Tenslotte… de kerk

Deze preek hield ik vanmorgen in de Petruskerk. We lazen Handelingen 11:19-30.

De afgelopen 6 zondagen ging het in de preek over de kerk. Laten we de balans eens opmaken. Waar gingen die zes preken over? Wat hebben we over de kerk gehoord?

Op 6 juni ging het over het begin van de kerk. En de kerk begint als Petrus op die allereerste Pinksterdag een preek houdt. Een preek die de hoorders diep in het hart raakt. Petrus verkondigt Jezus. Jezus, ‘die jullie gekruisigd hebben’, zo zegt hij er scherp bij. De kerk begint waar wij geraakt worden, pijnlijk geraakt. De kerk begint waar wij beseffen dat wij het probleem zijn en dat de oplossing van God komt en niet van ons.

Op 13 juni ging het over de kenmerken van de kerk. We stonden stil bij Handelingen 2:42: ‘Ze bleven trouw aan het onderricht van de apostelen, vormden met elkaar een gemeenschap, braken het brood en wijdden zich aan het gebed.’ Verkondiging, pastoraat, diaconaat en liturgie, dat zijn de kerntaken van de kerk, dat is wat de kerk doet, ook nu. (Ik stelde ‘het onderricht van de apostelen’ gelijk aan verkondiging, maar misschien moet dat wel catechese zijn.)

Op 20 juni besprak ik met u het boek Hoe handel ik eerlijk, want zo zeiden we, de kerk is de plek waar wij lastige vragen durven stellen en durven aanhoren. Onze goedbedoelde investeringen in duurzaam en groen zijn niet genoeg om een rechtvaardige wereld tot stand te brengen. Wat wij nodig hebben is een radicale nieuwe visie op bezit zoals de eerste christenen: ‘De groep mensen die het geloof had aanvaard, leefde eendrachtig samen. Geen van hen beschouwde zijn bezittingen als zijn persoonlijk eigendom, want ze hadden alles gemeenschappelijk.’ Alles is van God. Alleen als wij de consequenties daarvan onder ogen durven te zien, zal er echt iets ten goede veranderen.

Op 27 juni, tijdens de overstapdienst, ging het erover dat je in de kerk kunt leren hoe je een held wordt. Een held word je door te letten op Jezus, Hij is onze held. 

Op 4 juli preekte collega Berkheij over hoe de kerk omgaat met verschillen en conflicten en hoorden we hoe de apostelen omgingen met de grote vraag in de jonge christelijke gemeente: hoe kunnen joden en niet-joden samen Jezus Christus dienen? Het bleek dat het niet erg is om een compromis te sluiten als je daardoor elkaar vast kunt houden. 

En vorige week stonden we stil bij de boodschap van de kerk. Wat heeft de kerk naar buiten te zeggen? We concludeerden dat de boodschap niet iets is wat wij hebben, maar dat het een vraag is die wij in de eerste plaats aan onszelf stellen en vervolgens ook aan ieder die op ons pad komt: Hoe kunnen wij geloofwaardig antwoord geven op Jezus’ opstanding? Hoe kunnen wij leven alsof Hij leeft? Hoe zouden wij kunnen leven als dat echt waar is? Hoe zou ons leven er dan uitzien?

 6 preken over de kerk. We hebben de kerk van alle kanten bekeken en nu is de vraag wat blijft ons bij? Wat blijft er hangen? Wat kunnen wij hiermee? 

Wat zomaar zou kunnen gebeuren is dat we wat we gehoord hebben uit Handelingen zien als het ideaal, als een hoog voorbeeld van hoe het zou moeten, hoe het zo kunnen zijn. En onze kerk voldoet daar natuurlijk niet aan. Onze kerk is niet de ideale kerk. En dat ligt uiteraard meestal aan een ander, maar als niemand kijkt dan durven we ook wel toegeven dat wij zelf niet ideaal zijn. Nee, het ideaal van Handelingen halen wij niet.

Het is me vaak genoeg overkomen, dan was ik ergens en mijn gesprekspartner kwam erachter dat ik predikant ben, dat ik dan een hele litanie over de kerk over mij uitgestort kreeg. Wat er allemaal niet deugde aan de kerk, wat kerkmensen allemaal wel niet hadden gedaan en dat er heel wat mis is gegaan In de geschiedenis van het christendom. Ik vond dat altijd lastige gesprekken. Aan de ene kant wilde ik niet weglopen voor het feit dat ik op dat moment de kerk vertegenwoordig en dus ook de schaduwkanten van de kerk, aan de andere kant had ik altijd het gevoel dat we niet zo’n gesprek niet praten over waar we het eigenlijk over zouden moeten hebben.

Ik dacht ook vaak: weet u, Het is nog veel erger dan u denkt. Als je werkt In de kerk dan zie je en hoor je nog veel meer waar je vraagtekens bij kunt zetten en Als je theologie studeert dan ga je nog meer zien hoe menselijke toe is gegaan In de geschiedenis van de kerk. Het is nog veel erger dan u denkt.

