Waarom zijn het die herders die als eerste het Kerstevangelie te horen krijgen? Waarom als eerste die schapenhoeders in de velden van Efrata? Ze zijn niet meer weg te denken uit het Kerstverhaal natuurlijk. Ze figureren in talloze kerstliederen en -liedjes. Ze hebben zelfs een paar eigen Kersthits… D’herdertjes lagen bij nachte…’ En geen Kerststal is compleet zonder een aantal van die doorgaans in het bruin geklede knielende mannen met meestal ook nog een staf in hun hand.
Maar waarom die herders? Er zijn genoeg andere figuren in het evangelie die in aanmerkingen zouden zijn gekomen in plaats van die herders. Neem bijvoorbeeld de vissers. Zeker vier van de twaalf leerlingen van Jezus waren visser. Dat had toch ook gekund dat die engel verschenen was aan de oever van het meer van Galilea bij zo’n groepje vissers dat net terug was van een nachtelijks vistocht?
Of neem een andere groep, die hoeren en de tollenaars. Jezus heeft veel contact met hen gehad, hij at met hen en accepteerde hen terwijl de meeste mensen hen haatten of in ieder geval verachten. Als die engel was verschenen in een of andere kroeg in Betlehem dan had hij er vast een paar getroffen. Hij had naar het nachtverblijf van het stadje kunnen gaan. Dan had hij meteen kunnen zeggen: o ja, by the way, zouden jullie wat ruimte kunnen maken voor het pasgeboren baby’tje en z’n ouders.
En zo zouden we er nog wel meer kunnen verzinnen. Stel dat die engel in de tempel was verschenen. Of in het koninklijk paleis? Dat zou misschien nog wel meer impact hebben gehad. En als die engel was verschenen aan een groep farizeeers, zou dat niet een heleboel gedoe gescheeld hebben?
Maar nee, die engel gaat naar de velden van Efrata. Waar de herdertjes bij nachte lagen. Zij lagen bij nacht in het veld. Zij hielden getrouwe de wachte en hadden hun schaapjes geteld.
Er doen heel wat verhalen de ronde over die herders. Volgens sommigen waren het onbehouwen raddraaiers, mensenschuwe halve of hele criminelen. Zo van: als je echt niks kon, dan kon je altijd nog herder worden. En dan is de boodschap van het Kerstevangelie dus dat juist die zondaars het Kerstevangelie als eerste horen. En dan is er dus ook nog hoop voor zondaars zoals wij.
Anderen houden die herders voor slachtoffers. Mensen die buiten hun schuld aan de rand van de samenleving waren terechtgekomen. Socialisten zouden ze proletariers noemen. Tegenwoordig zeggen we het gewone volk, de burger. Als die herder daarbij horen dan is de boodschap van het Kerstevangelie dat de hemel partij kiest tegen de heersende klasse, tegen de elite, en voor ons gewone mensen.
Ik heb aan de andere kant ook wel horen zeggen dat het nog wel meeviel met die herders. In de velden van Efrata werden de kudde geweid waarvan de schapen als offerdier in de tempel werden gebruikt. In dat geval waren die herders een soort hofleveranciers met een behoorlijke rijkdom en status.
Je kunt er van alles bij halen. En je kunt van alles van die herders maken. En meestal maak je van die herders mensen die op jou lijken. Als jij succesvol bent, worden het zomaar succesvolle herders. Als jij een kwaad geweten hebt, worden het zomaar zondaars. Als jij aan de rand bent terechtgekomen, zijn die herders dat zomaar ook.
Maar als we het nu gewoon eens simpel houden? Herders. Welke herders kennen wij? Wie waren er herder? Abraham was herder. Isaak was herder. Jakob was herder. Mozes was herder. David was herder. En die laatste was dat zo’n beetje op dezelfde plek als die herders in het Kerstevangelie.
Dus Israëls aartsvaders waren herder, Israëls bevrijder was herder en Israëls grootste koning was herder. En dat is geen toeval. Dat was niet toevallig hun werk voordat ze hun officiële functie kregen. Zo van: vroeger was ik herder, nu ben ik koning. Van krantenjongen tot miljonair. Nee, het is juist omdat zij herder waren dat zij aartsvader, profeet en koning konden worden. Het is juist dat herderschap dat hen bij uitstek geschikt maakte voor die rol in Israëls geschiedenis. Het was juist de bedoeling dat ook als leider van het volk herder zouden blijven. Dat zij als leider dat zouden doen wat zij ook als herder deden.
