Geloof en gezag

Deze preek hield ik op Eerste Pinksterdag 2023 in de Maranathakerk in Woerden. Gelezen werd 1 Petrus 5. Verder deden vijf jonge mensen belijdenis van het geloof in deze dienst.

‘En u, jongeren, moet van uw kant het gezag van de oudsten erkennen.’ Daar zat je misschien niet op te wachten in de dienst waarin je belijdenis doet… Alles goed en wel, maar vandaag gaat het toch vooral over jullie, jongeren, die nu op jullie manier het geloof vorm zullen gaan geven. Jullie gaan staan. Jullie zeggen hoe jullie het zien. Jullie liederen klinken. 

Kortom, nu is het jullie beurt. En dan lezen we bij Petrus opeens dat je het gezag van de oudsten moet erkennen. Oudere vertalingen hebben het zelfs over onderdanigheid. Ik kan me voorstellen dat je dan denkt: Kom op zeg!

Nu kan ik de angel er vrij makkelijk uithalen door er op te wijzen dat de Nieuwe Bijbelvertaling er ten onrechte een generatiekwestie van maakt. De woorden ‘oudsten’ en ‘jongeren’ wekken de indruk dat de leeftijd hier doorslaggevend is. 

Je zou het ook anders kunnen vertalen. Het woord dat in onze vertaling met ‘jongeren’ wordt weergegeven zou je ook met ‘nieuwelingen’ kunnen vertalen. Het gaat er Petrus om dat de nieuwkomers in het geloof – en die had je toen vrij veel – respect hebben voor hen die al langer gelovig zijn. Oudsten zijn niet in de eerste plaats mensen die in leeftijd oud zijn, maar het zijn degenen die in de gemeente al langer geloven en die zijn aangewezen om leiding te geven. Denk maar aan ons woord ouderling. Je hoeft helemaal niet oud te zijn om ouderling te zijn. Op die manier.

En er is nog iets anders waar ik op kan wijzen om die opmerking over onderdanige jongeren wat kan relativeren. Het lijkt er namelijk op dat Petrus zelf ook een beetje schrikt van die opmerking. 

Je moet je voorstellen hoe zo’n brief geschreven werd. Petrus dicteerde en een schrijver, in dit geval waarschijnlijk Silvanus, noteerde wat Petrus zei. En Petrus maakt dan die opmerking over die jongeren en staat dan opeens stil, realiseert zich wat hij heeft gezegd, en zegt dan snel: ‘Overigens, in de omgang met elkaar moet iedereen van u altijd de minste willen zijn…’ Iedereen moet nederigheid als gordel om z’n middel dragen. Alsof hij zegt: ‘Wacht even, voordat je denkt dat ik vind dat jongeren onderdanig moeten zijn… Iedereen moet altijd bereid zijn om naar de ander te luisteren. En voor de zekerheid gaat Petrus daar dan ook nog een paar zinnen op door. Alsof hij dus zelf een beetje schrok van zijn woorden over die jongeren.

Zo kan ik die opmerking die aanvankelijk misschien ons onze wenkbrauwen deed optrekken behoorlijk nuanceren. Toch staat het er wel. ‘En u, jongeren, moet van uw kant het gezag van de oudsten erkennen.’ 

Geloof heeft hoe je het ook wendt of keert ook te maken met het erkennen van gezag. Of, om het preciezer te zeggen, het christelijk geloof heeft alles te maken met gezag. Kijk, ieder mens gelooft wel iets – zelfs de meest notoire ongelovige heeft zijn overtuigingen en dingen die hem heilig zijn – maar als je jouw geloof christelijk noemt, dan heb je onvermijdelijk te maken met anderen. Dan komt meteen de kerk om de hoek kijken. Christelijk geloof is nooit alleen maar jouw persoonlijke geloof, je zult je altijd ook moeten verhouden tot anderen. 

Belijdenis van het geloof doen, is daarom ook altijd uitspreken dat je wilt horen bij al die anderen die geloven en dat je hun ideeën over het geloof uiterst serieus neemt en dat je zelfs bereid bent om je eigen ideeën bij te stellen als blijkt dat jouw opvattingen in strijd zijn met wat de kerk gelooft. Christelijk geloof heeft te maken met commitment. Met dat je zegt: ‘Ik zal meehelpen om dit voort te zetten. Nu ga ik staan voor iets waar de eeuwen door mensen voor gestaan hebben.’ In de lange rij van gelovigen sluit jij aan. Elke generatie gaan er mensen staan. Schouder aan schouder. Hand in hand. En je zegt: ‘Bij hen hoor ik. Ik luister naar wat zij over het geloof hebben gezegd en laat me inspireren door hoe zij hebben geleefd.’ Ik erken hun gezag.

Christenen weten dat zij het geloof niet hebben uitgevonden, maar dat zij het geloof hebben ontvangen en het mogen doorgeven. Die oudsten van Petrus waren ooit ook jongeren of nieuwkomers. We hebben allemaal het geloof een keer gekregen en we geven allemaal iets door. 

