Simon van Cyrene: onwaarschijnlijke getuige

Het duurt niet lang meer voordat het Pasen is. Eén van de dingen die echt bij Pasen is gaan horen is The Passion. De laatste dagen en uren van Jezus’ leven, zijn dood en opstanding worden gespeeld door bekende Nederlanders, met eigentijdse hits en een Nederlandse stad als decor. Voor sommigen het hoogtepunt van de Paasweek, voor anderen iets om bewust te vermijden. Onze jongeren kijken ernaar terwijl ze pizza eten, Pizza and Passion

The Passion helpt mij altijd wel om het lijden en sterven van Jezus Christus en zijn opstanding dichtbij te laten komen. In de loop der jaren heb ik wel gemerkt dat de groepen bekende Nederlanders en Nederlanders die ik ken elkaar steeds minder overlappen en ook dat het ene lied meer doet dan het andere. Ik herinner me een vertaald lied van Jacques Brel ‘Laat me niet alleen’ dat me tot tranen toe roerde.

Eén van de vaste onderdelen van The Passion is dat er door de stad waar het zich allemaal afspeelt een levensgroot lichtgevend kruis wordt rondgedragen. Een processie waarbij de deelnemers om beurten hun schouders onder dat loodzware kruis zetten. Een paar jaar geleden was het kruis ook hier, toen hebben Joost Schelling en ik een avonddienst verzorgd over het thema ‘waarom het kruis?’ U weet dat allemaal nog wel, denk ik. 

Tijdens de uitzending van The Passion wordt er telkens geschakeld naar de verslaggever die meeloopt met het kruis en die aan de mensen die het kruis dragen vragen stelt. ‘Waarom draag jij vanavond mee aan het kruis?’ ‘Wat brengt jou vandaag hier?’ ‘Is er een bijzondere reden waarom jij dit doet?’

Ik moet zeggen dat ik dat altijd de lastigste momenten van de hele avond vindt. En dan bedoel ik niet dat ze me ontroeren. Ik zit vaak met kromme tenen te kijken. Als de verteller alleen al zegt: ‘En dan gaan we nu over naar het kruis…’ begin ik mij al schrap te zetten.

Ik heb mij afgevraagd hoe dat komt. 

Het is ook een rare setting. Zo’n “bekende Nederlander” die verslaggever speelt en zo’n onwaarschijnlijk groot lichtgevend kruis, maar het zijn wel echte mensen met echte verhalen. 

Dat is het misschien ook wel. Die mensen die dat kruis dragen, laten zien wat het evangelie van Jezus Christus doet in de levens van mensen. Wat er uiteindelijk terecht komt van het grote verhaal in de kleine levens van mensen. En hoe vertel je dat met een kruis op je rus, een microfoon voor je neus en een camera die meekijkt? Ik denk dat ik meestal zit te kijken en te luisteren met de ogen en oren van iemand die nooit in de kerk komt. En dan ben ik bang dat zo iemand lachen zal om wat die kruisdragers zeggen. Te simpel, te oppervlakkig, te veel kerkelijk jargon, te veel persoonlijke informatie. Kijk, dit is nu een gelovige, is de boodschap en dan wil ik dus dat zo’n gelovige goed voor de dag komt, maar dat kan bijna niet. 

Misschien vinden jullie wel dat ik moeilijk doe. En daar hebben jullie ook gelijk in. Dat die processie iets doet met mijn tenen zegt natuurlijk vooral iets over mij. Over mijn perfectionisme, over mijn innerlijke criticus, over mijn eigen onvermogen om kort, duidelijk en vlot te zeggen waar het op staat. Ik weet ook wel dat als ik daar zou lopen en de verslaggever zou mij eruit pikken, dat er dan een lang verhaal komt met veel ‘eh’ en weinig wat de mensen bij zal blijven. 

Nu we vandaag onze aandacht richten op Simon van Cyrene moest ik denken aan The Passion. In hem ontmoeten we zo’n kruisdrager. ‘En dan gaan we nu over naar onze verslaggever langs de route. Hoe is het daar, Lucas, langs de Via Dolorosa?’

