Het zal je gezegd worden! ‘Wat moet ik met jullie offers?’ ‘Wie heeft jullie gevraagd mijn voorhoven plat te lopen?’ Met andere woorden: wat moet ik moet je godsdienst? Wie heeft je gevraagd naar de kerk te komen? Wat doe je hier? Is er niet genoeg onrecht en leed in Woerden? Is er niet genoeg eenzaamheid en armoede? Zijn er niet genoeg mensen die op jullie zitten te wachten? Zijn er geen vluchtelingen om naar te luisteren? Zijn er geen alleenstaande moeders om te helpen? Wat doe je hier? Met je vrome Psalmen en je leuke liedjes. Met je eindeloze gebeden en je goedbedoelde preken.
Je bidt om eenheid, maar hoe zit dat eigenlijk met die Protestantse Gemeente Woerden? Wanneer houden jullie eens op met tijd en energie steken in jezelf en beginnen jullie met tijd en energie steken in wat er echt toe doet? En je tobt je af over de opbrengst van Kerkbalans, maar is je echte armoede niet je gebrek aan geloof? En dan bedoel ik niet geloof als dat fijne gevoel, maar geloof als daden die ertoe doen. Jullie begrijpen niet waar het op aan komt! Een koe weet wie z’n eigenaar is en een ezel weet wie hem te vreten geeft, maar jullie snappen het niet, jullie begrijpen er niets van.
Het zal je gezegd worden. Onze broeders en zusters uit Minnesota leggen ons vanmorgen geen mooie tekst voor. Het is één grote razende aanklacht van de HEER. Hij klaagt zijn volk, zijn eigen volk in niet mis te verstane bewoordingen aan. Het is één lange tirade. De HEER spuugt zijn woorden uit.
Misschien ben je zelf wel eens zo boos geweest dat de woorden en de zinnen je als vanzelf over de lippen kwamen, dat je helemaal leegliep, dat je in je boosheid niet eens over je woorden hoefde na te denken, dat het allemaal in een keer naar buiten knalde. Welnu, dat gebeurt hier. Maar het is dus wel God die kwaad is. En het is zijn volk dat het moet aanhoren.
Nu zijn wij Israël niet. Het is goed om ons dat altijd te blijven realiseren, maar dat neemt niet weg dat wij Jesaja 1 niet kunnen horen zonder er schuldig onderuit te komen. Ook wij staan schuldig tegenover God. Persoonlijk, door wat we dachten en deden. Hier gaat het echter om meer collectieve schuld. Om de schuld die aan je kleeft omdat je ergens bent of bij hoort, ook al kun je daar niets aan doen.
Ook wij maken deel uit van structuren en geschiedenissen die niet deugen. Doordat we in Nederland wonen, doordat we in Woerden wonen, horen wij bij die paar procent van de wereldbevolking die het zo ongelofelijk veel beter heeft dan al die anderen. En wij voelen ook wel aan dat wij als kerk zo veel meer bezig zijn met onszelf dan met onze Heer en met wat Hij doet in onze wereld.
Afgelopen maandag besprak ik onze Schriftlezing ook op de Open Bijbelkring. We voelden toen wel aan dat we de woorden uit Jesaja 1 niet naast ons neer konden leggen. We hielden er een beklemmend gevoel aan over. We zochten naar een uitweg. Maar we vonden die eigenlijk niet.
Je zou vers 18 als uitweg kunnen zien. ‘Al zijn je zonden rood als scharlaken, ze worden wit als sneeuw, al zijn ze rood als purper, ze worden wit als wol.’ Het zijn bekende woorden. Woorden die velen getroost hebben. Woorden die mensen bevrijd hebben van schuld en angst.
We constateerden op de Open Bijbelkring dat deze woorden nogal uit de lucht komen vallen. Binnen Jesaja 1 en ook binnen het eerste deel van het boek Jesaja vallen ze uit de toon. Zo’n directe verkondiging van Gods genade kom je daar niet tegen. Dat heeft Bijbelgeleerden op de gedachte gebracht dat in deze tekst het niet God is die spreekt, maar dat Hij hier woorden van het volk citeert. Zo van: ‘Jullie menen dit ik jullie zonden wel zal vergeven hè? Zelfs al zijn ze vuurrood, ze zullen wel wit worden. Welnu, ik zal je nog eens iets vertellen: reken maar niet op zulke goedkope genade, je zult naar me moeten luisteren, dan zal het je goed gaan, maar als je niet luistert… je zult omkomen!’
Een andere uitweg die op de Open Bijbelkring ter sprake kwam was Jezus Christus. Wij weten toch meer dan Jesaja, wij weten toch van Jezus en Hij is toch voor onze zonden gestorven? Dat is natuurlijk een belangrijke christelijke overtuiging, de kern van het christelijk geloof. Maar werkt het dan zo? Dat wij op ons gedrag worden aangesproken, dat we er zelf niet uitkomen en dat dan Jezus daar is en we toch ontsnappen aan de straf?
Op de Bijbelkring vonden sommigen dat te makkelijk. En ik moet bekennen dat ik bij die sommigen hoor. Jezus Christus is niet onze ‘Verlaat de gevangenis zonder te betalen’ kaart, zoals in Monopolie. Juist ook in het evangelie wordt het oordeel heel scherp neergezet. Denk maar aan Matteüs 25, waar de schapen van de bokken worden gescheiden en de rechter in alle scherpte zegt: ‘Voor zover jullie dat niet voor een van mijn minste broeders en zusters hebben gedaan, zo heb je het niet voor mij gedaan.’ Nee, Jezus is niet gekomen om ons een uitweg te bieden uit de dingen die niet goed zijn in ons leven.