Herderschap is in de Bijbel dus niet zomaar een beroep, het is de manier om aan te duiden hoe het goede leven, hoe een goede omgang met macht, hoe een leefbare samenleving eruit zou moeten zien. In die zin is ieder mens herder. En is aan ieder mens de vraag wat voor soort herder je bent.
Wat doet een herder? Een goede herder beschermt zijn schapen met zijn leven. Een goede herder kent zijn schapen. En een goede herder houdt zijn schapen bij elkaar. Dat is wat we Jezus horen zeggen over de goede herder.
Bescherming, kennen en bij elkaar houden. Dat herderschap is niet vanzelfsprekend. In het Kerstevangelie horen we over Augustus. Hij laat zijn schapen, zijn onderdanen leven voor hem, in plaats van andersom. Hij kent zijn schapen niet, hij telt ze met het oog op zijn inkomsten en zijn macht. Hij brengt zijn schapen niet bij elkaar, maar houdt hen eronder met als strategie ‘verdeel en heers’.
Er is niets nieuws onder de zon. Dat herderschap heeft het nog altijd moeilijk. En voordat we gaan wijzen naar de Augustussen in het Kremlin en in het Witte Huis, of de hoge heren in Den Haag, wilde ik maar vragen naar onze eigen zorgzaamheid. Hoe staat het met onze herderlijke betrokkenheid op de mensen om ons heen, dichtbij en verder weg? Beschermen we de allerzwaksten? Kennen we elkaar? Willen we elkaar kennen? Houden wij de boel bij elkaar? Daar wordt nogal eens een beetje denigrerend over gesproken, maar wat is daar eigenlijk mis mee?
Nu zou ik u naar huis kunnen sturen met de boodschap: wees een herder. Zo van: het gaat er niet om dat die herders op ons lijken, het gaat erom dat wij op die herders gaan lijken. Ik kan je de opdracht geven om te beschermen, te kennen en bij elkaar te houden, om dat prioriteit te geven in je leven, in je familie, je gezin, op school, op je werk. En ik garandeer je, waar dit leiderschap lukt, daar is het goed toeven.
Maar als ik je met die opdracht op weg stuur, doe ik je ook tekort. Het Kerstevangelie is geen goed advies, het is goed nieuws. Die engel zegt niet tegen de herders: ‘Wees niet bang, want ik heb een goed advies voor jullie…’ Als het alleen maar een advies was geweest, dan zouden we ons juist wel zorgen moeten maken, want goede adviezen gaan onze wereld niet redden en onze levens niet veranderen. Adviezen gaan namelijk over wat jij moet doet. Maar goed nieuws gaat over wat er voor jou gedaan is.
De engel verkondigt de herders ‘goed nieuws’. En dat goede nieuws is dat God beschermt, kent en dicht bij elkaar houdt. Het kind in de kribbe is de goede herder. Het zijn herders die het Kerstevangelie voor het eerst te horen krijgen, omdat zijn komst juist betekent dat ons herder-zijn kan van slagen heeft gekregen. Het is geen onbereikbaar ideaal meer, het is werkelijkheid geworden.
God is zelf herder geworden. Dat is waarom het Kerstevangelie niet zonder herders kan. Het is de goede herder, de goede herder die in het stro in de voederbak voor de schapen ligt. God heeft onze zorg voor elkaar, ons samenleven en onze omgang met macht tot zijn zaak gemaakt. Hij laat het niet aan ons over, maar wordt zelf de goede herder.
God stuurt ons daarom niet op pad met een goed advies en een mooie uitdaging. Hij gaat zelf voor ons uit. Wij mogen achter de goede herder aan. Wij hoeven niks. Ja, achter Hem aan zullen wij op Hem gaan lijken. Onmiskenbaar. Maar het net zomin als wij die herders op ons moeten laten kijken, hoeven wij op die herders te gaan lijken. Wij zijn herders, omdat Hij de goede herder is. Ga dan ook, net als die herders in Lucas 2, met vreugde in je hart en een loflied op je lippen om alles wat je gehoord en gezien hebt. Het kind in de kribbe is ook jouw herder.

Geef een reactie