‘Goeden… morgen, ja het is nog morgen. We zijn hier bij de stoet die op weg is naar Golgotha. En daar komen de veroordeelden aan. Drie stuks dit keer. En vooral het verhaal van Jezus springt eruit natuurlijk. Wie kent Hem niet? We hebben allemaal de verhalen gehoord over wonderen, over zijn bijzondere toespraken, zijn eigenzinnige manier van doen. 

Maar nu heeft Hij toch zijn hand overspeelt. De hogepriesters en Schriftgeleerden hebben het volk slim bespeeld en Pilatus heeft Jezus ter dood veroordeeld. En nu wordt degene van wie we allemaal hielden weggevoerd. 

We zien dat Hij het moeilijk heeft. Hij is al eerder gevallen. Bezweken onder de last van het kruis. Ja, zo’n geseling is afschuwelijk en dat in deze hitte. O, kijk, daar gaat Hij weer. 

Ja, en nu zijn de soldaten het zat. Dit duurt hen te lang. Ze willen dit nare klusje zo snel mogelijk achter de rug hebben. Kijk, er wordt iemand aangehouden. Er wordt gediscussieerd en ja, die man krijg de kruisbalk op zijn rug gelegd en de soldaten bevelen hem achter Jezus aan te komen. 

We gaan eens even kijken of we die man kunnen spreken. Hij komt hier zo langs. Het lijkt erop dat hij niet hier vandaan komt. Hij heeft een… hoe zeg je dat tegenwoordig… migratieachtergrond, een Noord-Afrikaans uiterlijk. 

De stoet staat even stil. Door de drukte komen ze nauwelijks vooruit. Dat geeft ons even de tijd om de man een paar vragen te stellen. 

Goedemorgen, meneer. Mijn naam is Lucas van evangelie-TV en ik zou u graag een paar vragen willen stellen. ‘Waarom draag jij vanavond mee aan het kruis?’ ‘Wat brengt jou vandaag hier?’ ‘Is er een bijzondere reden waarom jij dit doet?’

En dan volgt dus het verhaal van Simon. Dat hij uit Cyrene komt, een stadje in het huidige Lybië. In het Marcusevangelie horen we dat de zonen van Simon Alexander en Rufus heten. Dat zijn bepaald geen joodse namen en het doet vermoeden dat Simon behoorlijk geseculariseerd was, om het met een eigentijdse term te zeggen.

En we horen dat hij toevallig net de stad binnenkwam toen de stoet met Jezus eruit ging. Dat hij dus geen idee heeft van wat er aan de hand is. En dat hij opeens van die soldaat het bevel krijgt het kruis van een van de veroordeelden te dragen. Simon zei nog dat hij Hem niet kende en dat er niets mee te maken had. Maar die soldaat zei dat hij nu eenmaal het recht had om willekeurige burgers te dwingen 1 mijl zijn uitrusting te dragen en dat hij op moest schieten, omdat hij anders een eigen kruis zou krijgen.

En zo ontmoeten we in Symon van Cyrene de meest onwaarschijnlijke volgeling van Jezus. Hij draagt in het duisterste uur het kruis van de Heer. Hij helpt de Zoon van God op zijn weg van verzoening. Niet Jezus’ leerlingen. Niet Simon Petrus die toch gezegd had dat hij alles zou doen voor zijn meester. Nee, deze Simon, vreemdeling in Jeruzalem. Buitenstaander. Niet vroom. Niet gelovig. En hij doet het niet uit medelijden, uit medemenselijkheid. Hij heeft niets met die Jezus. Kent Hem niet. Hij doet het omdat het moet. Je kunt deze Simon prijzen om wat hij doet, maar niet om de intentie waarmee hij het doet.

En je zou je zelfs nog kunnen afvragen of Simon dit wel had moeten doen? Is het niet een beetje heulen met de vijand wat Simon hier doet? Werd hij eruit gepikt omdat die Romeinse soldaat ook wel begreep dat als hij een echte jood, een echte Jeruzalemmer eruit zou pikken dat wel eens tot een rel zou kunnen leiden? Het was misschien wel een veilige keus om deze buitenlander dat kruis op te leggen. 

