Uit onverwachte hoek – Ruth IV

Vandaag preekte ik voor de vierde en laatste keer over Ruth. Gelezen werd Ruth 4, maar in de preek ga ik vooral in op de boodschap van het hele boek.

Ruth dus. Vanmorgen maken we de balans op. Wat is de boodschap van het boek als geheel? Om die boodschap op het spoor te komen, wil ik nog eens met het verhaal langslopen.

De grote lijn van het verhaal kan ik het beste schetsen aan de hand van de namen die in het boek voorkomen. Die namen zijn stuk voor stuk zeer veelzeggend.

Het begint met Elimelech. ‘Mijn God is koning’ betekent dat. En deze Elimelech is getrouwd met Naomi ‘mijn liefste’. En ze wonen in Broodhuis, Betlehem. Het lijkt wel een sprookje.

Maar het is een grimmig sprookje, want er is honger in ‘Broodhuis’ en ‘Mijn God is koning’ en ‘Mijn liefste’ verruilen Broodhuis voor Moab.

En Moab klinkt in Israëlische oren niet goed. Het is het buitenland, daar wonen de buitenlanders, daar is het anders, daar is het niet goed. Daar kent men de HEER niet, daar dient men de HEER niet.

Wat is er aan de hand dat er honger is in Broodhuis? En wat doen ‘Mijn God is koning’ en zijn lief in dat vreemde goddeloze buitenland?

En dan hebben Elimelech en Naomi ook nog twee zonen: Machlon en Kiljon. ‘Ziekelijk’ en ‘Zwakjes’ zijn hun namen als je ze vertaalt in goed Nederlands. Ziek, zwak en misselijk dat is wat deze man met z’n mooie naam en zijn liefje voortbrengen. Er is duidelijk iets grondig mis. Er is weinig te merken van Gods koningschap. Die vrome naam is lachwekkend geworden. Mijn God is koning? Laat me niet lachen! Er is sprake van een diepe crisis. Het geloof van Israël is krachteloos geworden. Dit is een geloofscrisis van jewelste. Godsverduistering.

Maar we horen nog twee namen: Orpa en Ruth, de vrouwen van Machlon en Kiljon. Opra betekent ‘weerbarstige’ en Ruth vriendin. En ze doen hun naam eer aan. Als Elimelech, Machlon en Kiljon zijn gestorven, keert Naomi terug naar Betlehem om daar te sterven.

Weerbarstig en Vriendin gaan met Noami mee. Maar Weerbarstig keert op enig moment terug. Dat is niet fout, het laat hooguit zien hoe weerbarstig het leven is. Maar Vriendin gaat niet terug. ‘Uw volk is mijn volk en uw God is mijn God’, zegt ze tegen Naomi.

En zo komen ze samen in Broodhuis. Naomi, samen met haar buitenlandse schoondochter die ook weduwe is. Wat een ellende! Naomi draait er niet om heen. Ze zegt dat de HEER zich tegen haar heeft gekeerd. Ze heeft geen pech gehad, nee, Naomi heeft God tegen zich gekregen. Voor Naomi staat Hij tegenover haar en je krijgt de indruk dat zij zich ook tegen Hem heeft gekeerd. Verbitterd laat Naomi zich ‘Bitterheid’ Mara noemen. Ze heeft niets meer. Of niets? Zij heeft toch Ruth nog… Voor Naomi lijkt het niet veel uit te maken.

Maar dan klinkt en nieuwe naam: Boaz! ‘In hem is kracht.’ Deze stoere man, deze man met allure – moedig en invloedrijk noemt onze vertaling hem – de Boaz is boer in Betlehem. En dan geen keuterboertje maar een herenboer, met een groot bedrijf en veel personeel.

Van hen mogen wij wel wat verwachten. En aanvankelijk maakt Boaz zijn krachtige naam ook waar. Hij ontfermt zich over Ruth die op zijn land korenaren zoekt die tijdens het oogsten zijn blijven liggen.

Maar daarna gebeurt er niks. Boaz is krachtig, maar het stagneert ook. Het verhaal vertelt dat Ruth de hele oogsttijd op Boaz akker te vinden is. Drie maanden duurt de oogst. En al die tijd geen ontwikkelingen. Waar wacht die Boaz op?

Om de geschiedenis weer op gang te brengen moet opnieuw Ruth een daad van geloof en vertrouwen stellen. In de nacht komt ze bij Boaz. Het lijkt een broeierige situatie. Zal Boaz profiteren van dit buitenkansje en zo het respect dat wij voor hem hebben verliezen? Of stuurt hij Ruth verontwaardigd weg en eindigt het dan daar?

Nee. Ruth vertelt Boaz waarom ze is gekomen. Niet om hem te verleiden, of om zich als een hulpeloos vrouwtje aan zijn voeten te werpen. Nee, Ruth vraagt Boaz om haar én Naomi toekomst te geven.