Wat is het dat wij ontvangen en doorgeven? De afgelopen weken ging het in de gesprekken die ik voerde veel over de vraag wat geloven nu eigenlijk is. Hoe zit het nu eigenlijk? Wat weten wij van God? Wat kunnen wij met zekerheid over Hem zeggen? Kunnen wij eigenlijk nog wel in Hem geloven? 

Wat ik in die gesprekken heb gezegd, of in ieder geval heb geprobeerd te zeggen, is dat geloven niet gaat over een theorie over hoe de wereld in elkaar zit. Geloof is geen systeem. Geloof is geen ideologie. Aan de andere kant is geloof ook niet maar een gevoel, een ervaring. In onze cultuur zijn dat de gangbare manieren om geloof te duiden: als systeem of als gevoel. En nu doet ons denken en voelen zeker helemaal mee, maar het christelijk geloof is meer dan dat.

Ik zou willen zeggen: geloof is het doorvertellen van een verhaal. En nu denkt u misschien: ‘Een verhaal?! Dat is wel erg mager.’ Dat valt nog te bezien. Als ik je vraag wie jij bent, wat doe je dan? Dan begin je te vertellen: Ik ben Jan Willem. Ik ben in 1983 geboren als oudste zoon van Teus en Jantine Stam. Zij woonden in Nieuw-Lekkerland, maar ik werd geboren in het ziekenhuis in Dordrecht.’ En afhankelijk van de tijd die ik heb zou ik vertellen over de belangrijkste gebeurtenissen in mijn leven. Over hoe ik Martine leerde kennen. Over hoe ik theologie ging studeren. Over de geboorte van onze kinderen.

Kortom, ik vertel een verhaal. Zonder dat verhaal besta ik niet. Zolang ik en anderen over mij vertellen, besta ik. Ik ben niet dat verhaal, ik val er niet mee samen, maar zonder dat verhaal heb ik geen geschiedenis, ben ik niemand. Een verhaal is niet maar een verhaaltje, een verhaal is geschiedenis, is bestaan, is werkelijkheid, betekenis. 

Wie is God? Is Hij een principe? Is Hij degene die ons verstand te boven gaat? Is Hij het zijn zelf? Als wij moeten zeggen wie God is, komen we niet met bewijzen, maar met een verhaal. Een verhaal waarin God zelf vertelt wie Hij is. ‘Ik ben God, de Vader, de almachtige Schepper van de hemel en de aarde. En Ik ben Jezus Christus, zijn eniggeboren Zoon…’ De geloofsbelijdenissen van de kerk zijn niets anders dan samenvattingen van dat verhaal. Het verhaal van God. God valt niet samen met dat verhaal. Zijn bestaan en werkelijkheid gaan aan het verhaal vooraf, maar zonder het verhaal, wordt Hij een abstract idee, een verre en vreemde speculatie, een onnodige hypothese.

Nee, geloven is het doorvertellen van een verhaal. Het verhaal van God die zegt: ‘Licht!’ En er was licht. Het verhaal van God die het geroep hoort van zijn volk in de slavernij van Egypte en hen bevrijdt. Het verhaal van God die mens wordt. Van God die sterft en van God die zijn Zoon uit de dood doet opstaan. Van God die in mensen wonen wil, die geestkracht wil zijn in jouw duister, in jouw slavernij, in jouw mens-zijn en zelfs in jouw dood. God identificeert zich met die verhalen, tot op de dag van vandaag. Hij kan zomaar opduiken in het diepste duister in de grootste ellende, in de dood. 

Vandaag staan vijf jonge mensen op. Zij zeggen: ‘Dit verhaal is het waard verteld te worden. Ik wil dit verhaal mijn leven laten bepalen. Ik geef het gezag over mijn leven. Als ik over mijn leven moet vertellen, dan hoort dit verhaal er voor altijd bij. Ik identificeer mij met dit verhaal.’ 

Pinksteren is het feest van de Geest die ervoor zorgt dat het verhaal van God en Jezus ons verhaal wordt en het verhaal van de kerk. Het verhaal van God klinkt in alle talen, in alle culturen, in alle tijden. We mogen meedoen. Je kunt je verhaal ook laten vertellen door de spullen die je hebt, of door je succes en rijkdom, of door je boosheid en angst, maar dit verhaal is zoveel beter, zoveel mooier, zoveel dieper, zoveel rijker. 

Kunnen wij nog in God geloven? Niet als God een idee is wat wij moeten bewijzen. Niet als God buiten onze materiele werkelijkheid staat. Niet als God een gevoel is wat je hebt of niet hebt. Wij kunnen het verhaal van God vertellen. Het verhaal wat telkens waar blijkt te zijn. Dat telkens ons verhaal kruist en openbreekt. Waarin telkens blijkt dat Hij ons liefheeft met een liefde die alles te boven gaat. 


Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.