Van je vrienden moet je het hebben

Van je vrienden moet je het hebben. Ja, toch? Soms gebruikt men die uitdrukking cynisch.  Zo van: ‘Van je vrienden moet je het hebben…’ Dat zou je kunnen zeggen als iemand waarvan je dacht dat het een vriend was je pijnlijk in steek heeft gelaten of zo. Meer ik bedoel het niet zo. Deze preek heeft als thema ‘van je vrienden moet je het hebben’.

En om het lekker overzichtelijk te houden, wil ik dat thema gewoon maar uitwerken in vier punten. Vier vragen eigenlijk.

  1. Wat is vriendschap?
  2. Hoe herken je vriendschap?
  3. Wat is het doel van vriendschap?
  4. Wat komt vriendschap vandaan?

Dus het wat, het hoe, het doel en de bron van vriendschap.

I.

Als eerst dus de vraag ‘wat is vriendschap’? Mensen hebben de neiging dingen te ordenen. Wellicht dat er in jouw huis kasten of kamers zijn die het tegendeel lijken te bewijzen, maar wij ordenen graag. Zetten de dingen op een rijtje. Wij maken graag lijstjes. Het een boven het ander. Wat we fijner vinden, leuker dan iets anders. Waar we meer van houden, wat we interessanter vinden. 

Ook als het over vriendschap gaat dan zetten we dat in een lijstje. Een vriend is meer dan een kennis. Zoals een kennis meer is dan een vage kennis. En een geliefde is meer dan een vriend. En je zou in dat lijstje ook nog familie kunnen opnemen. En dat lijstje weerspiegelt nabijheid. Stel je simpelweg het verschil voor tussen de geliefde van een vriend en de vriend van een vage kennis en je begrijpt dat dat lijstje gaat over een verschil in gevoel van verbondenheid. En nu geloof ik dat vriendschap meestal niet boven aan dat lijstje staat. Vriendschap scoort lager op onze schaal van verbondenheid dan liefde. Dat is volgens mij de algemene regel. Romantisch liefde is specialer dan vriendschap.

Als het in de kerk over liefde en vriendschap gaat dan duikt nogal eens het werk van de Britse geleerde en schrijver C.S. Lewis op. Ik ben groot geworden met zijn boeken. Niet alleen de Narnia serie, maar ook zijn boeken over het christelijk geloof: Brieven uit de hel, Onversneden Christendom en Verrast door vreugde. Lewis maakt in zijn boek The Four Loves (‘De vier liefdes’) onderscheid tussen vier soorten gevoelens van verbondenheid tussen mensen. Ook hij maakt een lijstje en hij gebruikt daarbij vier Griekse woorden: storgefiliaeros en agape

Storge, wat je zou kunnen vertalen met sympathie, is de verbondenheid die vanzelf gaat. Zoals bijvoorbeeld de liefde van een ouder voor zijn of haar kind. Deze liefde zorgt ervoor dat de menselijke soort blijft bestaan.

Filia, zeg maar vriendschap, is de band tussen mensen die dezelfde waarden delen, die graag dezelfde dingen doen en die op een vergelijkbare wijze tegen de wereld aankijken. Lewis slaat deze liefde hoger aan, omdat filia niet vanzelf gaat, maar iets is waarvoor je kiest.

Eros, is – moet ik dat uitleggen? – de aantrekkingskracht tussen mensen waarbij alle zintuigen meedoen. Eros gaat over het willen hebben, willen bezitten, jaloersheid, verlangen.

En dan is er dus agape. Deze zichzelf gevende liefde is het hoogste waar een mens toe in staat is en is een van de christelijke deugden. En ook als je nog nooit van Lewis hebt gehoord, dan het je vast wel eens een predikant hoog horen opgeven van agape, als christelijke liefde die alles overstijgt. 

Een lijstje met vier vormen van liefde van C.S Lewis. Je voelt al aankomen dat ik vanmorgen iets anders ga zeggen. Volgens mij speelt Lewis die vier liefdes te veel tegen elkaar uit. Het onderscheid wat hij maakt, zorgt meteen ook voor een waardeoordeel. Filia is meer dan storgeAgape is meer dan eros. Volgens mij kun je beter zeggen dat al die vormen van verbondenheid uitingen zijn van die ene liefde. Ook al omdat die vier liefdes in het gewone leven constant door elkaar lopen.

Met dit lange verhaal wil ik het punt maken dat vriendschap ook een vorm van liefde is. In elke liefde zijn alle vier – storge, filia, eros en agape – aanwezig. Elke verbondenheid heeft iets van alle vier. Dus ook vriendschap. In vriendschap is de storge aanwezig net zo goed als de filia, want ook vriendschap gaat vaak vanzelf. En vriendschappen zijn meestal niet erotisch van aard, maar ook in een vriendschap kan het verlangen naar de onverdeelde aandacht van de ander er zijn, kan er jaloersheid zijn als die vriend het gezellig heeft met een ander. En ook in vriendschap kunnen er momenten zijn dat je iets opoffert voor die ander, een agape moment.