Hoe zit het dan wel? Zo brengt de tekst uit Jesaja 1 ons bij een kernvraag van het christelijk geloof. Wat betekent het dat Jezus Christus voor onze zonden gestorven is? Het eerste wat ik daarover wil zeggen is dat wij te klein denken over de vergeving van de zonden. Wij denken te veel aan onszelf, teveel aan ons eigen persoontje. Wij denken bij vergeving van zonden dat wij op wonderlijke wijze toch niet gestraft worden voor de dingen die niet goed waren in ons leven. God was boos op ons, Hij wilde ons straffen en toen was daar Jezus, God strafte Hem en daarom worden wij ontzien en kunnen we in de hemel komen.
In de Bijbel is vergeving veel meer dan dat. Wij onderschatten vergeving. Wij moeten eens wat minder klein van vergeving denken! Vergeving is een nieuwe werkelijkheid. Vergeving gaat over een wereld waarin het goed is, waar mensen tot hun recht komen, waar de kwetsbaren worden beschermd, waar de machtigen hun macht gebruiken ten goede, waar vrede heerst. Vergeving is een nieuwe werkelijkheid. Dat is het eerste.
Dan nu het tweede. Wat is ons probleem? Wat is er misgegaan? Wat is nu eigenlijk de zonde waar wij van gered moeten worden? Ook van de zonde denken wij te klein. Alsof het gaat om gestolen koekjes of stiekeme blikken. Zonde is Bijbels gesproken dat je afgoden dient. En bij afgoden moet je niet denken aan primitieve stammen die een stuk hout of steen aanbidden. Alles waar je tijd en energie aan geeft, is een afgod. Ik hoorde pas de uitspraak: ‘Godsdienst is wat je doet als je alleen bent.’ Als niemand je ziet, als je niets anders te doen hebt, als je gewoon lekker kunt doen wat je zelf wilt… wat je dan doet, dat is je godsdienst.
In de Bijbel zijn de onheilige drie-eenheid van afgoden geld, seks en macht. Zeg maar: hebberigheid, grenzeloosheid en egoïsme. En elke keer als wij daaraan toegeven, dan geven wij die afgoden meer macht over ons leven. Dan hebben zij het voor het zeggen. En dat die afgoden oppermachtig zijn, in ons leven en in onze wereld, dat hoeft geen betoog. Zonde dat is de macht die wij geven aan afgoden. Dat is het tweede.
En dan nu het derde. Jezus Christus is gekomen. Gods Zoon, de mooiste mens, de zuiverste, en de eerlijkste. En al die afgoden hebben hun macht samengebald en tegen Hem gericht. Het kostte Hem zijn leven. De almacht van het kwaad leek te hebben gewonnen.
Leek, want op de derde dag wekte God Hem op uit de dood. Het licht brak door het duister. Het goede blies het kwade van binnenuit op. En sindsdien is er die nieuwe werkelijkheid van vergeving. De macht van het kwaad is gebroken. Al die afgoden die ons domineren, die ons naar beneden halen en kleineren, al die machten die ons leven overheersen, al die goden die wij dienen, ze zijn verslagen. Jezus Christus heeft de machten overwonnen en daarom is er vergeving van zonden. Die overwinning ís de vergeving van de zonden.
Die vergeving is er voor iedereen die zich afkeert van die afgoden, voor iedereen die vanuit Jezus’ overwinning nee zegt tegen die duistere krachten. Nee, je verdient de genade niet door je bekering, maar zonder bekering zal het niet gaan. Vergeving is juist dat je je kúnt afkeren van die afgoden, dat je vrij kúnt zijn.
En zo eindigt tenslotte het verhaal van Jezus ook weer heel dicht bij Jesaja 1. Ook daar draait het uiteindelijk om verandering. In het vers waar het thema van deze week op is gebaseerd: ‘Was je, reinig je, maak een eind aan je misdaden. Ik kan ze niet meer zien. Breek met het kwaad en leer goed te doen. Zoek het recht, houdt tirannen in toom, kom op voor wezen, sta weduwen bij.’ God vraagt geen godsdienst, Hij vraagt gerechtigheid, Hij vraagt verzet tegen onrecht en machtsmisbruik, Hij vraagt inzet voor de allerzwaksten.
Jezus Christus is voor de gemeente niet het vrijkaartje voor de hemel, maar de meest intense oproep van God om te veranderen, om af te stemmen op de nieuwe werkelijkheid. De gemeente van Jezus Christus zal niet ophouden dat te doen. Te zoeken naar het goede en te breken met het kwade. Dat is wat ons verenigt, die nieuwe werkelijkheid waar we telkens weer op willen afstemmen. Dat is wat ons één maakt. Ons als gemeente. En ons als christenen in Woerden en wereldwijd. Eenheid gaat over structuren en organisaties, over namen en gemeenschappen, maar het komt uiteindelijk aan op gezamenlijke gehoorzaamheid aan Jezus Christus, op elkaar herkennen als levend vanuit de nieuwe werkelijkheid die Hij heeft gebracht.
Wij komen niet zonder schuld onder Jesaja 1 uit. Maar wij mogen het wel horen als Gods hartstochtelijke pleidooi om in alle dingen te zoeken naar wat goed en rechtvaardig is, eerlijk en waar. Laten we zo trouw zijn aan Jezus Christus en leven van zijn vergeving.

Geef een reactie