Ruth had als weduwe kunnen trouwen met wie ze wilde. Maar ze weet dat alleen als ze trouwt met iemand die familie is van Elimelech en Naomi dat een kind dan zal gelden als kleinkind en erfgenaam van Elimelech en Naomi. Dan blijft hun geslacht bewaard, dan wordt hun naam nog genoemd.

Ruth is trouw aan Naomi, tot in haar moederschap. En die trouw herkent Boaz in haar. De herenboer uit Bethlehem, In hem is kracht, herkent een gelijke in Vriendin, ook al is ze zo anders dan hij.

Maar dat moet nog wel ff geregeld worden En dat hebben we gelezen. Boaz blijkt opeens heel daadkrachtig. De moedige daad van Ruth inspireert hen om om het initiatief te pakken.

Hij regelt het. Hij gaat naar de poort. Spreekt de man aan die de eerste rechten heeft. Maar de man heeft geen naam. In onze vertaling valt dat wat weg. Ploni Almoni noemt Boaz hem. Dinges. Hé dingetje, kom eens hier. Hij wil best voor Naomi zorgen, maar haar via Ruth ook een kleinzoon schenken, dat gaat hem te ver. Helpen als het je zelf wat oplevert maar niet als het je wat kost, dat mag geen naam hebben.

En dan is de weg vrij voor Boaz en Ruth om te trouwen. En dan komt er een kind. En Naomi heet weer Naomi, oma Naomi. Obed heet haar kleinkind, Dienaar. En dat kind krijgt een kind, Isaï, Geschenk van God. En dat kind krijgt ook weer een kind. Dan klinkt als laatste woord van het boek Ruth nog een naam. David.

David. Israëls grote koning. De Willem van Oranje van Israël, Vader des Vaderlands, Messiaanse gestalte, koning bij de gratie Gods, hij die Gods koningschap belichaamt. ‘Geliefde’ betekent David. David is de geliefde koning en hij is de door God geliefde koning. En zo eindigt het boek Ruth bij Gods koningschap. ‘Mijn God is koning’, het leek een illusie, het leek te eindigen in bitterheid, geen geloof, geen vertrouwen, geen hoop, niks.

Maar het eindigt bij David. God regeert. En hoe zijn we daar gekomen? Hoe zijn we uit dat diepe duister weggekomen? Hoe zijn we die geloofscrisis uitgekomen? Het is Ruth die daarvoor verantwoordelijk is. Zij krijgt de credits. Deze buitenlandse, zij is de onverwachte geloofsheld van dit verhaal. Niet Elimelech met z’n mooie naam. Niet zijn lief, zij laat God vallen. Ook niet Boaz hoewel hij met zijn royale trouw aan Gods geboden een belangrijke rol speelt. Nee, Israëls geloof wordt gered door deze Moabitische.

Uw God is mijn God. Ruth gelooft nog meer in God dan Naomi.

Zonder Ruth geen koning David. Zonder haar geen Messias. Zonder haar zou het doodgelopen zijn. Ruth redt Israël, Ruth redt het geloof in God, Ruth redt God. Dat vind ik nou humor! Geinig. Genadig.

God regeert, God is koning, waar liefde en trouw uit onverwachte hoek het verschil maakt. God regeert, God is koning, waar liefde en trouw uit onverwachte hoek het verschil maakt. Dat is de boodschap van het boek Ruth.

En nu naar onszelf. Wie redt ons geloof? Uit welke onverwachte hoek kan jouw redding komen? Wie helpt jou terwijl je daar niet op rekent? Bij wie tref jij onverwacht geloof aan? Zijn er mensen van wie jij niets verwachtte, maar opeens zeggen of doen ze iets waarin ze jou voorgaan in vertrouwen, hoop en liefde?

In een wereld vol tegenstellingen, waar mensen elkaar zomaar kwijtraken, vraagt het boek Ruth ons om rekening te houden met het onmogelijke. Wat een uitdagende boodschap!

Zoals Ruth en Boaz kunnen er bijzondere bondgenootschappen ontstaan. De militair en de pacifist. De boer en de klimaatactivist. Stadsbewoner en plattelander. Praktijkmensen en de mensen van de theorie. “Gelovigen” en “ongelovigen”. De vrijzinnige en evangelicaal. Rijk en arm. D’66 en SGP. Pro-life en pro-choice.

Het boek Ruth is een hartstochtelijk pleidooi om je te laten verrassen. Om open te staan voor de redding die uit onverwachte hoek komt. En om zelf dat ook te zijn. Om eens een keer iets onverwachts te doen. Er voor iemand te zijn die zo heel anders is dan jij. Iemand van wie je nu niet verwacht had dat hij jouw nodig had. Redding uit onverwachte hoek.

Het evangelie vertelt ons dat het Gods eigen zoon is die ons redt. Hij heeft zoals Ruth tegen ons gezegd: jouw leven is mijn leven, jouw wereld is mijn wereld, jouw schuld is mijn schuld, jouw geloof is mijn geloof en jouw God is mijn God. Waar wij zwak zijn, waar wij verbitterd zijn, waar wij de daadkracht missen, daar is Hij onze verrassende bondgenoot, de hulp uit onverwachte hoek.


Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.