Loofhuttenfeest!

Vandaag preekte ik in mijn vorige gemeente, de Dorpskerkgemeente in Barendrecht. We lazen Zacharia 14:1-11,16 en Johannes 7:32-39. Het Loofhuttenfeest speelt een belangrijke rol in deze lezingen en dus ook in de preek.

Vanaf komende dinsdag vieren wereldwijd joden het Loofhuttenfeest. Het is het enige grote Joodse feest wat christenen niet op één of andere manier ook vieren. Pesach werd Pasen, Sjavoeot – het Wekenfeest – werd Pinksteren, maar Soekot – het Loofhuttenfeest – kreeg geen christelijke tegenhanger. Daar is op zich een heleboel over te zeggen, maar ik laat het nu even bij de constatering.

Ook in Jezus’ tijd werd het Loofhuttenfeest dus gevierd. Vele pelgrims kwamen naar Jeruzalem en leefde voor een tijdje in een loofhut. Je bouwde je loofhut op het tempelterrein. Honderden hutjes verrezen daar. Het moet een prachtig gezicht geweest zijn, de vele eenvoudige hutjes rondom de grote machtige tempel. Kind aan huis bij God. Kamperen bij de Eeuwige. ‘Liever één dag aan uw drempel, dan duizend dagen waar men U veracht.’ (Psalm 1)

Behalve het wonen in de loofhut, de Soekah, en alle rituelen die daarbij hoorden, gebeurde er in Jeruzalem nog iets bijzonders. Dagelijks verzamelden de pelgrims zich bij het water van Siloam. Dit was een in de rotsen uitgehakt bassin onder aan de heuvel waar de tempel op was gebouwd. Dit bassin werd gevoed door een bron die even verderop lag. 

In Siloam had je dus vers water. De betekenis van vers water in het mediterrane klimaat van Palestina kun je nauwelijks overschatten. Het water in Siloam was niet muf en lauw zoals het water wat je in vaten of zakken bewaarde, dit water was fris en koel. En bij dat frisse water verzamelden de pelgrims zich. Ze wasten er hun voeten, handen en gezicht. Ze dronken ervan en ik stel me zo voor dat ze ook elkaar nat spetterden. Een heerlijk waterballet.

En dan, trompetgeschal! Iedereen heft zijn hoofd op en richt zijn ogen op de tempel. Uit de poort van de tempel komen priesters. In processie dalen ze af naar Siloam. Ze dragen grote vaten met zich mee. Aangekomen bij het water van Siloam maken de mensen eerbiedig ruimte. ‘Laten wij met vreugde water scheppen uit de bronnen van het heil,’ roept een van de priesters. Eén voor één worden de vaten gevuld. Als alle vaten gevuld zijn stellen de priesters zich weer op en beginnen ze aan de klim naar de tempel. Het is een pittige opgave met al dat water. Maar ze hoeven het niet alleen te doen. De pelgrims volgen de priesters naar boven. Het is een bonte, vrolijke stoet. Eenmaal in de tempel blijven de pelgrims in de voorhof. De priesters gaan naar binnen. Iedereen in de voorhof kijkt verwachtingsvol naar het dak van de tempel. Na een poosje verschijnen daar de priesters. Ze stellen zich op langs de rand van het dak. Het rumoer in de menigte zwelt aan. En dan kiepen de priesters hun watervaten om. Het water klatert langs de muur omlaag. Een gejuich stijgt op. De mensen die een plekje vlakbij de muur vonden, worden kletsnat, maar ze vinden dat helemaal niet erg. De mensen die wat verder weg staan, krijgen even later ook natte voeten. 

Het uitgieten van het water verbeeldt dat God zijn Geest uitgiet over heel de aarde. Vanuit de tempel, de plek waar hemel en aarde elkaar raken, stroomt Gods Geest uit over alle volken en landen. Gods Geest van gerechtigheid en trouw, van waarheid en barmhartigheid, van vrede en ontferming. De aarde, de door onrecht en geweld uitgedroogde, onleefbare aarde, de aarde waar het zelfs in het beste geval toch muf en stoffig is, de doodse aarde wordt overspoeld door levend water. Het verloren paradijs wordt weer gevonden. Het is de hoop die de Hebreeuwse Bijbel, ons Oude Testament in vele toonaarden bezingt. 

Vanmorgen hoorden wij dit visioen uit Zacharia 14. Het zal er niet beter op worden, het gaat eerder van kwaad tot erger. Maar eenmaal komt de dag van de HEER. Dan zal God de dingen recht zetten. En niet alleen voor zijn volk, maar wereldwijd. ‘Als die tijd aanbreekt, zal er in Jeruzalem zuiver water ontspringen: de ene helft zal in het oosten in zee uitmonden en de andere helft in het westen, zowel in de zomer als in de winter.’ Gods heil overstroomt heel de aarde. Het frisse, heldere, koele water van zijn liefde en gerechtigheid zal alles wegspoelen en opnieuw leven brengen.

En dát gebeurt dus in Jezus Christus! Dat is de boodschap van het evangelie van deze morgen. ‘Laat wie dorst heeft bij mij komen en drinken,’ roept Hij uit. Ik ben de bron van dat water. Dat frisse water, waar ieder mens zo naar verlangt, het is hier, bij mij. Het grote visioen, de hoop van Israël, is werkelijkheid in Jezus Messias. Hij is de nieuwe tempel. Hij is de plek waar hemel en aarde elkaar raken. In Hem woont God bij de mensen en in Hem zijn wij thuis bij God, kind aan huis bij de eeuwige. 

Jezus is de nieuwe tempel. En uit hem stroomt het levende water. Hij is een onuitputtelijke bron van liefde en goedheid, van vrede en gerechtigheid. Al het muffe en lauwe verdwijnt waar Hij komt. Waar Hij is daar is geen stoffig leventje meer mogelijk, daar verdwijnt vuiligheid als sneeuw voor de zon, ja, daar is zelfs de dood overwonnen.

En wie deze verfrissende boodschap gelooft, wie er vertrouwen op stelt, die wordt ook zelf een bron. ‘Rivieren van levend water zullen stromen uit het hart van wie in mij gelooft.’ Een mens die bij Jezus zijn dorst lest, wordt zelf een bron, een tempel. Wij zijn allemaal een tempel van God. Een plek waar hemel en aarde elkaar raken. Een plek van waaruit God zijn frisse en heldere water wil laten stromen over de aarde. Een verfrissend idee, een helder geluid, woorden en daden die leven brengen. Als je het zo bekijkt, is het eigenlijk altijd Loofhuttenfeest. Wij mogen eerstelingen van de oogst zijn, mensen die vooropgaan op weg naar het beloofde land. Pelgrims, mensen onderweg, onze hutjes schouder aan schouder rondom Hem die Gods nieuwe tempel is. Wij lessen onze dorst bij het water dat van Hem uitgaat. En we kunnen het niet voor onszelf houden, het gaat stromen in ons leven.

Is dat te mooi om waar te zijn? Is dat te hoog gegrepen? Het Loofhuttenfeest is het feest van de verwachting. Een loofhut is het verblijf van een pelgrim. Van een mens onderweg. We zijn er nog niet. Net als in de loofhut staat in de kerk een tafel. Een tafel van het feest – we vieren dat het al zo is – en een tafel voor mensen onderweg – we ontvangen voedsel voor onderweg. Laat wie dorst heeft komen! Kom, want alle dingen zijn gereed.


Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.