En had Simon dat niet ronduit moeten weigeren? Nu werkt hij mee met de bezetter. We hadden hier pas gedoe omdat de archieven van de berechtingen en onderzoeken naar collaboratie in de Tweede Wereldoorlog deels openbaar werden gemaakt. Had Simon niet gewoon nee moeten zeggen, ongeacht de consequenties? Ik werk niet mee aan deze executie. Draag dat kruis zelf maar, het is jouw bezetting, jouw politieke terechtstelling. 

We weten ook niet hoe het met Simon is afgelopen. Wat heeft dit met hem gedaan? Zoals gezegd wordt in het Marcusevangelie vermeld dat deze Simon de vader van Alexander en Rufus is. Dat betekent dat de eerste lezers van het Marcusevangelie die kinderen van Simon gekend moeten hebben. Zij waren dus waarschijnlijk christen. En dat zou weer kunnen betekenen dat Simon het ook was. We weten het niet.

Ik denk dat er door de evangeliën over gezwegen wordt omdat het de bedoeling is dat wij zelf gaan invullen hoe het met Simon is afgelopen. Hoe zou het met hem zijn afgelopen als jij Simon was? Als jij daar was, nietsvermoedend, opeens kruisdrager. En je had dat kruis gedragen tot op Golgotha. 

En dan? Was je gebleven? Dan had je het allemaal gezien. De kruisiging. De bespotting. Jezus’ woord tot die andere gekruisigde: ‘Ik verzeker je: nog vandaag zul je me Mij in het paradijs zijn.’ De duisternis. Jezus laatste woord: ‘Vader, in uw handen beveel ik mijn geest.’ De centurio: ‘Wekelijk, deze mens was een rechtvaardige.’ En dan ga je met de anderen terug naar huis, en je ziet de mensen die zich van verdriet op de borst slaan… Wat zou dat met je gedaan hebben? Wat doet dat met je?

Ben jij Simon? Zijn wij Simon? Zijn wij ook van die onwaarschijnlijke gelovigen? Overkomt ons ook niet allerlei lijden, zomaar, opeens. Een vlekje op de scan. Een pijntje wat niet overgaat. Een hart wat faalt. Je lief die je ontvalt, door de dood of door een scheiding. Opeens moet je achter de Heer aan in zijn lijden. En je voelt je hopeloos tekort schieten. Je bent niet zo’n gelovige. Maar het leven dwingt je achter Hem aan. 

Of we zijn net als Simon te bang om nee te zeggen. Bang voor ons hachje. Te verbouwereerd om de juist morele keuze te maken. Of je aan de goede kant van de geschiedenis staat is eerder toeval dan een gevolg van innerlijke kwaliteiten, zo leert diezelfde geschiedenis.

Je zou ook nog kunnen vragen of wij wel oog hebben voor Simon, voor de Simons in onze dagen. Welke kruisdragers zien wij over het hoofd? Wie zijn de buitenstaanders, de onwaarschijnlijke gelovigen in onze tijd? Zijn dat misschien ook die mensen die bij The Passion het kruis dragen, die mensen waar ik me voor geneer. Als ik daar nu eerst eens zelf ga lopen, een van hen wordt, voordat ik daar achter m’n scherm met m’n pizza iets van vind? Dat Simon van Cyrene voorkomt in het lijdensevangelie zegt dat er achter Jezus plek is voo iedereen. Je hoeft geen goed verhaal te hebben. Je kunt daar terecht wie je ook bent.

Simon van Cyrene krijgt een ereplaats in het evangelie. Met naam en toenaam genoemd als kruisdrager. Hij doet wat Jezus eerder gezegd had tegen zijn leerlingen: ‘Wie achter Mij aan wil komen, moet zichzelf verloochenen en dagelijks zijn kruis op zich nemen en Mij volgen.’ Simon heeft dat gedaan en het is niet onopgemerkt gebleven.

Je hoeft niet veel mee te hebben om een volgeling van Jezus te zijn. Een goede afkomst is niet nodig. Moreel hoogstaand hoef je niet te zijn. Zelfs niet aardig of medemenselijk. Je hoeft het zelfs niet te willen. Als Simon het kan, dan kunnen wij het ook.


Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.