1. ‘Ik zou graag anders willen, maar de Bijbel laat mij geen andere optie dan hier tegen te zijn.’ ‘Wat mij betreft speelt de Bijbel geen enkele rol bij deze beslissing.’ ‘Je moet bij dit soort onderwerpen vooral kijken naar de rode draad in de Bijbel en niet naar losse teksten.’
Drie reacties die je in de kerk telkens tegenkomt als het gaat om de Bijbel en ethische beslissingen. En ook nu wij ons als wijkgemeente Noord+West bezinnen op het zegenen van relaties anders dan een huwelijk tussen man en vrouw, kwam ik deze reacties de afgelopen weken in onze gemeente tegen.
Ik wil vanavond allereerst maar eenvoudigweg constateren dat de Bijbel niet voor iedereen dezelfde rol speelt in deze bezinning. En ik wil ook constateren dat we daarmee niet afwijken van het patroon wat je telkens ziet als kerkgemeenschappen de Bijbel lezen met het oog op de ordening van het leven.
2. Het tweede wat ik wil benoemen is dat er bij dit soort onderwerpen heel makkelijk sprake kan zijn van een ongelijke verdeling van de bewijslast. Ik bedoel dit: als je voor het zegenen van andere relaties bent moet je uitleggen hoe je bepaalde teksten dan leest, terwijl zij die tegen zijn met een zekere vanzelfsprekendheid de Bijbel aan hun kant lijken te hebben. Ik hoorde van gemeenteleden die op het schoolplein werden aangesproken op alleen al de mogelijkheid dat wij andere relaties zouden kunnen gaan zegenen. Sta je nietsvermoedend je kinderen op te halen, worden je opeens een paar Bijbelteksten voor de voeten geworpen!
Ik beweer vanavond dat op z’n minst ook het omgekeerde het geval is: als je tegen het zegenen van andere relaties bent, heb je op grond van de Bijbel iets uit te leggen. Laat me proberen duidelijk te maken waarom ik dat zo zie.
3. De Bijbel is geen boek. De Bijbel is een verzameling boeken. Die boeken zijn in verschillende tijden en situaties tot stand gekomen. Dat is geen Bijbelkritiek, dat is gewoon een kwestie van goed lezen. De boeken van de Bijbel vertonen duidelijke tekenen van een complex totstandkomingsproces. De Bijbel probeert die complexiteit niet te verbergen. Ze doet zich niet voor als een homogeen getuigenis, alsof ze uit de hemel is neergedaald. Nee, je kunt duidelijk zien dat er verschillende stemmen klinken in de Schrift. Stemmen die met elkaar in gesprek zijn, stemmen die het soms nadrukkelijk oneens zijn.
Ik heb in de experimentele dienst op 23 oktober iets vertelt over de priesterlijke theologie en de profetische theologie in het Oude Testament. En ook in het Nieuwe Testament klinken verschillende stemmen. Je hebt drie synoptische evangeliën, je hebt het Evangelie volgens Johannes, daarnaast is er Paulus, en Jacobus heeft ook weer een heel eigen stem. Kortom, het Bijbelse getuigenis is veelkleurig en meerduidig.
Consequentie hiervan is dat je als lezer aan het werk moet. Je kunt niet volstaan met een beroep op deze of gene tekst en op grond daarvan stellen: ‘De Bijbel zegt…’. De Bijbel zegt wel meer en het citeren van een of andere losse tekst is niet de manier waarop je deelneemt aan het gesprek dat de Schrift in zichzelf voert.
Eindigt het dan in relativisme? Zo van: wat je ook wilt beweren, je kunt er altijd wel een Bijbelse onderbouwing voor vinden? Nee, er zijn wel degelijk grenzen aan wat de Bijbel aan uitleg toelaat. Stelen, moorden en echtscheiding zijn nooit goed te praten op grond van de Bijbel. Je kunt hooguit laten zien dat er omstandigheden kunnen zijn waarin deze dingen als ‘minst slechte optie’ gedoogd kunnen worden.
