Vandaag hield ik een tweede preek over het leven van Paulus. We lazen Handelingen 9:1-22.
Velen hebben zo’n moment in hun leven, zo’n moment van ‘ervoor’ en ‘erna’. Dat kan een religieus moment zijn, een moment van verlichting, een moment waarop het geloof werkelijkheid voor je werd, een moment van godsontmoeting. Het kan ook een moment zijn wat misschien niet met God en geloof te maken had, maar wat toch je leven totaal heeft veranderd. Een geboorte, een overlijden, een ontmoeting, een diagnose, een operatie…
Vanmorgen staan we stil bij het moment dat alles heeft veranderd in het leven van Paulus. Paulus die dan nog Saulus heet. De meest fanatieke vervolger van de Jezusbeweging gaat deel uitmaken van die beweging, sterker nog, hij zal zich ontpoppen tot de belangrijkste vertegenwoordiger van die beweging. Zijn betekenis voor de verspreiding van het christelijk geloof is nauwelijks te overschatten. De kerk en ook wij hebben veel, zo niet alles te danken aan hem.
Dat moment in Paulus’ leven is dus is niet alleen van grote betekenis voor hem, het is ook een ongekend belangrijk moment in de geschiedenis van de mensheid, in de geschiedenis van de kerk, in onze geschiedenis dus. Was het niet gebeurd, dan zaten wij hier niet. Geen kerk, geen christendom, geen westerse beschaving, niets.
Dat laatste is natuurlijk niet waar. De Geest van God had ook wel andere wegen weten te vinden naar ons hart. Maar dit is de weg die de Geest gegaan is en op die weg is de bekering van Saulus ontzettend belangrijk.
De bekering van Saulus. Zo staat deze geschiedenis bekend. Ik wil in deze preek twee dingen over de bekering van Saulus zeggen. Allereerst wil ik een belangrijk theologisch inzicht met u delen en als tweede iets wat meestal onderbelicht blijft als het gaat over de bekering van Saulus, maar wat eigenlijk zo schitterend is. Ik beloof u dat ik over het eerste kort iets zeg en over de tweede iets langer.
Eerst maar het theologische punt dus. Theologie is ook de kunst van het vragen stellen. En vaak zijn de meest eenvoudige vragen het best. Als het vanmorgen gaat over de bekering van Saulus, dan is de eenvoudige vraag: klopt dat wel? Werd Saulus bekeerd?
En zoals zo vaak bij theologische vragen is het antwoord ook nu: het is maar net wat je ermee bedoelt. Wat bedoelen we met bekering? Als je met bekering bedoelt dat je overgaat van het ene geloof naar het andere, dan is er in het geval van Saulus zeker geen sprake van bekering. Er is in de loop van de kerkgeschiedenis vaak gezegd dat de jood Saulus een christenvervolger was. En dat hij dus van jood christen werd. Dat hij overging van het jodendom naar het christendom.
Dat idee is even onwaar als gevaarlijk gebleken. Het is onwaar omdat er op dat moment nog helemaal geen christendom was, er was slechts een Jezusbeweging. En dan kun je ook nog je vraagtekens zetten bij het idee dat er toen een jodendom was. Het jodendom zoals wij dat nu kennen was er in ieder geval nog niet. Hoe het ook zij: Saulus was een jood en hij is het altijd gebleven.
Ik begin hierover omdat het idee dat Saulus bekeerd werd tot het christendom zoals ik al zei ook een gevaarlijk idee is gebleken. De kerk heeft een lange geschiedenis van anti-joodse sentimenten. Kerk en synagoge kwamen tegenover elkaar te staan en dat leidde tot westers antisemitisme en daadwerkelijke jodenvervolging in de christelijke wereld.
Het is de meest pijnlijke kant van de kerkgeschiedenis. En het is ook de meest onbegrijpelijke als je ziet dat het begonnen is met een joodse rabbi uit Nazareth en een joodse apostel uit Tarsus. Jezus en Paulus waren jood, de Jezusbeweging bestond grotendeels uit joden, het christelijke Nieuwe Testament is door joden geschreven. Wie dat tot zich door laat dringen kan niet anders dan verbijsterd zijn over wat er daarna allemaal gebeurd is.
Misschien zeg ik voor u niets nieuws, spreekt dit voor u vanzelf, vindt u het onnodig dat ik er bij stilsta. Ik hoop het eigenlijk maar. Laten we nooit vergeten dat wij niet-joden erbij gekomen zijn, dat de Vader van Jezus Christus de God van Abraham, Izaak en Jacob is.
Saulus werd bekeerd. Niet tot het christendom, maar tot Jezus Christus. Hij bleef een jood, trouw aan de God van Israël, trouw aan de Thora. We zullen later nog wel zien hoe dat uitpakt.
Dan het tweede. Iets wat vaak onderbelicht blijft als het gaat om de bekering van Saulus. En dat is wat mij betreft de rol van Ananias. Ananias is volgens mij de echte held van het verhaal. Wat er met Saulus gebeurt, trek alle aandacht, maar dat vind ik niet terecht.
