Over tien jaar – Paulus III

Waar zie jij jezelf over tien jaar? Waar zie jij jezelf over tien jaar? Het is zo’n vraag die een coach aan je stelt, of een HR-medewerker van het bedrijf waar je werkt. Op school kan het je ook gevraagd worden, als je nadenkt over een vervolgopleiding. Waar zie jij jezelf over tien jaar? En de bedoeling is dan dat je je gedachten de vrije loop laat. Durf groot te denken, durf te dromen, maak het groot. 

Ook voor de samenleving kan het een goede vraag zijn. Het brengt ons in ieder geval dichtbij wat er werkelijk aan de hand is. Waar staan we over tien jaar? Het enige wat zeker is, is dat alles onzeker is. Hadden we tien jaar geleden gedacht dat we hier zouden staan?

Ook als kerk kan het goed zijn om eens wat verder vooruit te kijken dan de volgende preek of zolas volgende week op Startzondag een nieuw kerkelijk seizoen. Waar staan we over tien jaar als Hervormde Gemeente Woerden? Of zijn we dan misschien toch nog een Protestantse Gemeente geworden? Ik noem maar wat.

Vanmorgen vervolgen we onze serie over het leven van Paulus. Nadat we gehoord hebben van zijn turbulente jeugd en plotselinge bekering duurt het ruim tien jaar voordat Paulus aan zijn loopbaan als apostel begint. Zou hij ook wel eens gedacht hebben: waar zie jij jezelf over tien jaar?

Als het leven van Paulus een muziekstuk was dan zouden we nu aangekomen zijn bij een rustig en verstild gedeelte. Het muziekstuk zou begonnen zijn met een opening die steeds sneller en luider zou klinken. Saulus die opgroeit en een steeds fanatiekere mens wordt. Het geluid zwelt aan en er klinken opzwepende klanken. En in een steeds sneller ritme horen we hem jagen op de volgelingen van Jezus. Totdat, opeens – boem, paukenslag – een eruptie van geluid gevolgd door stilte. Saulus ontmoet Jezus op de weg naar Damascus. Hij kan niet verder. De muziek stokt. Ze nemen hem mee naar Damascus. De muziek strompelt. 

Daar in Damascus volgt Saulus’ tweede bekering. Ananias noemt hem broeder. En ik hoor brede harmonische akkoorden. Saulus gaat het de goede boodschap begrijpen. Het evangelie verandert alles, vijanden worden vrienden, de vervolger wordt een verkondiger. Het zingt in Saulus’ hart. De muziek klinkt heerlijk en stevig, zoals een lied.

En dan volgt dus dat stille en rustige gedeelte. Er gebeurt niet zoveel in het leven van Saulus, althans, we hóren niet zoveel over wat er gebeurt. Saulus verblijft waarschijnlijk nog zo’n drie jaar in Damascus en daarna gaat hij via Jeruzalem en Caesarea naar zijn geboortestad Tarsus. Daar verblijft hij zo’n tien jaar voordat Barnabas hem komt opzoeken om hem te vragen met hem samen te werken. Lucas schrijft erover in Handelingen 9 en 11. Tussen Saulus bekering en zijn apostelschap ligt een periode van ruim tien jaar dus. Wat is er in die tien jaar gebeurd? Lucas zwijgt erover.

Paulus zelf zegt er iets over in zijn brief aan de Galaten. Dat is waarschijnlijk de oudste brief die we van Paulus hebben, hij schreef hem waarschijnlijk in het jaar 48 na Christus. En in die brief verdedigt Paulus zijn apostelschap. Zijn tegenstanders beweerden namelijk dat Paulus geen ‘echte’ apostel zou zijn. Hij had immers Jezus niet zelf gekend, zoals alle andere apostelen. En dan schrijft Paulus het gedeelte dat wij zojuist gelezen hebben. 

Paulus zegt: ‘Ik heb Jezus Christus wel degelijk ontmoet. Ik heb het evangelie niet van mensen gehoord, maar van Hem zelf. God had mij al voor mijn geboorte uitgekozen om het goede nieuws te verkondigen – het was dus niet mijn idee.’ 

En dan schrijft Paulus iets opmerkelijks. Het is een detail, maar een belangrijk detail. Hij schrijft als hij het heeft over wat er gebeurde nadat Jezus zich in hem openbaarde: ‘Ik ben onmiddellijk naar Arabië gegaan en ben van daar weer teruggekeerd naar Damascus.’

Na de ontmoeting met Ananias waar we vorige week over hoorden, gaat Saulus dus naar Arabië. Hij zegt daar verder niets over en Lucas laat het detail helemaal weg in zijn boek Handelingen, maar het is wel van belang om even stil te staan bij die reis naar Arabië.

Waar ligt Arabië? Wij denken bij Arabië aan het Arabisch Schiereiland, waar Saoedi-Arabië ligt, maar in de eerste eeuw wordt een ander gebied Arabië genoemd, namelijk het gebied waar de berg Sinaï in ligt. En die berg, daar ging het Saulus om.

Op de berg Sinaï daar was de Here God verschenen om Mozes zijn woorden te geven. Met die woorden bekrachtigde Hij het verbond met zijn volk. De God van Abraham, Isaak en Jacob werd de God van Israël. Daar was het allemaal begonnen.

Het is daarom dat de profeet Elia als hij niet meer weet hoe het verder moet naar deze berg gaat. Horeb is een andere naam voor dezelfde berg. Daar bij die berg ontmoet Elia God. 