4. Hoe zit dat met homoseksualiteit en relaties tussen mensen hetzelfde geslacht? Laten we om te beginnen vaststellen dat de schrijvers van de Bijbelboeken geen weet hebben van een gelijkwaardige duurzame liefdesrelatie tussen twee mensen van hetzelfde geslacht, althans een relatie inclusief monogaam seksueel contact. Men kende wel relaties tussen mensen van gelijk geslacht, denk aan David en Jonathan, Naomi en Ruth, Jezus en Johannes, maar niet zoiets als wat bij ons in de volksmond het homohuwelijk heet. Daar zegt de Bijbel gewoon niets over. Zoals de Bijbel ook niets zegt over inentingen, orgaandonatie, enzovoort.
We moeten in alle eerlijkheid ook vaststellen dat de Bijbel niets positiefs te melden heeft over seks tussen twee mensen van hetzelfde geslacht. Er is geen enkele Bijbeltekst die ook maar enigszins in die richting gaat.
5. Laten we de twee belangrijkste teksten die in dit verband geciteerd worden eens nader bekijken. Het gaat dan om teksten uit Leviticus 18 en 20 en Romeinen 1:26-27.
Allereerst Leviticus 18:20. Daar staat: ‘Je mag niet het bed delen met een man zoals met een vrouw, dat is gruwelijk.’ In Leviticus 20:13 worden deze woorden nog eens herhaald.
Het is belangrijk om te zien in welke context deze verzen staan. Hoofdstuk 18 begint en eindigt met het schetsen van het contrast tussen hoe het in Egypte en Kanaän toeging en hoe het in Israël toe zou moeten gaan. Het moet bij Gods volk anders zijn dan in het slavenhuis Egypte en in het heidense Kanaän met z’n vruchtbaarheidsreligies. Als Israël zich daarmee inlaat, dan zijn ze zo weer terug bij af. Dan worden ze slaven van hun begeerten, dan lopen ze de vruchtbaarheidsgoden achterna. Dan gaan ze geloven in hun eigen potentie en vertrouwen ze niet meer op hun bevrijder die hen alles geeft wat ze nodig hebben.
Leviticus 18 en 20 gaan over hoe je seks hebt als vrije en afhankelijke mensen, over hoe je seks leuk houdt. Over hoe je voorkomt dat je in seks gaat geloven. En de boodschap is dan: seks is leuk als je het weet te begrenzen, seks is leuk als je het samen doet, voor altijd.
Eigenlijk is alles leuker als je je weet te begrenzen, als je weet van ophouden, als je niet altijd maar op zoek bent naar wat er nog meer kan. Dat geldt voor werk, dat geldt voor bezit en dat geldt dus ook voor seks. Dat doe je niet met jan-en-alleman, dat doe je niet met beesten, niet met kinderen, niet met verwanten, dat doe je gewoon lekker samen. Lekker simpel, lekker saai. Binnen die grenzen valt er uiteindelijk meer te genieten dan buiten de lijntjes. Onderzoeken tonen keer op keer aan dat gewoon getrouwde mensen, stellen in een monogame relatie het beste seksleven hebben. Zij zijn het meest tevreden. Veel meer dan hun losbandige en experimenterende tijdgenoten.
Terug naar die verzen over mannen en vrouwen. Gaat het daar over een begrensde liefdesrelatie tussen twee mannen of twee vrouwen? Nee, het gaat over wat je naast je huwelijk doet. Het gaat daar over de situatie dat iemand die getrouwd is er ook nog seks op nahoudt met iemand van zijn eigen geslacht. Hij of zij brengt dus een derde in de relatie. En dat is de fout. Het is een kwestie van overspel. Dat is de grens die wordt overschreden.
6. En dan nu naar Romeinen 1:26-27. Daar staat: ‘Daarom heeft God hen uitgeleverd aan onterende verlangens. De vrouwen hebben de natuurlijke omgang verruild voor de tegennatuurlijke, en ook de mannen hebben de natuurlijke omgang met vrouwen losgelaten en zijn in hartstocht voor elkaar ontbrand. Mannen plegen ontucht met mannen; zo ontvangen ze, door eigen toedoen, het verdiende loon voor hun dwaling.’
