzorg.
Jouw huishouden is mijn huishouden.
Jouw schulden zijn mijn schulden.

Jouw verlangen is mijn verlangen.
Jouw leven is mijn leven.
Jouw waarheid is mijn waarheid.

Ik had nog wel even door kunnen gaan.

Jouw blinde vlek is mijn blinde vlek.
Jouw gasrekening is mijn gasrekening.
Jouw huidskleur is mijn huidskleur.

Ik heb overwogen om mijn preek alleen maar te laten bestaan uit zinnetjes als deze. Jouw… is mijn… . Ik hoop dat u gevoeld heeft en nog voelt wat er gebeurt als dit soort zinnetjes klinken. Je voelt verbinding, contact, nabijheid, liefde.

En ik hoop ook dat je verlangen voelt. Dat je denkt: ja! Dat je hart open gaat. Dat je hoopt dat iemand tegen jou zegt: dat van jou, dat is ook van mij

Ruth zegt iets heel bijzonders daar op de grens van Moab en Israël. In een hoofdstuk vol kommer en kwel – honger, dood, loslaten, bitterheid – stralen haar woorden als sterren in de nacht. Ze stralen ook in de nacht van onze wereld.

Wij leven in een wereld van mijn en dijn. Een wereld waarin broeders en broedervolken elkaar naar het leven staan. Een wereld van arm en rijk. Een wereld van losers en de happy few.

De woorden van Ruth stralen ook in de nacht van ons leven. Ons leven waarin we ook zomaar tegenover elkaar kunnen komen staan. Waar de dingen makkelijke kapot gaan dan dat je ze herstelt. Waar ziekte en dood ons leven en onze relaties bedreigen.

Bij alles wat uiteenvalt, bij alle loslaten en elkaar laten vallen, horen we vandaag iets anders. ‘Jouw volk is mijn volk en jouw God is mijn God.’

Hoe kan Ruth dit zeggen? Hoe komt ze erop? En hoe kunnen wij ook zo ver komen? Dat we echt verbinding maken met elkaar?

Ruth zegt: ‘Jouw God is mijn God.’ Ruth verbindt zich met de God van Naomi, de God van Israël. En het bijzondere van die God is dat Hij hoewel Hij Naomi’s God is, hoewel Hij Israëls God is, juist als die heel bijzondere God de God van heel de wereld, van alle mensen wil zijn. Hij kiest dat ene volk uit met het oog op alle volken. Hij geeft hen zijn Woord opdat eenmaal de aarde vol zal zijn van kennis van de HEER, zoals de zee vol water is (Habakuk 2:14).

Het is die unieke God die verbinding mogelijk maakt. Hij is het geheim van die diepe verbondenheid waarin Ruth ons voorgaat. God wil niet alleen jouw God zijn, niet alleen mijn God zijn, Hij wil onze God zijn.

Hebben wij misschien zo’n moeite ons met elkaar te verbinden, omdat we zo’n moeite hebben om in die God te geloven? Omdat wij 21e– eeuwse Westerse mensen zijn, die leven in een cultuur die in alles lijkt te zeggen: ‘Dat geloof je toch niet meer?! Doe niet zo gek! Zoek een andere hobby!’ En wat komt dat bij ons binnen. Het sijpelt door allerlei kieren ons leven binnen.

Wat wij nodig hebben is iets van die stoerheid van Ruth. Ze gaat mee. Ze laat zich niet wegsturen. Ze gaat niet terug naar het oude vertrouwde. Ze duikt niet weg. Ze weerstaat de golven van Naomi’s emotionele smeekbedes terug te gaan. Zij zal met haar meegaan. Zij zal Moab achter zich laten.

Wees als Ruth. Weg moeten we uit het Moab van onze tijd. Het Moab van ‘je leeft maar één keer’, ‘haal eruit wat erin zit’, ‘pak wat je pakken kan’, ‘zorg dat je zelf niets tekort komt, want een ander doet dat ook’. Het Moab van ongeloof en je schouders ophalen.

Geloof vraagt iets van die onverzettelijkheid van Ruth. Zoals de Oekraïners hun land verdedigen tegen een veel sterkere veroveraar, zo staan we als gelovigen in onze tijd. Als iedereen roept dat het onzin is, als zelfs Naomi zegt: ‘Ga toch terug.’, dan toch volhouden. ‘Jouw volk is mijn volk en jouw God is mijn God.’

Pinksteren is het feest dat ons de moed geeft vol te houden. Pinksteren is het feest dat ons verlangen naar verbinding voedt. Pinksteren is het feest dat het visioen levend houdt dat eenmaal de hele wereld vol zal zijn van de kennis van God. Pinksteren is het feest van de stoerheid, de volharding en de vrijmoedigheid.

Daar staan Jezus’ vrienden en volgelingen. In een stad vol mensen. Voor het oog van heel de wereld. ‘Wij zijn niet dronken, wij zijn niet gek, wij zijn niet achterlijk en niet ouderwets. Wij zijn de volhouders, wij zijn de onverzettelijken, wij zijn trouw, wij geloven in verbondenheid, wij geloven in God, onze God, jouw God.’

Jouw taal is mijn taal.
Jouw goede boodschap is mijn goede boodschap.
Jouw Jezus Christus is mijn Jezus Christus.

Wees als Ruth. Laten wij de mensen zijn van: jouw volk is mijn volk en jouw God is mijn God.

1 reactie op “‘Jouw God is mijn God’”

  1. Pingback: ‘Neem en eet’ – Ruth II – Jan Willem Stam

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.