Wij staren ons blind op de bekering van Saulus. Zo makkelijk wordt wat er met Saulus gebeurde een voorbeeld van hoe het hoort, hoe God in mensenlevens zou moeten werken. Veel te veel mensen hebben gewacht en wachten nog op een krachtig ingrijpen van God. We willen zo graag dat Hij zich overweldigend aan ons openbaart. Een Paulusbekering. Knielen op een bed violen.
Soms doet God dat. Maar vaak ook niet. En daar heeft Hij goede redenen voor. Veel vaker komt Hij heel gewoon, in eenvoud, zoals bij Elia: niet in een vuur, maar in het suizen van een zachte stilte.
Of zoals bij Ananias. Hij is een leerling van Jezus in Damascus. En de Heer spreekt tot hem. ‘Ananias!’ ‘Ik luister, Heer.’ Het doet denken aan de jonge Samuël. In het eenvoudige aangesproken worden en antwoorden dat je beschikbaar bent, gebeurt het. We kunnen beter een voorbeeld nemen aan Ananias dan aan Saulus.
Ik vind het prachtig, dat gesprek tussen de Heer en Ananias. De Heer is volledig transparant over zijn bedoelingen, Ananias voelt zich volkomen vrij zijn bezwaren te uiten, de Heer neemt die bezwaren helemaal serieus en Ananias laat zich overtuigen en hij gaat op pad. De weg van het geloof wordt prachtig getekend in dat gesprekje tussen de Heer en Ananias. Wij kennen dat ook wel. Dat je iets leest of hoort wat je helderheid geeft. Een regel van een lied die je invalt en inspireert iets te doen. Een gebed van een vriendin of vriend waardoor je opeens weet wat je te doen staat.
En dan gebeurt wat nog mooier is. Ananias komt bij Saulus. Je moet je dat voorstellen. Je loopt de Rechte Straat in, daar is het huis van Judas. Ze kijken je aan. Wat kom je doen? Is hier iemand die Saulus heet, uit Tarsus? Je ziet ze kijken en denken. Kom maar mee. Ze brengen je naar een deur. Ze zien je kijken naar de volle beker en het onaangeroerde brood op een schaal. Hij is hier binnen, zeggen ze. Hij heeft al drie dagen niet gegeten en gedronken. Hij ziet je ook niet. Weet je het zeker? Je knikt. Je stapt de kamer binnen en daar zit hij. Saulus. Waar je zo bang voor was. Daar zit hij, op de rand van z’n bed. Hij staat op als je een stap in zijn richting doet.
Ananias doet wat Jezus hem heeft opgedragen. Hij legt Saulus de handen op. Zo’n intiem gebaar. En dan gebeurt het mooiste. ‘Saul, broeder…’ Ananias noemt Saulus zijn broeder! Ongelofelijk!
Eigenlijk moeten we om de impact van die begroeting te begrijpen het ook nog eens vanuit Saulus beleven. Je leven is stil komen staan. Je bent vastgelopen in je fanatisme. Je vervolgde de Jezusbeweging omdat ze het idiote en ondermijnende idee hadden dat jezus leeft en nu ben je Hem als de levende tegengekomen. Oogverblindend was hij. Je weet niets meer. Al dagen wacht je op, ja op wat wacht je eigenlijk? En dan komt er iemand binnen, een volgeling van Jezus, iemand die bang voor je is, die alle reden heeft om bang voor je te zijn, iemand die alle reden heeft om nu je zo kwetsbaar bent wraak te nemen, je terug te pakken. Maar diegene legt je de handen op, noemt je naam en noemt je broeder.
Het moet een geweldige schok zijn geweest voor Saulus. Kortsluiting. Maar dat is als de schrok van een AED, van een defibrillator. Saulus’ hart komt weer op gang, hij komt weer tot leven! Ik denk dat zou dus net zo goed in die kamer in het huis van Judas aan de rechterstraat Damascus bekeerd wordt als op de weg naar Damascus. Doordat Ananias Saulus broeder noemt, gaat Saulus het evangelie begrijpen. Jezus Christus verandert alles. vijanden worden vrienden. Liefde drijft de angst uit.
Het is in de ontmoeting met Ananias dat Saulus aan zijn nieuwe leven begint. ‘Hij kon weer zien, stond op en liet zich dopen.’ De gehoorzaamheid van Ananias en dat hij Saulus broeder noemt maakt het verschil. Als je dat tot je door laat dringen dan heeft Saulus en dus het christelijk geloof en dus wij heel veel aan Ananias te danken.
Ananias is ons voorbeeld. Hij heeft door zijn geloof zoveel innerlijke ruimte dat hij Saulus, zijn ergste nachtmerrie, kan ontmoeten als broeder. Dat is wat het evangelie doet.
Ook daarvan zou u kunnen zeggen: ja, dat wisten wij al. En dat is ook zo. De gemeente is de plek waar wij elkaar als zusters en broeders ontmoeten. Waar wij medemensen niet als bron van angst, als concurrenten, als bedreiging zien, maar als bron van vreugde, als iemand met wie je kunt bidden en het goede doen. Maar u weet ook dat we dat telkens weer moeten gaan zien.
Laat Ananias ons voorbeeld zijn. Zeker in deze tijd. Zijn beschikbaarheid en gehoorzaamheid voor de Heer Jezus Christus zorgt ervoor dat het lukt.

Geef een reactie