Het afgelopen jaar is me een aantal keer gevraagd hoe ik dat toch doe, een uitvaart leiden en omgaan met mijn eigen verdriet. Dat mensen zeggen: ‘Het lijkt me ook wel moeilijk voor je…’ Of zelfs: ‘Ik zou niet graag in uw schoenen staan, dominee.’ Ik ben er nog niet helemaal achter waarom mensen vragen naar hoe ik dat toch doe. Voor mijn gevoel wordt de vraag me wel steeds vaker gesteld.
Het is ook niet niks. Een aantal van degene die we straks zullen noemen, heb ik wekenlang, maandenlang, tot zelfs meer dan anderhalf jaar bezocht. Ik heb het proces van aftakeling gezien, van dichtbij. Ik heb gezien hoe de dood bij het leven hoort én hoe oneindig het verschil tussen leven en dood is. Ik heb gezien dat de dood een vijand is en maar ook een langverwachte vriend kan zijn. Ik heb gezien hoe er gevochten werd en hoe er overgave kwam. Ik heb gezien wat geloof kan doen zelfs in de meest hopeloze momenten van een mensenleven. Ik heb het meegemaakt dat iedereen dacht dat het nog wel even zou duren, maar dat ik puur op intuïtie afscheid nam en een zegen uitsprak, en niet veel later overleed dat gemeentelid. Ik ben in het hospice geweest en heb gezien hoe mensen zich daar aan de zorg en de liefde van de vrijwilligers overgaven en zo hun leven waardig konden loslaten. En zoveel meer heb ik gezien en meegemaakt het afgelopen jaar.
En dan vragen mensen: hoe doe je dat toch? Het zal toch niet zo zijn dat jullie denken dat het me geen verdriet doet. Dat het werk is. Nee. Ik loop er mee rond. Ik bid soms hele dagen, terwijl ik ondertussen bezig ben met alles wat ook nog moet en met het gewone leven.
En ik huil echt wel, maar dan vooral op de momenten dat het kan. Als ik alleen ben, of samen met Martine. Ik huil wanneer het kan, zodat op de momenten dat het niet kan, niet handig is, op de momenten dat ik anderen wil bijstaan in hun verdriet, het ook niet hoeft. Dan huil ik tijdens een lied in een uitvaartdienst. En als het lied uit is, dan sta ik er weer. Soms zet ik thuis muziek op waarvan ik weet dat die me emotioneert, om gewoon even te huilen op een moment dat het mij uitkomt.
Maar het is meer dan handig doseren en plannen. Het heeft ook met geloof te maken. Met vertrouwen. Vertrouwen dat de gemeente van Jezus Christus belichaamt en wat de heilige Geest in ons en door ons waarheid laat zijn. Vertrouwen dat ontstaat als wij luisteren naar wat de Bijbel zegt. Als wij daarin God zelf horen spreken.
En zo hebben we ook geluisterd naar Openbaring 21.Wat een boek is dat toch! Indrukwekkend en meeslepend zijn de beelden die Johannes heeft gezien en die hij voor ons heeft opgeschreven. Het zijn beelden om diep van onder de indruk te zijn. Alsof je in een bioscoop zit. Wat je ziet en hoort is overweldigend. Het is overal om je heen. Paarden, schalen, trompetten, engelen, een monsterlijke draak…
Maar het kwaad wordt overwonnen en zij die zich er tegen hebben verzet, worden gered. En dan volgt in hoofdstuk 21 en 22 het slot van de film. Het verhaal is wel klaar. Het grote gevecht is gewonnen. Nu wordt nog verteld hoe het afloopt.
We zien nu beelden vol vrede en harmonie, vol rust en helderheid. Een nieuwe hemel en een nieuwe aarde! Jeruzalem dat uit de hemel neerdaalt! En de voice-over: ‘Gods woonplaats is onder de mensen, Hij zal bij hen wonen!’ En dan klinkt een stem, zo krachtig en zo helder hebben we nog nooit gehoord. God zelf spreek: ‘Alles maak ik nieuw!’ Het is de eerste keer in het boek Openbaring dat God zelf spreekt en dan zegt Hij dus: ‘Alles maak Ik nieuw!’
En vlak daarvoor horen we dan iets heel bijzonders: ‘Hij zal alle tranen uit hun ogen wissen.’ Te midden van alle grootse en meeslepende beelden, alle grote woorden, opeens een heel klein en teder gebaar. De camera zoomt helemaal in en zien we een hand die een traan wegveegt. Van heel groot naar zo’n heel klein plaatje. Een plaatje ter grootte van… de mens, een plaatje ter grootte van… ons leven.
Ik hoef jullie niets over tranen te vertellen. Velen van ons hebben heel wat tranen vergoten in de afgelopen weken en maanden. We hebben gehuild. Bij een bed. Bij een graf. In een aula. We hebben gehuild toen we alleen waren en we hebben gehuild met elkaar. Stil en zacht of luid en heftig. Tranen om een mens die er niet meer is. Tranen van opluchting dat het ondraaglijke lijden voorbij is. Tranen omdat het zo zeer doet. Tranen van vertwijfeling: hoe moet het verder? Tranen om gemiste kansen, om wat er niet was en om wat er niet meer zal zijn. Tranen die maar blijven komen. Of misschien zijn er wel tranen die nog altijd maar niet gekomen zijn. Ongehuilde tranen.