Vriendschap is een vorm van liefde. Vriendschap is ook liefde. Niet voor niets zegt Jezus Christus tegen nota bene zijn vrienden dat ze elkaar lief moeten hebben. Christelijk gesproken is vriendschap dus echte liefde, geen tweederangs verbondenheid.

Dat punt heb ik dan gemaakt, vriendschap is echte liefde, maar wat maakt het uit? Kijk eens naar je vrienden en je vriendschappen met dat in je achterhoofd. Misschien denk jij wel dat sommige meiden of jongens je vrienden zijn, maar als er geen sprake is van liefde, als er geen echte verbondenheid is, als je elkaar alleen maar nodig hebt voor iets anders, als je elkaar alleen maar gebruikt om erbij te horen of zo, als je nooit eens bij elkaar bent, gewoon om bij elkaar te zijn… dan kun je je afvragen of je de goede vrienden hebt uitgekozen. 

De andere kant, de positieve keerzijde, en daar wil ik liever naar toe, is dat als je naar je vrienden kijkt en je realiseert dat in jullie vriendschap iets van liefde zichtbaar wordt, je nog blijer kunt zijn met je vrienden, omdat je nog beter begrijpt wat het is wat jullie samenbrengt en samenhoudt. En als je vriendschappen echte liefde zijn, dan zijn ze ongelofelijk waardevol en de moeite waard. 

II.

Zo kun je dus naar je vriendschappen kijken. Nu zou je kunnen vragen: hoe weet ik nu of iets een vriendschap is? En zo komen we op het tweede. Vriendschap is een zone zonder gevaar. Die uitdrukking ‘vriendschap is een zone zonder gevaar’ komt van de filosoof Cornelis Verhoeven. (Ik kwam dat tegen in het mooie boekje Over vriendschap van Wil Derkse, dat u niet denkt dat ik voor deze preek het werk van Cornelis Verhoeven in gedoken ben.) Een plek waar het veilig is. Een plek waar je weinig spanning ervaart, waar je zonder al te veel moeite durft te zeggen wat je denkt, waar je jezelf durft te zijn, waar je niet bang bent voor het oordeel van de ander, waar je mag spreken of zwijgen, waar de volzinnen uit je mond rollen of je hakkelend en stotterend halverwege een zin vastloopt, het maakt niet uit. Als het zo voelt, dan is die ander een vriend. 

Als je het zo bekijkt is vriendschap niet iets exclusiefs wat je met maar een paar mensen hebt. Wij maken ook hier weer lijstjes. Je vrienden en echte vrienden. Het idee is dan dat je maar één of enkele echte vrienden kunt hebben en daarnaast een aantal vrienden.

En wij maken onderscheid tussen vrienden en familie. Het Bijbelboek Spreuken lijkt die twee tegen elkaar uit te spelen, of in ieder geval tegenover elkaar te zetten. ‘Een vriend is je altijd toegedaan, je broer is geboren om te helpen in tijden van nood.’ Een broer of zus zal – althans daar gaat deze tekst vanuit – als de nood aan de man je komen helpen. Een broer of zus gaat niet met je mee iets drinken, komt niet om met jou een film te kijken, of om bij te praten, maar als het echt mis gaat, zal hij of zij vanwege de familiebanden komen en je helpen. Een vriend daarentegen komt dan ook, maar komt vooral ook in goede tijden, deelt zijn of haar leven met je, geniet van je aanwezigheid, wanneer dan ook.

Het mooie van de definitie van Verhoeven – vriendschap als veilige zone – vind ik dat je daarmee vriendschap niet afgrenst en beperkt. Hopelijk is je familie ook een veilige zone. Als dat zo is, kun je vriendschappelijk omgaan met je zussen of broers, of met je ouders of met je kinderen. 

Het is opmerkelijk dat in Spreuken vriendschap hoger wordt aangeslagen dan familiebanden. Je moet je voorstellen dat in de oud Oosterse samenleving waarin deze verzameling levenswijsheden en tegeltjeswijsheden is ontstaan de familie alles was. Je familie was je bestaansrecht, je toekomst, je vangnet, je eer. Het is tamelijk revolutionair wat Spreuken zegt. ‘Wie veel vrienden heeft, raakt snel geruïneerd, een echte vriend is meer waard dan een broer.’ Volgens mij moet je dat zo lezen alsof vrienden tussen aanhalingstekens staat. ‘Wie veel “vrienden” heeft, raakt snel geruïneerd, een echte vriend is meer waard dan een broer.’

Vriendschap herken je aan de veiligheid die er is. En opnieuw: als jij je niet veilig voelt bij een vriend of vriendin, overweeg dan eens of die vriendschap wel een vriendschap is. En andersom: als jij zo’n veilige plek hebt gevonden, koester dat dan. Het is iets bijzonders, zeker in onze wereld en in deze tijd dat je iemand hebt bij wie het veilig is.

III.

Dan kunnen we nu verder naar het derde, het doel van vriendschap. Is die veilige zone nu een doel op zich? Is vriendschap er om je fijn te voelen? Nee, vriendschap is er met een reden, een doel. En dat doel is groei. Je hebt vrienden om te groeien, als mens. 

