Deze Adventstijd preek ik vier keer over Lucas 1. Vandaag mijn eerste preek over Zacharias en Elisabet (Lucas 1:5-25).
Gods komst is verontrustend
Vanmorgen ontmoeten we Zacharias en Elisabeth. Twee mensen met al een heel leven achter zich. Het weinige dat over hen verteld wordt, zegt veel. Rechtvaardig en kinderloos. Bijbels gesproken wel een goed maar geen gezegend huwelijk. Uit de woorden van Gabriël kun je opmaken dat Zacharias gebeden heeft om een kind, maar het was niet gebeurd. En op een gegeven moment kan het gewoon niet meer.
Zacharias en Elisabeth. Vanmorgen houden ons de vragen bezig waarom Zacharias moet zwijgen en waarom Elisabeth zich verbergt. Ik heb het idee dat die twee dingen bij elkaar horen. Zowel Zacharias’ zwijgen als Elisabets verbergen is een teken, het zijn allebei gebeurtenissen met een boodschap.
Allereerst waarom Zacharias moet zwijgen. Het heeft iets weg van een straf. Gabriël verschijnt aan Zacharias in de tempel en belooft hem een zoon, een heel bijzondere zoon, en de priester vraagt om een teken. Gabriel noemt dat meteen een gebrek aan geloof. De engel gaat er sowieso vrij massief in. ‘Ik ben Gabriel, die altijd in Gods nabijheid is…’ Het is alsof hij zich in zijn volle lengte opricht. Weet Zacharias wel met wie hij te maken heeft?
Ik heb enigszins te doen met onze priester. Zijn vraag is ook niet on-Bijbels, er zijn voorbeelden genoeg in het Oude Testament dat God wel een teken geeft, denk maar aan Mozes, aan Gideon. Maar Gabriël is heel resoluut: als jij niet luistert naar wat ik zeg, dan zul jij voorlopig ook niks zeggen.
Daar sta je dan, je hele leven God gediend, gewerkt in de tempel, rechtvaardig, samen met je vrouw houdt je aan de geboden en voorschriften. En dan komt God, en dan geloof je het niet meteen en dan kun je negen maanden geen woord meer uitbrengen.
Is dat onrechtvaardig? Het is wat het is. Dit is meer dan een lichtgeraakte engel of een aarzelende priester. Zacharias’ zwijgen is een teken, een gebeuren met een boodschap. Dit geen psychologie, maar theologie.
In Zacharias en Elisabeth komt het beste van het beste van Israël samen. Priester en dochter van Aaron, rechtvaardig en onberispelijk, in dit echtpaar komt heel geschiedenis van God en zijn volk tot bloei. Maar onvruchtbaar. De bloem valt af zonder dat er vruchten komen.
Zo gaat dat met menselijke godsdienst. Het beste van wat wij doen, en dan bedoel ik niet al die betekenisloze prestaties en kortstondige succesjes, nee, het beste van wat wij doen op religieus, ethisch en moreel vlak, onze godsdienstige prestaties, onze giften, ons vrijwilligerswerk, zelfs niet ons geloof en ons gebedsleven, brengen ons bij God. Advent is ook beseffen dat niet wij naar God op weg gaan, maar dat we het moeten hebben van zijn komen, alleen van zijn komen.
Zacharias vraagt om een teken, maar hij wordt zelf het teken. Als God komt, dan zwijgt een mens. Over Gods werk kunnen wij niet spreken. Dat we hier zijn, dat u meekijkt of meeluistert, dat ik hier sta, dat kan eigenlijk niet. Wij doen iets wat wij niet kunnen.
De kerk wordt vaak ten onrechte gezien als de club van God, de club die iets over Hem te vertellen heeft. Ten onrechte omdat God geen club heeft, en omdat wij niet iets over hem te zeggen hebben. Als wij iets over God moeten gaan zeggen dan lijken wij op Zacharias, dan willen onze lippen niet, dan komt er geen klank uit onze keel, dan zijn er alleen de machteloze gebaren. We kunnen uit onszelf niet over God spreken. God zelf moet het doen. Advent gaat erover dat Gods heil ons altijd vooruit is. God is ons altijd een stap voor. Waar wij nog leven in de onmogelijkheid, daar heeft God de werkelijkheid van zijn heil al geschapen.
Dat lijkt me een mooie boodschap voor een adventsdienst. Het komt goed en ook als je er niks van, God zou best wel eens aan het werk kunnen zijn. Maar laten we er niet aan toe al te gauw mooi noemen. Dat leren wij van het teken van Elisabet. Als zij zwanger wordt, verbergt zich. Daar kunnen allerlei huiselijke verklaringen voor gegeven worden. Als zou Elisabeth het goede nieuws voor zichzelf willen houden, als jou zij zich niet willen blootstellen aan het geroddel van het dorp, als zou zij zich in eenzaamheid willen voorbereiden op het grote wat van haar gevraagd wordt.
Mijn probleem met die verklaring is dat we dan beter willen weten dan Elisabet zelf, beter willen weten dan de Bijbel. Elisabets daad is een teken, want Elisabeth legt zelf uit waarom ze zich verbergt. De NBV en ook de NBV21 vertaalt weer een heleboel weg helaas. Er staat dat zij zich verbergt, ‘zeggend dat zo heeft mij gedaan de HEER toen Hij naar mij keek om weg te nemen mijn schande onder de mensen’. Elisabet verbergt zich want, zo zegt ze: God heeft zich ook verborgen gehouden. Ik was rechtvaardig en vroom en Hij deed niets. Hij keek toe terwijl de mensen over me praatten. Hij keek het aan.
In het zich verborgen houden van Elisabet komt haar zielenpijn aan het licht. Haar worsteling met God. Haar waarom-vragen. Het is voor Elisabeth echt niet zo dat nu ze zwanger is alles vergeven en vergeten is. Zo van eind goed, al goed. In Elisabets woorden klinkt de vraag door waarom het zo lang heeft moeten duren. Waarom God al die rechtvaardigheid en al die onberispelijkheid zo lang heeft genegeerd. De mensen hebben er over gepraat. En volgens mij kan Elisabeth het geroddel over haar wel verdragen, maar ze kan niet verdragen dat de mensen denken: nou, je ziet waar het toe leidt, al die priesterdienst, al die rechtvaardigheid en onberispelijkheid; je ziet wat je hebt aan die God.
Advent gaat over een God waarvan je moet zwijgen en die zich verbergt. Advent begin bij de grote worstelingen van het geloof. Ze zijn ons niet onbekend. Wij kennen de sprakeloosheid als wij iets moeten zeggen over God en wij kennen de vraag waarom God zich verbergt. Zo begint Advent dicht bij ons leven. Gods komst is verontrustend en pijnlijk. En juist zo wil Hij ons redden.
De Duitse journalist en schrijver Jochen Klepper dichtte een Adventslied – we gaan er zo naar luisteren. Het eindigt zo: ‘God lijkt wel diep verborgen in onze duisternis, maar schenkt ons toch een morgen die vol van luister is. Hij komt ons toch te stade, ook in het strengst gericht. Zijn oordeel is genade, zijn duisternis is licht.’
Geef een reactie