Kunnen we de kerk niet afschaffen? Zouden we niet kunnen proberen christen te zijn Zonder kerk? Dan lopen ze Mensen kunnen het vandaag de dag geloven Zonder naar de kerk te komen. Er zijn zelfs theologen die een christendom zonder kerk voor staan. U kent Misschien wel die uitdrukking: jezus predikte het Koninkrijk en toen kwam de kerk. We moeten terug naar het Koninkrijk, zeggen sommigen daarom. Terug naar het doen van wat Jezus zei en wat Jezus deed en de rest is overbodig.

Kun je christen zijn zonder de kerk? Vandaag hoorden we dat in Antiochië de leerlingen van Jezus voor het eerst christenen werden genoemd.  Ze werden zo genoemd. Het is niet zo dat ze zichzelf zo noemde.

De aanduiding christenen is dus niet door de volgelingen van Jezus zelf gekozen. Het is een naam die ze gekregen hebben. Het is goed mogelijk dat deze naam spottend bedoeld is. Het Griekse woord christianoi betekent ‘die van Christus’. Dat kan ongeveer zo geklonken hebben: ‘Dat zijn die lui van Christus.’ Die van Christus betekent zoveel als slaaf van Christus, eigendom van Christus. Christenen werden gezien als mensen die zich vrijwillig onderwerpen aan hun meester Christus. En dat vond men in een stad vol met slaven op zijn zachtst gezegd vreemd. Er klinkt ook ongemak in die aanduiding die van Christus door.

Men hoorde die volgelingen van Jezus het telkens hebben over hun Heer, hun Kurios. En men hoorde de liederen over Christus. En met merkt op dat die Jezusmensen anders leefden. Ze deden niet mee aan die hele heisa van de afgodendienst, ze waren niet onder de indruk van de Romeinse machthebbers, ze hadden niets met de gladiatorengevechten, ze waren zelden dronken, ze hadden alleen seks met degene met wie ze getrouwd waren. Kortom, ze waren de vreemde eend in de bijt van de samenleving van Antiochië. Christenen. Klonk behalve spot en ongemak toch ook iets van bewondering deze naam door?

Dit alles roept natuurlijk de vraag op hoe we bekend staan. Welke naam geeft men ons? Zijn wij ook een vreemde eend In de bijt? Omdat wij niet meedoen met het ongebreidelde marktdenken, Omdat we niet meedoen met de rat race van deze tijd, Omdat we vooropgaan In de strijd voor gerechtigheid, duurzaamheid, inclusiviteit?  Soms vrees ik dat we meer te boek staan als een club die vooral met zichzelf bezig is en waar je weinig last van hebt.

We steken veel tijd in onszelf. En in deze tijd van krimp Misschien wel meer dan ooit. Hoe houden we de boel draaiend? Hoe kunnen we met minder middelen meer doen?  We zijn vaak niet ‘die van Christus’, maar ‘die van Noord+West’, of ‘die van hervormd’ of ‘die van protestants’. Zouden we die hele kerk dan niet afschaffen? Dat we gewoon weer christen gaan zijn en de kerk laten zitten?

Het lijkt me goed dat we ons telkens weer realiseren dat het in de kerk niet gaat om de kerk. Het gaat om het ‘van Christus’ zijn. Dat is de bedoeling. Maar je bent nooit in je eentje van Christus. De Heer is niet uit op alleen maar lijntjes met individuen. Hij geeft ons aan elkaar. Hij maakt een stevig koord van al die losse draadjes. Je kunt niet geloven in je eentje. Je hebt je geloof altijd gekregen van iemand en geen mens is een eiland. 

In Antiochië werd het evangelie verkondigd, niet alleen in de synagoge, maar ook daarbuiten en er kwam een groep mensen tot geloof. Als de eerste gemeente in Jeruzalem, een gemeente van joden, daarvan hoort sturen ze Barnabas naar Antiochië. Misschien om poolshoogte te nemen, maar vooral toch om de gemeente toe te rusten en te bemoedigen. Barnabas haalt Paulus erbij en samen bouwen ze de gemeente op. De zorg van de gemeente in Jeruzalem voor de gemeente in Antiochië wordt gezegend. En ze blijkt ook wederkerig te zijn. We lezen dat er in Antochië gecollecteerd wordt voor Jeruzalem ten tijde van de hongersnood.

Zo ga je als christelijke gemeenschappen dus met elkaar om. Zorgzaam, solidair, opbouwend. Christen ben je nooit in je eentje. Eén christen is geen christen. Je hebt Christus en je hebt de christenen, meervoud. Dat is niet een ongrijpbaar hoog ideaal, dat is de werkelijkheid. Je hebt steun nodig. En correctie. Troost, en uitdaging. Iemand die je een spiegel voorhoudt, iemand die je eenzijdigheden corrigeert. Iemand die je helpt, iemand die je hulp nodig heeft. Het is allemaal niet ideaal, maar dit is het echte leven. We kunnen niet zonder elkaar.

Het draait niet om de kerk, maar we kunnen niet zonder elkaar. Korter kan ik het niet zeggen.


Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.