Vandaag gaat het over luisteren. Met woorden van Jakobus. Het eerste vers klonk ook al tijdens de Startzondag en was toen voor mij toch wel het snoepje in de hele lijst met Bijbelteksten die ik toen citeerde. ‘Ieder mens moet zich haasten om te luisteren, maar traag zijn om te spreken, traag ook in het kwaad worden.’
Echt zo’n heerlijke paradoxale apostolische vermaning. Jakobus weet natuurlijk ook wel dat het meestal andersom is. Dat we snel zijn met ons oordeel. Dat onze mening er meestal eerder is dan ons begrip. En dat geldt echt niet alleen voor hen die altijd hun woordje klaar hebben, die ad-rem en assertief, die goed van de tongriem gesneden zijn. Nee, het kan best zijn dat je helemaal niet zo snel bent met je woorden, dat je niet zo’n prater bent, maar ondertussen heb je in je gedachten al wel zo je ideeën gevormd.
Wij zijn zo snel van onszelf. En nu wil het evangelie, de goede boodschap van God en Jezus, dat veranderen. Althans, het wil die snelheid ergens anders inzetten. Niet snel zijn in ons oordeel, met onze woorden, maar snel zijn in het luisteren. ‘Ieder mens moet zich haasten om te luisteren.’
Hoe doe je dat? Je haasten om te luisteren? Volgens mij zit Jakobus stilletjes te gniffelen als wij die vraag stellen. Wij denken bij apostelen aan uiterst serieuze heren natuurlijk, maar volgens mij moet je wel humor hebben om het zo op te schrijven. Het is bijna stand-up comedy.
Oh ja, wil jij snel zijn? Weet je wat jij moet doen? Je moet niet snel praten, maar snel luisteren! En in dat moment van ‘hè, wat bedoel je?’, daar begint het evangelie. Waar wij ons laten ontregelen door dit advies, waar wij even van de wijs raken, daar kan het goede wat God ons wil geven, werkelijkheid worden in ons leven.
Hoe kun je nu snel luisteren? En toch kunnen we ons daarmee niet afmaken van Jakobus. Wij weten allemaal precies wat hij bedoelt. Laat dat snelle oordeel, die vlug geroepen woorden, die snelle mening, laat ze lekker.
Wees traag om te spreken… traag ook in het kwaad worden. Voor de eerste christenen was boosheid een belangrijke zonde. Er is in die eerst decennia van de kerk veel over boosheid geschreven. En Jakobus vat hier de algemene mening over boosheid samen als hij schrijft: ‘de woede van een mens brengt niet voort dat in Gods ogen rechtvaardig is.’ Wie boos is, brengt geen rechtvaardigheid voort.
Jakobus bedoelt daarmee dat wie boos is, zich niet houdt aan Gods geboden. Want gerechtigheid breng je voort door je te houden aan Gods geboden. Als je luistert naar wat God van je vraagt dan levert dat gerechtigheid op. Dan zijn de dingen zoals ze moeten zijn. Dan zijn de onderlinge verhoudingen goed. Gerechtigheid is dat alles tot z’n recht komt. En dat groeit, dat wordt meer, als wij ons houden aan Gods goede geboden. En dat groeit dus niet als wij snel spreken en langzaam luisteren. Daar wordt de wereld niet beter van.
‘Wees daarom zachtmoedig en leg alle verdorvenheid en elk denkbaar wangedrag af.’ Ja, met die woorden is iets aan de hand. In onze vertaling komt die zachtmoedigheid op zichzelf te staan, maar er staat eigenlijk: Leg alle verdorvenheid en wangedrag af en aanvaard zachtmoedig het woord dat in u is geplant. Dus het gaat niet om zachtmoedigheid op zich, maar om het aanvaarden van wat in ons is geplant. Wat bedoelt de apostel?
Als er in de vroege kerk iemand gedoopt werd, was er in de liturgie altijd een moment waarbij de dopeling zoiets gevraagd werd als: ‘Wilt u zich afwenden van alle kwaad en van alles wat Gods wil weerstaat? En wilt u zich toewenden naar Christus en naar zijn Rijk dat komt?’ Je hoort dat soort woorden nog wel eens als er gedoopt wordt, of in de Paaswake als we onze doop gedenken.
En nu lijkt het er hier op dat Jakobus met de woorden ‘leg alle verdorvenheid en elk denkbaar wangedrag af’ daarnaar verwijst. Dat hij misschien wel een heel oude doopliturgie citeert waarin de dopelingen worden opgeroepen om alle verdorvenheid en elk denkbaar wangedrag af te leggen. Als dat zo is, dan gaan die woorden over dat in ons geplant zijn van die boodschap ook over de doop.
