Vandaag preekte ik in mijn serie over de kerk over Handelingen 2:42-47. Het ging vooral over het eerste vers. ‘Ze bleven trouw aan het onderricht van de apostelen, vormden met elkaar een gemeenschap, braken het brood en wijdden zich aan het gebed.’
We vragen deze weken telkens: wat zegt deze lezing uit Handelingen over de kerk? Wat de schriftlezing van vandaag over de kerk zegt, is niet zo moeilijk te ontdekken. Handelingen 2 vers 42 tot en met 47 schetst een beeld van het leven van de eerste gemeente. En daarmee is ook meteen ons ideaal gegeven en onze opdracht duidelijk.
Het eerste vers van onze Schriftlezing zegt eigenlijk meteen alles. ‘Ze bleven trouw aan het onderricht van de apostelen, vormden met elkaar een gemeenschap, braken het brood en wijdden zich aan het gebed.’ Dit zijn de vier kenmerken, de vier opdrachten van de gemeente.
In de vertaling valt trouwens wel iets weg. ‘Ze bleven trouw’ lijkt hier alleen te slaan op ‘het onderricht van de apostelen’, maar er staat letterlijk: ‘ze volharden in het onderricht én in gemeenschappelijkheid én in het breken van het brood én in het gebed.’ Die vier dingen zijn allen een kwestie van volhouden. Geen van deze vier gaat vanzelf. Volharding is de overkoepelende deugd die de gemeente tot gemeente maakt. Zonder volharding lukt niets.
Vier dingen. In de taal van Handelingen: onderricht, gemeenschap, brood breken, gebed. In kerkelijke taal: verkondiging, pastoraat, diaconaat en liturgie. Opvallend trouwens dat eredienst als laatste wordt genoemd. De eredienst is belangrijk, maar toch lijkt hier te worden gezegd: ga eerst leven als christen voordat je gaat bidden. Misschien lukt bidden ook wel een stuk beter als je die andere dingen eerst doet.
In de taal van Handelingen: onderricht, gemeenschap, brood breken, gebed. In kerkelijke taal: verkondiging, pastoraat, diaconaat en liturgie. In onze taal: focus, eenheid, solidariteit en concentratie. Ik wil over alle vier iets zeggen.
‘Ze bleven trouw aan het onderricht van de apostelen.’ Dat is het eerste wat er over die gemeente in wording in Jeruzalem wordt verteld. ‘Het onderricht van de apostelen.’ Dat is natuurlijk wat de apostelen vertellen over Jezus Christus. Zijn leven, zijn dood, zijn opstanding. Daar begint het mee. Dat is de bron. Daar keert de kerk telkens weer naar terug. De kerk heeft het over Jezus Christus. Zelfs buiten de kerk verwacht men dat van de gemeente. We hoeven ons voor hem niet te schamen, we hoeven Hem niet uit beleefdheid te verzwijgen. Laten we het telkens over Hem hebben. Over wie Hij voor ons is. Over de nieuwe schepping die in Hem begonnen is. Over hoe Hij hemel en aarde verbindt. Over hoe Hij ons roept beelddragers van God te zijn.
‘Ze vormden met elkaar een gemeenschap.’ Het Griekse woord wat hier gebruikt wordt is kononia. Dat woord betekent partnerschap. Ieder heeft zijn aandeel. Ze delen hun leven, in de breedste zin van het woord. Ze vormen een huishouden, een familie.
Ik denk dat op dit punt voor ons nog best wel wat te winnen valt. Ik heb tijdens de kennismakingsgesprekken die ik voer te vaak gehoord dat mensen zich niet gezien voelden. Dat juist toen het lastig werd en zwaar de gemeenschap werd gemist. Dat toen je het het hardste nodig had het niet lukte. Ik heb geen kant en klare oplossing. En ik wil ook niet met het beschuldigende vingertje wijzen. Ik weet wel dat velen het anders zouden willen zien. Dat de kerk een plek is waar je terecht kunt. Dat je zusters en broeders met je meeleven. Dat ze hoe moeilijk ze het ook vinden, toch contact maken. ‘Ik weet niet wat ik zeggen moet, maar hier ben ik.’ ‘Hoe gaat het vandaag met je?’ ‘Kan ik iets voor je doen?’
‘Ze braken het brood.’ Mijn collega in Barendrecht zei altijd: ‘De kerk is begonnen als eetgroep en voedselbank.’ Het is niet onterecht om bij het breken van het brood aan het vieren van het Heilig Avondmaal te denken, maar het gaat hier beslist ook om een gewone maaltijd.
In vers 46 wordt daar nog iets meer over gezegd. Daar staat ‘ze braken het brood bij elkaar thuis en gebruikten hun maaltijden in een geest van eenvoud en vreugde’. Men zoekt elkaar op, wie rijk was voelt hij zich niet te goed om armen te ontvangen. Wie arm was schaamde zich niet een rijke zuster of broeder in de heer onder zijn schamele dak te nodigen.
Samen eten was zeker in die cultuur een manier om eenheid uit te drukken. En een deel van de aantrekkingskracht van de christelijke gemeente was dat allerlei soorten mensen elkaar ontmoetten aan de tafel. Rijk en arm, allerlei culturen, allerlei leeftijden troffen elkaar aan tafel. Dat was ongekend. Dat had men in het Romeinse Rijk nog nooit gezien.
Nog zijn er de verschillende groepen. En onze bubbels, in stand gehouden door de algoritmen van de Facebooks van deze wereld. Hier worden de grenzen doorbroken. Wellicht zou dat nog wel wat meer mogen dan nu gebeurt.
Het vierde wat gezegd wordt over die christelijke gemeente is dat ze zich wijden aan het gebed. Men schaamt zich niet te bidden. Men weet dat het gebed de manier is voor de christelijke gemeente om na te denken, tot inzicht te komen en beslissingen te nemen. Het gebed is niet iets wat erbij komt komen, maar het is de manier van bestaan. Laten we in onze gemeente durven bidden. Laat het gebed niet alleen als opening en afsluiting fungeren, maar als wezenlijk onderdeel van bijeenkomsten en vergaderingen.
Onderricht, gemeenschap, brood breken en gebed. Waar een gemeenschap deze 4 dingen doet daar gebeurt wat. ‘Tekenen en wonderen’, noemt vers 43. Nu kun je daarnaar kijken door een sceptische en materialistisch postmoderne bril, maar we voelen denk ik allemaal wel aan dat waar het lukt om die vier dingen te doen, volharden in onderricht, gemeenschap, samen eten en bidden, bijzondere dingen mogelijk zijn.
Zo worden wij vanmorgen in alle eenvoud, heel recht toe recht aan herinnert aan waar het voor ons op aankomt. Hoe moet het verder met de kerk? Wat staat ons te doen? Dit.
Volgende week ga ik verder over het tweede deel van onze Schriftlezing. Ik las een boek wat me duidelijk maakte dat de radicaal andere kijk op bezit van de eerste christenen uiterst actueel is. Sterker nog, het zou wel eens onze redding kunnen zijn. Maar we hebben niet veel tijd meer.
Geef een reactie