Die zijn misschien nog wel de moeilijkste. Tranen die je vermoedt of voelt, maar ze komen niet, ze komen niet meer. Het stroomt niet. Je zit vast. Stilgevallen. Sommigen weten hoe ze dat kunnen veranderen. Bepaalde muziek of misschien juist wel een film raken altijd. Of bepaalde herinneringen, dat je weet: als ik daar aan denk dan huil ik. Het is fijn als je dat weet en kunt. Dan hoeft dat gevoel van tranenloosheid niet lang te duren.
Voor anderen zijn de tranen er veel te vaak. ‘Daar ga ik weer.’ Soms hoef ik als predikant alleen maar voor de deur te staan en het begint te stromen. Of het komt later in het gesprek. Of op het eind, als we samen bidden. ‘Sorry. Daar ga ik weer,’ zeg je dan. En dan zeg ik: ‘Ik begrijp het.’ En meestal wrijf ik ook even in mijn ogen. Want ik begrijp die tranen zo goed.
En sinds ik weet dat ik ziek ben, komen de tranen veel makkelijker. Die ervaring deel ik met velen die na een ingrijpende gezondheidsverandering zich emotioneler voelen en minder controle hebben over hun tranen. Tranen laten zien dat wij mensen raakbaar zijn, kwetsbaar. En ziek zijn zorgt ervoor dat je dat niet alleen weet, maar dat je de waarheid daarvan doorleeft, voelt tot in je ziel.
Misschien heb jij wel geleerd om niet te huilen. Dat kan ook nog. Echte mannen huilen niet. Sterke vrouwen huilen niet. Toon nooit je zwakheid, dat wordt altijd tegen je gebruikt. Dus houd je emoties voor je. Misschien dat je vader of moeder je dat soort boodschappen heeft meegegeven. Of misschien leerde je dat op school. En het zou zelfs kunnen zijn dat je in de kerk hebt gemerkt dat mensen niet weten met kwetsbaarheid om te gaan.
De Bijbel zegt over tranen nooit iets negatiefs. In Psalm 56 staan die overbekende woorden dat God onze tranen in zijn fles bewaart. Dat is, als je net als ik de neiging hebt dingen te visualiseren, ergens ook een beetje een vreemd beeld, maar de boodschap is wel duidelijk: God kent ons verdriet, wil dat kennen, het mag er zijn bij Hem.
Openbaring 21 zegt ons dat onze tranen ook daar zijn, in de nieuwe wereld van God. Als de nieuwe hemel en de nieuwe aarde is gekomen, dan zijn daar nog steeds onze tranen. In die volmaakte nieuwe wereld staan wij daar met onze tranen. Alsof we met roodgehuilde ogen op een feest verschijnen. Alsof die nieuwe hemel en die nieuwe aarde er wel zijn, maar we kunnen er nog niet echt van genieten.
Onze tranen zijn er nog. Ons verdriet is er nog. Het was te erg en te veel, het is ons niet gelukt om ze kwijt te raken. En ik hoor in die woorden uit Openbaring ook dat, dat je je verdriet gerust mee mag nemen. Dat niemand het raar vindt. Dat God het niet vreemd vindt.
Hij veegt ze weg. Het is alsof alleen God onze tranen kan wegwissen. Misschien is dat ook zo. Dat ons verdriet alleen weggenomen kan worden door God zelf. We kunnen ons vermannen, anderen kunnen ons troosten, de tijd heel alle wonden, er zijn er altijd die het slechter hebben dan jij, maar uiteindelijk kan ons verdriet allen door God zelf worden weggenomen. Hij moet de tranen van de ogen wissen. Hij.
Zo zijn onze tranen een vraag naar God. Tranen openen onze werkelijkheid voor God. Elke traan is een teken daarvan dat wij God nodig hebben. Onze tranen vragen allemaal naar God. Niemand minder dan God. Elke traan roept om Hem. Als je het zo bekijkt, zijn tranen een uiting van leven, van mens zijn, van verlangen naar Hem.
Elke traan is een roep: “God, waar bent U?” En God antwoordt: “Ik ben hier. Ik maak alles nieuw.” Er is niet alleen de nieuwe hemel en de nieuwe aarde, niet alleen het nieuwe Jeruzalem. Alles maak Ik nieuw! Alles. Dus ook jij en ik worden vernieuwd. Alles. Dus ook onze geliefde doden. Alles. Dus niet alleen wat niet goed meer was, wat kapot ging, naar alles maakt Hij nieuw. Ook onze successen, ook onze goedheid, ook onze liefde en onze trouw, alles maakt Hij nieuw. Onze kerken, ja, zelfs ons geloof. Alles maak Ik nieuw.
In de Nieuwe Bijbelvertaling, waar wij uit gelezen hebben, is één woordje niet vertaald. Er staat namelijk letterlijk: Zie, nieuw maak Ik alles. Zie! Dat woord klinkt alsof God ons gezicht in Zijn handen neemt en zacht maar dringend zegt: ‘Kijk nu. Kijk goed. Dit gaat jullie werkelijkheid worden.’ Als onze ogen niet langer met tranen gevuld zijn, als alle tranen uit onze ogen zijn gewist, gaan we kijken. En dan zullen we het zien. We zullen onze ogen uitkijken. Kijk: alles nieuw!

Geef een reactie