Maria en Gabriel, de gemeente en Jezus Christus

De ontmoeting tussen Gabriël en Maria zegt twee tegengestelde dingen die tegelijkertijd waar zijn. 

Het ene wat ons duidelijk gemaakt wordt, is dat in de komst van Jezus Christus alles bij elkaar komt wat Gods mensen met Hem hebben meegemaakt. 

Gabriël – ‘man van God’ betekent zijn naam – ontmoet Maria, dat is althans haar Griekse naam, ze zal geluisterd hebben naar de naam Mirjam. En dan zijn we meteen bij Rode Zee waar Mirjam haar finest hour beleeft als zij zingt over de veilige doortocht door de zee en de bevrijding van de Egyptenaren. ‘Het paard en zijn ruiter stortte Hij in zee.’ 

En ook de naam van koning David klinkt. Israëls Vader des Vaderlands. De koning die dapper genoeg was om het tegen Goliath op te nemen en die Israël talloze psalmen schonk. De grootste koning die ze ooit hebben gehad. En we horen de naam Jakob, die worstelend met God een nieuwe naam kreeg: Israël. 

En dat alles, die hele geschiedenis, met z’n licht en z’n duister, oordeel en genade, wordt opgeroepen als Gabriël bij Maria binnenstapt. Die hele geschiedenis doet mee. Alles, alles wat God met zijn mensen heeft meegemaakt komt in Jezus samen. Alles wat er gebeurd is, al die eeuwen, het was nodig om hier te komen. Elk moment, elke kleine gebeurtenis was hier op gericht. En de grote dingen, de dingen waar van we dachten dat ze groot waren, blijken niets anders dan een stuwende kracht naar dit moment. 

En het is nog veel gekker. Ook alles wat na Jezus’ komst gebeurd is, heeft betekenis door dat ene moment. Zijn komst, zijn leven, zijn dood, zijn opstanding is het vast punt van waaruit alles zijn waarde en betekenis krijgt. Er is niets in onze wereld, in onze geschiedenis, in ons leven, in onze kerken, er is niets waarvan Hij zegt; ‘Dat interesseert mij niet, dat moet je zelf maar weten, daar heb je mij niet bij nodig.’ Nee, dat lost niet alles op en het is ook lang niet altijd helder hoe de dingen zich tot Jezus Christus verhouden, maar Hij is het enige vast punt van waaruit we verder kunnen. Alles komt samen in Hem. Het is als een soort zandloper. Alles komt bij Hem uit en alles komt uit Hem voort.

Dat is de ene boodschap. De andere boodschap lijkt daar volstrekt mee in tegenspraak. Want die ontmoeting tussen Gabriel en Maria wil ook duidelijk maken dat de komst van Jezus Christus een totaal nieuw begin betekent. Dit is geen reparatie van het oude, maar een totale vervanging. Dit is iets nieuws. Geen oude wijn in nieuwe zakken. 

Maria is een jonge vrouw. Ze is nog niet getrouwd. Ze weet wel wie het wordt en bij hem hoort ze dan ook. Jozef, die zelfs nog een afstammeling van David is. Maar ze zijn nog niet samen. Maria woont nog bij haar vader, mag je veronderstellen. Pas als ze oud genoeg is en de bruidsschat bij elkaar is gespaard kan het huwelijk plaatsvinden en kan Maria bij Jozef intrekken. 

Maria’s kind zal God als Vader hebben. Hij is geen nakomeling van een mens. Om dat helemaal te vatten, moeten we even stilstaan bij hoe men destijds tegen voortplanting aankeek. Dat er voor de conceptie behalve een zaadcel ook een eicel nodig is was destijds nog niet bekend. De baarmoeder werd gezien als een lege plek waar de man dan iets in kon stoppen en dan groeide dat in de vrouw uit tot een kind. Daarmee werd het vrouwenlichaam natuurlijk onderschat en dat heeft mede tot een heleboel ellende voor vrouwen geleid.

En Gabriël gaat mee in dat denken. Je zou verwachten dat een engel toch beter weet. Maar nee, hij is niet gekomen om ons uit te leggen hoe voortplanting werkt, hij is gekomen om de komst van Jezus aan te kondigen. En dat doet hij.

En hij beantwoordt Maria’s vraag hoe het kan, door te zeggen dat wat uit haar geboren zal worden niet afkomstig is van een man, een mens, maar van de heilige Geest, van God. Het feit dat Maria geen man heeft, nog geen man heeft, is alleen daarom interessant. Omdat het duidelijk maakt dat hier de mens niet meedoet. Dat het God is, Hij alleen, die iets nieuws kan beginnen.

Dus in Christus komt alles samen en in Christus begint iets totaal nieuws. Het is allebei waar. En wat kun je naar allebei verlangen! In een wereld waar zoveel verandert en waarin er tegelijkertijd niets nieuws onder de zon is. In mijn leven, te midden van mijn falen, schaamte, goede bedoelingen en successen iets is, Iemand is die waar en zeker is, die ons de hand reikt en vraagt om op Hem te vertrouwen. Iemand die ons nieuw maakt.

Daarom horen wij de woorden van Gabriel ook als of ze tegen ons gezegd worden: ‘Gegroet, Maria, je bent begenadigd, de Heer is met je.’ Dat is wat de gemeente van Jezus Christus te horen krijgt. 

Want Maria, dat zijn wij. Maria is het toonbeeld van de kerk, icoon van genade. Maria dat zijn wij. Kijk maar naar wat ze zegt. Het eerste wat Maria zegt is: ‘Hoe kan dat?’ En dat is typisch de vraag van de mens. Onze grote vraag is: ‘Hoe?’ Hoe dan?! Hoe dan, een nieuwe wereld? Hoe dan, opstanding? Hoe dan, dan een nieuw lichaam? Hoe dan, ik een nieuw mens? Hoe dan, God? Hoe kan dat gebeuren? Maria stelt onze vraag.

En Maria gaat ons ook voor in het antwoord, want het tweede wat ze zegt is: ‘De Heer wil ik dienen: laat er met mij gebeuren zoals u hebt gezegd.’ Dat is ook onze tekst. De Heer wil ik dienen. Laat er met mij gebeuren wat u hebt gezegd.’ Dat is wat Maria ons vanmorgen voorzegt. En wij mogen het nazeggen.

Jezus Christus wil ook in ons wonen. In ons doen en laten. In ons denken en voelen. In alles. ‘Je bent begenadigd, de Heer is met je.’ Wees welkom! ‘Kom tot ons, de wereld wacht.’ Nun komm, der Heiden Heiland.


Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.