Het eerste wat ons moet opvallen is dat Paulus hier geen ethische aanwijzing geeft, maar dat deze verzen onderdeel zijn van zijn theologische betoog. In dat betoog is Paulus bezig om de verstoorde relatie tussen God en mens te schetsen. Zowel jood als niet-jood staan niet in de juiste verhouding tot God. Paulus zegt: ‘En je ziet waar het eindigt: in losbandigheid.’ Een leven los van God eindigt in onbegrensdheid.
Is nu een homohuwelijk het eindpunt van een goddeloos, onbegrensd, losbandig leven? Nee. Een monogame permanente relatie tussen twee mannen of twee vrouwen is iets anders. Dat is een uiterst geordende, begrensde manier van leven.
7. Ik meen dus dat deze teksten uit Leviticus en Romeinen niet gebruikt kunnen worden om relaties anders dan een huwelijk tussen man en vrouw af te wijzen. Maar ik wil ook nog een stapje verder. Ik wil niet alleen beweren dat er niets tegen andere relaties is, maar ook dat er iets voor is.
Daarmee kom ik bij wat voor mij de theologische kern is. Als ik mijn visie op het zegenen van relaties moet samenvatten zou ik dat als volgt willen doen: elke relatie die lijkt op Gods relaties met mensen (of dat nu Gods verbond met zijn volk is, of de verhouding tussen Christus en de gemeente) – elke relatie die lijkt op Gods relaties met mensen kan gezegend worden. Ja, sterker nog, dat die relatie lijkt op Gods relatie met mensen ís de zegen op die relatie.
8. Kan een relatie tussen twee mensen van hetzelfde geslacht lijken op Gods relaties met mensen? Om dat te beoordelen moeten we vaststellen wat de kernmerken van Gods relaties met mensen zijn. Ik zou de volgende kernwoorden willen gebruiken: polariteit, complementariteit, exclusiviteit en vruchtbaarheid. God en mens zijn principieel anders, ze vullen elkaar aan, er is niemand anders betrokken in hun relatie en hun relatie heeft toekomst.
Ik loop deze vier kernwoorden langs. Polariteit. Kunnen twee mensen van hetzelfde geslacht van elkaar verschillen? Ja, natuurlijk. Dat zij biologisch hetzelfde geslacht hebben, maakt hen nog niet tot twee dezelfde mensen. In ons anders-zijn komt tot uitdrukking dat God, hoewel Hij geheel anders is dan wij Hij toch met ons van doen wil hebben. En ook in zijn relatie met ons blijft dat verschil bestaan. Wij mogen mensen niet vergoddelijken en God niet vermenselijken. Die vermenging is ons niet toegestaan.
Vervolgens complementariteit. Kunnen twee mensen van hetzelfde geslacht elkaar aanvullen? Ja, natuurlijk. God schept de mens, omdat Hij een antwoordend wezen wil hebben in zijn schepping. Een wezen dat namens Hem de aarde bewerkt en dat namens hem de aarde de hemel looft en prijst. Een mens is daartoe op aarde. God en mens zijn elkaars tegenover, ze passen bij elkaar. En menselijke relaties waarin mensen elkaar vinden, bijstaan, elkaars eenzaamheid opheffen, elkaar aanvaarden ook in hun kwetsbaarheid, daar wordt dat tegenover weerspiegeld.
Exclusiviteit – ten derde – speelt in een relatie tussen twee mensen van gelijk geslacht natuurlijk dezelfde rol als in mensen van verschillend geslacht. God duldt geen andere goden in ons leven. Of dat nu Baäl of Mammon is, de goden van potentie en bezit, ze kunnen er niet bij. Zo kan er ook in een relatie tussen ons mensen geen derde bij.
