Vragen, vragen, vragen

Een goede vraag kan veel doen. Een journalist kan met een scherpe vraag de waarheid aan het licht brengen. En een volksvertegenwoordiger kan met één vraag het debat doen kantelen. Of thuis, ook daar kan welke vraag je stelt en hoe je hem stelt een wanneer je hem stelt een groot verschil maken. 

Vanmorgen klonken in de Schriftlezing in de Petruskerk in Woerden waar ik voorging ook vragen. Twee vragen die niet zoveel lijken voor te stellen, maar bij nader inzien veel betekenen. De preek gaat over die vragen, want… een goede vraag kan veel doen.

Eigenlijk is het een grappig verhaaltje. Johannes de Doper ziet Jezus lopen en zegt: ‘Zie het Lam Gods.’ Dat is nogal een uitspraak als je iemand voorbij ziet lopen. Twee leerlingen horen dat en denken: ‘Het Lam Gods… hm… daar moeten we meer van weten.’ En ze besluiten achter Jezus aan te gaan lopen. Je moet het voor je zien. Twee mannen die op een afstandje Jezus volgen. Ik hoor een Pink Panter muziekje op de achtergrond. 

Kennelijk vallen ze op, want op een gegeven moment draait Jezus zich om en vraag: ‘Wat zoeken jullie?’ Ik stel me zo voor dat de leerlingen een beetje verlegen naar elkaar en naar Jezus kijken en ze zeggen dan maar: ‘Waar verblijft u?’ Heb je net gehoord dat Jezus het Lam Gods is, kom je met zo’n vraag. Waar woont u? Jezus’ antwoord is dan ook laconiek: ‘Kom maar mee, dan zul je het zien.’ De leerlingen kijken elkaar nog eens aan en lopen vervolgens met Jezus mee naar het huis waar hij logeert. Kennelijk is het gezellig, want ze blijven de rest van de dag bij Jezus. 

Als je zoiets leest aan het begin van het evangelie volgens Johannes dan denk je toch wel even ‘wat is hier aan de hand?’ Wat doet zo’n onbenullig verhaaltje over twee leerlingen die Jezus schaduwen en vervolgens bij hem op visite gaan nu in het evangelie? 

Nee, neem dan het begin van Johannes 1. Daar gaat het tenminste ergens over. ‘In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Het was in het begin bij God. Alles is er door ontstaan en zonder dit is niets ontstaat van wat bestaat.’ Kijk, dat is taal die je van een evangelist verwacht. Over God, over het Woord, over alles wat bestaat. Hoe komt Johannes erbij een paar verzen later zoiets onbenulligs als dit verhaaltje te vertellen? 

Johannes vertelt deze gebeurtenis tussen Jezus en die twee niet al te snuggere leerlingen niet alleen maar om een grappig voorval te vertellen. Er zit iets achter, dat voel je al wel aankomen. Dat kom je op het spoor als je kijkt naar de vragen die gesteld worden. Die vragen zijn meer dan zomaar een gesprekje. 

Jezus vraagt als eerste aan de leerlingen: ‘Wat zoeken jullie?’ Het zijn de eerste woorden van Jezus in het Johannesevangelie. Dit is het eerste wat wij uit zijn mond horen. Hij verschijnt in de wereld, in ons bestaan, en dan is dit wat Hij zegt: ’Wat zoeken jullie?’ Het is niet voor niets deze vraag. Dat is misschien wel de belangrijkste vraag in het leven van een mens. Wat zoek je? Wat wil je? Wat heb je nodig? Waar verlang je naar? Wat heb je diep van binnen nodig? 

Mensen zijn zoekers. Gelukszoekers. We zoeken naar een gelukkig leven. En de vraag is dan: ‘Wat is geluk?’ Is geluk hetzelfde als succes? Is geluk zoiets als een mooi huis, een lieve partner, een leuke gezin, een goede baan? Dat zijn belangrijke dingen, maar geluk is toch ook nog weer iets anders, iets meer. Wanneer ben je gelukkig? Echt gelukkig? Volmaakt gelukkig zullen we nooit worden, maar wat is voldoende geluk, wat is genoeg? Vragen waar we nooit klaar mee zijn. Altijd maar op zoek zijn we. 

