Dat kan beter!

Dat kan beter. Ik weet niet hoe het met u is, maar dat is wat ik vaak denk: dat kan beter. En het is echt niet dat ik dat alleen maar over wat anderen doen denk. Ik denk dat juist ook heel vaak over mijzelf. 

En ik denk het ook heel vaak over de kerk. Hebt u dat ook niet, dat er iets in de kerk gebeurt of juist niet gebeurt en dat je dan denkt: dat kan beter? De preek kan aansprekender, de muziek moderner, de betrokkenheid kan groter, de kerk kan voller, de besluitvorming transparanter en sneller, het kerkblad moderner, de app actiever, de inkomsten hoger, de dominee zichtbaarder, de fusie sneller, de activiteiten gevarieerder, de jongeren kunnen beter betrokken worden en de ouderen meer bezocht… Waar is de aandacht voor de dertigers en veertigers? Wat doen wij eigenlijk aan missionair gemeente-zijn? Kan het niet wat vrolijker? Hadden we maar meer ouderlingen, meer pastoraal bezoekers, meer vrijwilligers in het jeugdwerk. Ik noem maar een paar dingen.

Mensen klagen wel eens bij mij over de kerk. Ik denk dan en soms heb ik ook de moed om het te zeggen: ‘U hebt helemaal gelijk. Sterker nog, het is nog veel erger dan u denkt. U kijkt er nog van de buitenkant tegenaan, ik zit er middenin. Ik weet nog veel beter dan u wat er allemaal beter kan en moet.’

Ik kan zo nog tien, twintig, dertig dingen noemen die we ook nog zouden kunnen en moeten doen. Er is ook veel in beweging in onze gemeente. Aan de ene kant verwachten we dat de kerk nog zo is als vroeger, maar is dat al lang niet meer zo. Aan de andere kant verwachten we dat de kerk met haar tijd meegaat, maar duurt dat soms langer dan we willen. En dan zie ik de volle agenda van de moderamen- en kerkenraadsvergaderingen en de alsmaar kleiner wordende kerkenraad. We komen aan een heleboel gewoon niet toe. Ook aan dingen die echt belangrijk zijn. Ook aan dingen die echt urgent zijn.

Ik weet niet of de kerk hierin uniek is. Ik denk het eigenlijk niet. Ook op jouw werk kan veel een stuk beter. En als je de krant leest en het nieuws volgt krijg je toch ook sterk de indruk dat op een heleboel plekken de dingen niet zijn zoals ze zouden moeten zijn. 

En laten we het ook persoonlijk maken. Kun jij zelf niet een stuk beter? Als je nu eindelijk eens zou stoppen met… Als je nu eindelijk eens zou… Het kan geduldiger, vriendelijker, sneller, eerlijker… Die paar kilo. Die verkeerde gewoonte. Dat stiekeme gedrag. Meer bidden. Meer geloven. Meer bezig zijn met God. 

Wij leven in heel veel opzichten met de gedachte: dat kan beter. Wij denken in heel veel opzichten dat als we dit of dat zouden doen, dat het dan een stuk beter zou gaan met de wereld, met de kerk, met anderen en met onszelf. 

Ik las de afgelopen dagen het nieuwe boek van Rutger Bregman, zeg maar het vervolg op zijn bestseller De meeste mensen deugen. Ik hoorde hem in een podcast zeggen dat door dat boek net teveel mensen gedacht hebben dat ze inderdaad deugen en dat er aan hen niet veel meer te verbeteren valt. Dat is Bregman te zelfgenoegzaam. Er is nog zoveel ellende In de wereld en er is nog zoveel te doen dat het veel te vroeg is om tevreden achterover te leunen. Morele ambitie heet daarom het nieuwe boek van Bregman. En het is een oproep om iets te willen bereiken en dan niet iets voor jezelf, maar iets voor de mensheid. 

Het bijvoorbeeld in de geschiedenis waar Bregman telkens naar verwijst is de afschaffing van de slavernij. De mensen die dat de wereld uit hielpen, die wilde tenminste wat. En als voorbeeld van wat er nog gebeuren moet, noemt Bregman de bestrijding van malaria. Wereldwijd krijgen jaarlijks 1/4 miljard mensen malaria, waarvan een groot deel kinderen. En van de malaria doden, ruim 600.000 is zelfs 80% onder de 5. Dat zijn ruim 1300 kinderen per dag. Laten we daar eens wat aan doen. Het is niet onmogelijk, het is een kwestie van wil en een kwestie van durf en een kwestie van geld.

Het boek van Bregman hij had ook als titel kunnen hebben: dat kan beter. En Bregman laat overtuigend zien dat het beter kan en dat het beter moet. Lees dat boek.

En toen werd het Pasen. En toen stond Jezus op uit de dood. Dat kan beter? Nee, dat kon niet beter. Toch is het Paasevangelie is ook niet bepaald een succesverhaal.

Ik dacht van de week laten we ons nu eens voorstellen wat Jezus allemaal gezien heeft. Dat hij daar ergens in de struiken of achter een boom stond en het allemaal heeft zien gebeuren. Maria die in het eerste ochtendlicht bij het graf komt en verschrikt meteen weer wegrent. Waarom rent ze weg? Ze wist toch dat Ik moest opstaan?