We hoorden uit Spreuken daar iets over. ‘Het verwijt van een vriend is oprecht, de kus van een vijand al te hartelijk.’ Een vriend die je eerlijk de waarheid zegt, daar heb je wat aan. Meer dan aan een vijand die je kust. Ook deze moet je weer even terugplaatsen in de Oosterse cultuur. Mannen zoenen elkaar daar, als begroeting en als afscheid. Ik heb het jullie al wel eens verteld, maar ik heb ooit een week met een delegatie Palestijnse kerkleiders door Nederland getoerd. Bij het afscheid op Schiphol kusten zeven Palestijnse mannen mij op beide wangen en de enige vrouw in het gezelschap gaf ik een hand… Een kus van een vijand wil zeggen dat hij je behandelt als vriend, maar hij is het niet. Het is een judaskus. Nee, dan beter een vriend die je een verwijt maakt. Gezegend ben je als je vrienden hebt die je durven confronteren. 

Want ‘zoals men ijzer scherpt met ijzer, zo scherpt een mens zijn medemens.’ IJzer scherpt men met ijzer. Ik weet niet of dat letterlijk zo het geval is. IJzer scherp je doorgaans met een slijpsteen of zo. Maar ik denk dat je hier moet denken aan een smid. Als die van een stuk metaal een mes of een bijl wil maken, dan pak hij het stuk ijzer uit het vuur, legt het op zijn aambeeld en slaat er zo hard hij kan op met zijn hamer. Zo scherpt ijzer ijzer. Vriendschap is soms ook elkaar geduchte klappen toebrengen. Niet om te verwonden of te vernietigen, maar om te scheppen. 

Uiteindelijk is het doel van christelijke liefde, tussen levenspartners, tussen vrienden, tussen familieleden dat je groeit voor God. Het doel van elke relatie is dat je die ander helpt meer mens voor God te zijn. ‘Hoe kan ik jou helpen om meer te worden wie jij kunt zijn voor God? Hoe kan ik jou helpen meer te lijken op Jezus? Hoe kunnen wij samen ontdekken wat de Geest met ons en in ons doen wil?’ Wie deze vragen stelt, gaat moeilijke dingen niet uit de weg. IJzer op ijzer. Maar wie deze vragen stelt, is ook vol van een diepe liefde die elke crisis kan doorstaan. 

IV.

Dat over het doel van onze vriendschappen. Tenslotte nog over de bron van vriendschap. Waar komt onze vriendschap vandaan? Vriendschap komt van God. En dan bedoel ik niet als iets wat God ons geeft, maar als iets waarmee God onder ons aanwezig is. Ik bedoel dit. Wij kennen God als Vader, Zoon en heilige Geest. En nu kun je zeggen: ‘Dat is onbegrijpelijk.’ Dat klopt. En je kunt zeggen: ‘Daar kan ik me niets bij voorstellen.’ Dat kan, maar gebruik je fantasie gerust. En je kunt zeggen: ‘Ik vind dat maar abstract.’ En dat is het dus niet. Drie-eenheid wil zeggen dat er in God, in wie Hij is, in zijn wezen, dat daar een relatie is. In God is vriendschap. Voordat er nog maar iets bestond van wat er bestaat, bestond vriendschap al. Daar is niets abstract aan. Het christelijk geloof zegt: wij hebben God leren kennen als liefde, als vriendschap. God is in zichzelf vriendschap. Ubi caritas, Deus ibi est. Waar vriendschap is en liefde, daar is God.

En als het klopt wat men zegt, dat wij naar zijn beeld geschapen zijn, dan is het niet gek dat vriendschap ons zo geweldig goed doet. Als God in zichzelf vriendschap is, dan is het logisch dat de mensen die op Hem lijken verlangen naar vriendschap.

Dit is wel een unieke kant aan het christelijk geloof. Jezus noemt ons zijn vrienden. Hijzelf betrekt ons in de unieke relatie die er is tussen zijn Vader en Hem. En Hij zegt er zo geruststellend bij: ‘Jullie hebben niet Mij uitgekozen, maar Ik jullie…’ Jullie belijdenis is ja zeggen tegen een ja wat allang geklonken heeft. Onze vriendschap met Jezus hoeven wij niet overeind te houden of waar te maken. Hij kijkt je aan, reikt je de hand en zegt: ‘Zullen we vrienden zijn?’ En vanuit die vriendschap, die liefde is het ook volkomen logisch dat zijn opdracht voor ons een opdracht van liefde is. Heb elkaar lief. 

Dus: Koester je vrienden, koester vriendschap. Zie de liefde die in vriendschap werkelijkheid wordt. Geniet van de vrijheid en veiligheid die vrienden je bieden. Wees zuinig op je vriendschappen, ze zijn de plek waar je samen kunt groeien. En aanvaard dit Godsgeschenk met vertrouwen. Jezus zelf reikt je de hand. Van je vrienden moet je het hebben.


Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.