En tenslotte vruchtbaarheid. Biologisch is een relatie tussen twee mensen van hetzelfde geslacht misschien niet vruchtbaar te noemen, maar sinds wanneer beslist de biologie over de theologie? Juist de verhalen over de onvruchtbare oermoeders en in het Nieuwe Testament de onvruchtbare Elisabeth en de maagdelijke Maria laten zien dat vruchtbaarheid geen menselijke prestatie is of een menselijk vermogen. De toekomst is van God. Hij geeft toekomst. Vruchtbaarheid is een geschenk.
Vruchtbaarheid is de bereidheid te wachten op God en de bereidheid mee te werken aan zijn toekomst, veel meer dan de mogelijkheid om je voort te planten. Wat Bijbels gesproken een huwelijk zo bijzonder maakt is die bereidheid je niet alleen aan elkaar te geven, maar je ook te geven aan de toekomst van God. In het Oude Testament is dat Gods volk, in het Nieuwe Testament is dat de gemeente.
Daarom is – even terzijde – niet trouwen en celibatair leven christelijk gesproken een prima optie. Daarin was het christendom revolutionair. In het Romeinse Rijk was een huwelijk de norm en ook binnen het jodendom van die dagen was ongetrouwd zijn niet normaal. Maar in de gemeente kon dat, zowel voor mannen als voor vrouwen. Paulus schrijft daarover heel mooi in 1 Korintiërs 7. Lees maar eens na.
Terug naar vruchtbaarheid. Dat is dus toekomst ontvangen van God en jouw eigen toekomst daarop richten. In dat opzicht kunnen twee mensen van hetzelfde geslacht ook prima een vruchtbaar leven leiden. Of zij nu kinderloos de gemeente dienen, of via een draagmoeder of adoptie kinderen krijgen, doet er niet toe. Er zijn vele manieren om de toekomst van God te dienen.
Kortom, een exclusieve duurzame relatie tussen twee mensen van gelijk geslacht lijkt op Gods relaties met mensen en kan daarom als gezegend worden gezien.
9. Het is in dit verband veelzeggend dat het Nieuwe Testament veel vaker negatief over echtscheiding spreekt, dan over homoseksualiteit. We hoorden dat ook in Hebreeeën 13. Ontrouw en liefdeloosheid, geloof in eigen potentie, de zonden ook van onze tijd, dat zijn de zonden waar het nieuwe Testament zich fel tegen afzet. Homoseksualiteit binnen een relatie van liefde en trouw valt daar niet onder.
10. Ik zei: Gods zegen is dat onze relatie lijkt op zijn relatie met mensen. Dat wat wij hebben gelijkenis vertoont met Gods liefde geeft een diepe betekenis aan onze relaties en geeft ons het vertrouwen die relaties aan te gaan. Onze relaties worden gedragen door God zelf. Liefde is goddelijk. God is liefde. Hij is de bron ook van onze liefdes. Een bron waaruit wij kunnen putten, in voor- en tegenspoed, in goede en kwade dagen, in rijkdom en armoede, in ziekte en gezondheid, tot de dood ons scheidt. En dan nog is daar Gods liefde, liefde tot in eeuwigheid. Liefde van de Eeuwige is eeuwige liefde.
11. Als wij relaties van mensen van hetzelfde geslacht zegenen zijn we daarmee nog niet wereldgelijkvormig. Wereldgelijkvormigheid is ontrouw, is egoïsme, is seksuele grenzeloosheid. Daar zeggen we ook als we andere relaties zegenen nee tegen. In die zin is het zegenen van andere relaties juist ook het bevestigen van die begrensdheid. De grens ligt niet bij het biologische geslacht van de partners, maar bij het bewust bereid zijn het leven te willen begrenzen, het willen opgeven van de eigen driften en verlangens, het willen lijken op God in zijn exclusieve eindeloze trouw aan zijn schepselen en zijn onvoorwaardelijke keuze voor Israël en de gemeente.
Daarom houden wij relaties van liefde en trouw hoog. Daarom kunnen deze relaties een zegen ontvangen. Om het met Paulus te zeggen, die 1 Korintiërs 7 zo afsluit: ‘Dat is althans mijn mening, en ik meen dat ook ik de Geest van God bezit.’

Geef een reactie