Dan gaat het er Jakobus dus om dat wij datgene wat God in de doop in ons heeft geplant, aanvaarden. Zachtmoedig aanvaarden.
God heeft een Woord in ons geplant. Bij de doop heeft Hij niet zomaar vluchtig iets over ons gezegd, gemompeld. Nee, Hij heeft zijn Woord in ons geplant. God heeft de boodschap van zijn liefde in ons geplant. Hij heeft de bodem van ons bestaan open gespit en daar met kracht zijn Woord in geplant. Hij heeft de grond weer aangestampt en er een emmer water bij gegooid.
En wat is die boodschap die God in ons heeft geplant? Wat is dat Woord dat zo diep in ons bestaan is gedrongen? Zou dat niet Jezus zijn? Is Hij niet in ons leven en in onze wereld geplant? Is Hij niet diep in ons bestaan gekomen, tot in de diepte van de dood? Is Hij niet met ons verbonden toen wij gedoopt zijn?
Jakobus zegt dus dat luisteren alles te maken heeft met het aanvaarden van Christus in je leven. Het is niet zomaar een goedbedoelde en grappig geformuleerde levensles. Luisteren heeft alles te maken met de kern van het geloof.
Luisteren is geen luxe. Luisteren is onmisbaar. Luisteren is noodzakelijk. Het is zelfs onze redding volgens Jakobus. ‘Aanvaard zo de boodschap die in u is geplant en die u kan redden.
Nu weet ik niet wat je daarbij denkt. Misschien vind je het wel een heel logisch woord. Ja, natuurlijk, wij hebben redding nodig en God redt ons. Misschien vind je het ook wel een vreemd woord of een ouderwets woord. Misschien heb je wel helemaal niet het gevoel dat je gered moet worden.
Laat ik proberen kort uit te leggen wat Jakobus ermee bedoelt, dan kunnen we daarna altijd nog kijken of wij daar iets mee kunnen. Volgens mij wil Jakobus zoiets zeggen als: kijk, wij leven in een wereld vol ongerechtigheid. Er is onrecht, mensen en dingen die niet goed zijn. Er wordt meer gepraat dan geluisterd. En als je eerlijk bent, weet je dat dat probleem ook jouw probleem is. Wij praten ook sneller dan dat we luisteren. We delen in die malaise.
En nu is Jezus gekomen en Hij heeft zo veel gerechtigheid gedaan, zo ontzettend veel, door zelfs tot in de dood God te gehoorzamen en te vertrouwen, daardoor heeft Hij zoveel gerechtigheid voortgebracht, dat is meer dan genoeg om alle ongerechtigheid mee te compenseren. Als je alle onrecht in de wereld aan de ene kant van de weegschaal legt en alle gerechtigheid van Jezus, dan slaat de balans door naar de kant van Jezus’ gerechtigheid. En nu is onze redding dus niet dat wij maar onrecht doen omdat het toch wel goed komt. Nu is onze redding dat gerechtigheid doen zin heeft, omdat Christus zijn gerechtigheid in de schaal werpt. Daar wil je toch bij horen? Dat is toch het mooiste wat er is?
Redding is dat onze gerechtigheid het niet redt, maar dat Christus’ gerechtigheid ons tekort aanvult, ons wanhopig proberen opvangt en onze beste momenten opneemt in zijn volkomen vertrouwen op God. Dat is redding.
En die redding die heeft dus alles te maken met luisteren. Wie luistert maakt ruimte in zichzelf voor Jezus Christus die God bij de doop in ons bestaan heeft gebracht. Wie luistert maakt ruimte voor Hem. Wie luistert heeft geen ruimte voor allerlei andere dingen die ons naar beneden halen.
Dus, zo zegt Jakobus op de drempel van dit nieuwe jaar tegen ons: je kunt maar beter luisteren. Dat is goed voor je. Goed voor je geloof. Goed voor de gerechtigheid. Goed voor God.
Ik wens ons een jaar toe waarin we meer en meer luisteren, naar God, naar elkaar, naar Woerden en de wereld. Om dat luisteren te stimuleren hebben twee gedienstige en creatieve geesten iets moois gemaakt. Het is een soort draaischijf die telkens een andere inspirerende tekst over luisteren laat zien. U krijgt er allemaal een. Het is een prachtig hulpmiddel voor de start van een gesprek, of voor de start van een gesprek met God, een gebed.
Ik wens ons een luisterrijk jaar toe!

Geef een reactie