En dan komt even later één van zijn leerlingen eraan gerend. En niet zomaar één, het is leerling met wie Jezus een diepe band heeft. Vaak hoefden ze alleen maar naar elkaar te kijken om te weten wat er in de ander omging. Die zal het toch wel begrijpen? Maar hij staat daar maar. 

Jezus wil al op hem aflopen, maar klinken er opnieuw voetstappen, minder lichtvoetig. Petrus komt om de hoek. Ja, natuurlijk Petrus, altijd haantje de voorste, al klinkt dat sinds vrijdagavond weer heel anders. En Petrus, vermoeid, heeft geprobeerd Johannes bij te houden, loopt hijgend en half struikelend het rotsgraf in. En ja, dan wil Johannes niet achterblijven. 

Binnen zullen ze zien dat de doeken netjes zijn opgerold, dat de hoofddoek zelfs op een aparte plek ligt. Er is dus geen sprake van grafroof, nee, hier is iemand die in alle rust het graf verlaten heeft. Maar dat zullen ze toch wel begrijpen? Ze kennen de Schriften en Ik ben drie jaar bij ze geweest. 

Maar als ze naar buiten komen geen lachende gezichten, geen stralende blik. Verwarring, ongeloof, angst, dat is wat Jezus op hun gezichten ziet. En ze gaan weer weg! Ze gaan gewoon weer naar huis. 

Als Jezus achter zijn boom tevoorschijn stapt om hen aan te spreken, is daar opeens Maria weer. Voordat Jezus zijn leerlingen aan kan spreken ziet Hij hoe zij naar het graf toeloopt. Met een klein knikje naar de engelen die al de hele tijd bij Hem zijn geeft Hij hun het teken om in actie te komen. Ze gaan zo snel als het licht het toelaat het graf in en gaan daar rustig zitten. Nu zal Maria toch wel tot inzicht komen? Van twee engelen zal ze toch wel onder de indruk zijn.

Maar het lijkt wel alsof Maria die engelen niet eens ziet. Ze ratelt maar door: ‘Waar is Hij? Waar hebben jullie Hem gelaten?’ Ondertussen is Jezus tot vlak bij Maria gewandeld. Ze draait zich om. Jezus opent zijn armen en ene brede glimlach verschijnt op zijn gezicht. Nu dan. Maar, nee, Maria ratelt gewoon door: ‘Heeft u Hem dan ergens anders neergelegd? Zeg het me toch!

Nu is het wel genoeg geweest. ‘Maria!’, zegt Jezus, met heel veel liefde en ook een beetje ongeduld. Maria! En dan, ja dan ziet ze het. ‘Rabouni!’ en ze grijpt Jezus vast. Jezus slaat zijn armen om haar heen. En zo staan ze daar. Tot Jezus zegt: ‘Je moet me een keer loslaten, Maria, en als je me loslaat dan kun je naar de leerlingen gaan. Ik noem ze vanaf nu mijn broers en zussen, want mijn God is ook jullie God. Naar Hem ga ik toe. Toe, ga maar.’

Zo is het ongeveer gegaan volgens Johannes. En ik vind het zo ontroerend. Niet alleen vanwege de grote emoties die in het verhaal zitten, maar ook vanwege de stunteligheid. De Heer staat op en zijn leerlingen, zijn broers en zussen, zij die het meeste van Hem houden, stuntelen er een beetje omheen. Ik weet niet hoe jullie over jezelf denken als gelovige maar ik vind dit zo herkenbaar. Ik stuntel ook maar zo’n beetje achter mijn Heer aan. Ik ben ook vaak zo in mijzelf, zo bezig met anderen, zo vol van mijn eigen gevoelens. 

Dat kan beter. Ja, ook rondom de opgestane kan het een heel stuk beter. Stel je nu voor dat Maria bij het zien van het open graf meteen had geconcludeerd dat Jezus was opgestaan. Dat Johannes en Petrus meteen hadden begrepen dat nu gebeurd was wat in de Schriften stond geschreven, dat de nieuwe schepping was begonnen, dat de nieuwe uittocht had plaatsgevonden, dat de nieuwe terugkeer uit de ballingschap een feit was. Stel dat ze even rond hadden gekeken en Jezus hadden ontmoet. En dat ze gezegd hadden: ‘Ik wist het wel.’ 

Maar nee, zo is het niet gegaan. En dat troost mij dan ook wel weer. Rondom de Opgestane Heer stuntelen wij mensen wat rond. Zo is het altijd geweest en het is kennelijk niet erg. De Heer eist geen perfectie. Hij vraagt geen volmaaktheid. Morele ambitie. Prima natuurlijk, maar relax een beetje. De kerk is de gemeenschap der heiligen, de gemeenschap der stuntelende heiligen, de gemeenschap der heilige klunzen. Laat de kerk de gemeenschap zijn waar we elkaar en onszelf niet kwellen met het verlangen naar perfectie, maar de gemeenschap waar wij met een Paaslach grijnzen om onszelf en met een milde Paaslach kijken naar elkaar. Ik wens jullie een vrolijk Pasen. De Heer is waarlijk opgestaan!


Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.