Als Jezus dan aan die leerlingen vraagt: ‘Wat zoek je?’ dan blijkt daar uit dat ons zoeken hem interesseert. Dat ons zoeken bij hem veilig is. Hij neemt ons zoeken serieus. Hij gaat op onze zoektocht in. Hij wil ons geluk.

De vraag van Jezus kan natuurlijk ook kritisch klinken. Waar ben je nu eigenlijk naar op zoek? Zoek je eigenlijk wel naar het goede? Of misschien geloof je het wel en ga je voor een beetje instant geluk. Een lekker gevoel, maar daarna ben je leeg. Of misschien zoek je wel alleen voor jezelf. Je zoekt jezelf. Jouw geluk. Jouw lol. Jezus vraagt: ‘Wat zoeken jullie?’ Een vraag om op je te laten inwerken. Waar ben jij naar op zoek? 

De tweede vraag in onze schriftlezing, is de vraag van de leerlingen: ‘Waar verblijft U?’ Die vraag die eigenlijk een beetje verlegen klinkt. Ze weten niet goed wat ze vragen zullen. Maar zonder dat ze het misschien weten, raken ze precies de kern. Waar woont Jezus? Is dat niet de grote vraag? De vraag van de mensheid, de vraag van ieder mens. Waar woont U? Waar woont Hij die het Woord van God is? Waar vinden wij het Woord van God? Waar wordt iets tegen ons gezegd waardoor wij leven kunnen? Iets waardoor wij gekend worden? Iets wat zin geeft aan ons leven, en een doel? Een Woord dat ons draagt, een Woord waarmee we verder kunnen, een Woord dat ons geluk is!

Waar woont U? Die vraag is eigenlijk het antwoord op de vorige vraag. Wat zoeken wij mensen? Wij zoeken naar waar Jezus woont! Wij zoeken geluk en dat is te vinden waar Hij is. Dat wil Johannes ons duidelijk maken met dit komische voorval. 

Waar woont U? Christen-zijn is je die vraag eigen maken. Waar woont Jezus? Johannes maakt in de rest van zijn evangelie duidelijk dat Jezus woont in de mensen die Hem volgen, in de gemeenschap die ontstaat rondom de verhalen over Jezus. De gemeente van mensen die net als die twee leerlingen van Johannes de Doper denken: ‘Daar moet ik meer van weten.’ We zijn niet de snuggersten misschien, maar we zijn wel nieuwsgierig. En we gaan graag in op de uitnodiging van de Heer. ‘Kom maar mee, dan zul je het zien.’

‘Kom maar mee, dan zul je het zien.’ Kom en zie, staat er heel kernachtig. Dat is de uitnodiging van Christus. Het is zijn ontwapenend eenvoudige nodiging. ‘Kom maar mee.’ Geloven is met Hem meegaan. Meegaan op zijn weg van vreugde, eenvoud en ontferming. Hem volgen in liefde. Als je blijft zitten waar je zit, als toeschouwer blijft, als je je terugtrekt in je twijfel, als je te bang bent voor de consequenties, dan zul je het ook niet zien. Dan zul je nooit weten waar Hij woont. Dan blijf je in je eenzaam zoeken.

Die twee leerlingen gaan ons voor. Ze komen bij Jezus thuis. Ze blijven die dag bij Hem. Het is goed toeven bij Jezus. Als je er eenmaal bent, ga je niet meer weg. Dat is de ervaring van de gemeente. Toen en nu. Keer op keer komen we er achter: het is goed toeven bij U, Heer. Ik was op zoek, U vond mij. Onrustig is ons hart, totdat het rust vindt bij U.

Gedoopt worden is gaan horen bij die zoekers. Gedoopt worden is gevonden zijn. De doop vraagt ‘wat zoek je?’. De doop is vragen ‘waar woont U?’. De doop is de uitnodiging ‘Kom maar mee, dan zul je het zien’. 


Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.