Saulus herkende zich in de oudtestamentische profeet. Hij had geijverd voor de Heer. Net zoals Elia. Hij had met volle overgave geijverd. Net zoals Elia. En het was mislukt. Net zoals bij Elia. Saulus was vastgelopen, hij kon niet meer. Net zoals Elia. 

En daarom gaat Saulus naar de woestijn, naar de berg van God. Net zoals Elia. En wat daar gebeurd is, daarover schrijft Paulus later niet. Maar Elia ontmoet God. Niet in de windvlaag, de aardbeving of het vuur, maar in het gefluister van een zachte bries.

Daar in de woestijn leert de vurige Saulus luisteren naar dat gefluister. Net zoals Elia. Naar hoe God niet spreekt in de grote woorden die je omverblazen, het geschreeuw dat je doet schudden op je grondvesten of de vlammende betogen; God spreekt in het gefluister van een zachte bries.

Elia en Saulus leren dat waar hun inzet en ijver en kracht en woede en passie aan het eind komen, dat daar God is; dat God dan verder kan.

God zegt tegen Elia: ‘Keer terug en ga naar de woestijn van Damascus.’ Elia moet mensen zalven tot koning en tot profeet. Zij zullen met de zevenduizend die niet voor de Baal hebben gebogen verder gaan. God gaat door.

En zo keert ook onze Saulus terug uit Arabië, ook hij gaat naar Damascus. Hij heeft God ontmoet, niet in zijn ijver, maar in de stilte. En Saulus mag door. Hij mag met diegene uit Gods volk die Jezus Christus willen dienen door. God gaat door.

God gaat door, maar het duurt nog even voordat hij een apostel is. Na drie jaar Damascus gaat hij naar Jeruzalem, waar ze bijna niet geloven kunnen dat Saulus zo veranderd is. Na een kort verblijf gaat hij naar de havenstad Caesarea. En daar zetten ze Saulus vrij snel op een boot, omdat zijn aanwezigheid voor teveel onrust zorgt. En zo komt Saulus terug in Tarsus.

Ze zullen wel opgekeken hebben van de komst van Saulus. En van de grote verandering die in zijn leven had plaatsgevonden. Ik denk dat Saulus het best lastig zal hebben gehad. We hopen allemaal dat wijzelf kunnen veranderen, maar geloven dat een ander veranderd is, vinden we moeilijk.

Tien jaar krijgen ze om er aan te wennen. Tien jaar krijgt Saulus om er aan te wennen. Om te wennen aan het idee dat Jezus Christus de levende Zoon van God is. Om te wennen aan het idee dat je in zijn naam zelfs je vijand je broeder kunt noemen. Om te wennen aan je nieuwe roeping. 

Tien jaar krijgt Saulus om te begrijpen dat God met hem opnieuw begint. Na Mozes en Elia is nu hij degene die met Gods volk verder mag gaan. Mozes kreeg te horen dat God Israël uitkoos met het oog op alle volken. Elia kreeg te horen dat God doorgaat met zijn volk vanwege een kleine groep die de Baäl niet dient. Saulus komt tot het inzicht dat God in Jezus Christus alle volken op het oog heeft. In die ene heeft God allen op het oog. In die ene verkiest God allen. 

Later zal Saulus als apostel getuigen van die boodschap. Het is deze boodschap die in Saulus rijpt in die tien jaar waar wij niets over horen. Saulus zal hebben gewerkt als tentenmaker. En hij zal hebben gelezen, gebeden, gediscussieerd. Hij zal hebben geleerd dat hij soms moet luisteren in plaats van spreken. Hij zal hebben geleerd welke bezwaren mensen tegen het evangelie inbrengen. Hij zal hebben geleerd op welke momenten hij zich moet inhouden. Hij zal hebben geleerd dat hij kan twijfelen. Het is allemaal voorbereiding op de tijd dat hij in de openbaarheid zal treden.

Tien lange jaren. Voor ons is het een stille tijd, voor Saulus zal er veel gebeurd zijn. Waar wil jij over tien jaar staan? Er kan veel gebeuren in tien jaar. Het is goed om daar eens over na te denken. Waar sta ik? Waar staat we met elkaar? Waar staat de kerk?

De vraag kan je ook op jezelf terugwerpen. De tien stille jaren van Saulus zeggen ons dan twee dingen. In de eerste plaats dat de vraag nog net even anders is dan we denken. Waar sta jij… wordt: waar wil God jou over tien jaar hebben? Het antwoord op die vraag kan heel anders zijn dan het antwoord op de vraag waar jij wilt staan. Het kan ook hetzelfde zijn, maar we voelen wel aan dat God heel andere belangen kan hebben dan wij. Wil je daarin mee? Wil je de komende tien jaar groeien in de diepte? Groeien in toewijding, in vertrouwen, in beschikbaarheid?

Waar wil je over tien jaar staan? Het tweede wat we van Saulus leren is dat je over tien jaar misschien wel precies staat waar je nu staat. Wij willen veranderen, groots en meeslepend leven. Het moet anders, met mij, met de wereld, met de kerk… Misschien hoeft dat ook niet. Het mag ook tien jaar stil zijn. 

U kent wel dat gebed om kalmte van Reinhold Niebuhr. God, schenk mij de kalmte om te aanvaarden wat ik niet kan veranderen, moed om te veranderen wat ik kan veranderen, en wijsheid om tussen deze twee onderscheid te maken.

Vandaag maken we ervan: God, geef me de moed om te veranderen wat moet veranderen. En geef me het geduld om niet sneller te willen gaan dan U. En geef me de wijsheid om tussen deze twee het onderscheid te maken.


Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.