De bevrijdende waarheid

In mijn serie preken over het Johannesevangelie vandaag een preek over Jezus’ woorden ‘…en de waarheid zal u bevrijden’. Ze komen uit de Schriftlezing Johannes 8:21-36. Onderaan de preek een ‘vooropmerking’ bij deze lezing.

Afgelopen dinsdag opende het dagblad Trouw met de kop ‘Onderzoek naar rol protestantse kerken bij slavernij’. De Vrije Universiteit en de Protestantse Theologische Universiteit gaan gezamenlijk onderzoek doen naar de betrokkenheid van de Nederlandse protestantse kerken bij de slavernij in het kolonialisme. Onze Protestantse Kerk in Nederland heeft haar medewerking toegezegd.

Opvallend is dat in het artikel, dat de hele voorpagina in beslag neemt, niemand aan het woord komt die je zou kunnen rekenen tot ‘de slachtoffers’ van ons koloniale verleden. Geen nakomeling van voormalige slaven en ook niet iemand die bijvoorbeeld ervaring heeft met hedendaags racisme of discriminatie in kerken. In het artikel komen enkel onderzoekers en kerkleiders aan het woord. Er wordt door hen wel over de vragen van migrantenkerken gesproken, maar we lezen niets van die kerken zelf. Ook in een tweede artikel dat woensdag in de krant stond, is dat het geval.

Wat moet je daaruit opmaken? Ik denk vooral dit: dat de kerken dit onderzoek vooral voor zichzelf doen. En dat bedoel ik positief. De kerken willen weten wat er gebeurd is, wat hun rol daarin was en waarom ze deden wat ze deden. Het onderzoek wordt en niet opgedrongen, er is geen dwingende lobby of aanhoudende media-hetze, geen frame van goed en fout, nee, de kerken zelf willen weten hoe het zit.

Willen wij in Woerden er ook van weten? Hebben wij in Woerden geprofiteerd van de slavenhandel en het kolonialisme? Op het predikantenbord staat als negende predikant ene J. Cralingius genoemd. Het gaat om de omstreeks 1589 geboren Jacobus van Cralingen. Cralingius was zijn verlatijnste naam. Hij was vanaf 1619 24 jaar lang predikant in onze gemeente. In de zomer van 1643 vertrok hij. Op het bord staat dat hij vertrok naar Oost-Indië, het huidige Indonesië, toen een van onze koloniën. 

[Was Van Cralingen na 24 jaar geworden toe aan iets anders? In 1642 had hij zich met twee brochures gemend in het debat tussen de remonstranten en contraremonstranten. Die brochures werden door zijn tegenstanders belachelijk gemaakt. Was zijn vertrek naar de oost een beschaamde aftocht? Er is in ieder geval niets terug te vinden over wat er daarna met Jacobus gebeurd is.]

‘En de waarheid zal u bevrijden.’ Deze woorden van Jezus uit de Schriftlezing van deze morgen zouden zomaar de titel van het rapport kunnen worden wat aan het einde van dit onderzoek gepresenteerd wordt. Als de waarheid boven tafel is gekomen, dan betekent dat bevrijding. Niet alleen voor afstammelingen van slaven, maar ook voor de kerken zelf. 

Als je eerlijk kunnen zeggen wat er gebeurd is, dan geeft dat een gevoel van bevrijding. Dat is een herkenbare ervaring, of een heleboel niveaus. In het gezin, op school, op het werk, maar ook in de politiek of het strafrecht, als uiteindelijk in alle eerlijkheid de feiten gedeeld kunnen worden, dan is er meer vrijheid dan daarvoor. Zo werkt het. Vergeving krijg je niet omdat je smeekt om vergeving, maar omdat je eerlijk erkent wat je hebt gedaan en omdat je erkent wat dat betekend heeft voor die ander. ‘De waarheid zal u bevrijden.’

In het gedeelte uit Johannes 8 dat we gelezen hebben, staat de bevrijdende kracht van de waarheid tegenover wat wordt aangeduid met de uitdrukking ‘sterven in uw zonde’. Drie keer staat die onaangename uitdrukking in onze Schriftlezing. Wat is dat, ‘sterven in je zonde’? De commentaren en boeken over Johannes die ik in mijn kast heb staan, lopen met een grote boog om deze woorden heen. Dat zal te maken hebben met de onaangename klank die deze woorden hebben. Dit is ook niet wat wij graag horen uit de mond van Jezus. Wij horen hem liever zeggen: ‘Je zonden zijn je vergeven.’ Of: ‘Ga heen en zondig niet meer.’ 

Toch denk ik dat we, als we onze eerste schrik te boven zijn, prima kunnen begrijpen dat Jezus hier bedoelt en ik denk zelfs dat we kunnen begrijpen waarom Hij dit zegt. Er is in het Nieuwe Testament vaker sprake van ‘sterven in’. Je kunt ‘sterven in de Heer’ en je hebt ook de uitdrukking ‘sterven in Adam’. ‘Sterven in’ betekent dan ‘verbonden met’, dus ‘sterven verbonden met de Heer’ of ‘sterven verbonden met Adam’. 

Sterven in je zonde betekent dan ‘sterven verbonden met je zonde’. Niet voor niets betekent het Griekse woord wat wij meestal vertalen met ‘vergeving’ letterlijk ‘losmaken’. Als je vergeving ontvangt, worden je zonden van je losgemaakt. Dan word je weer iemand los van wat je gedaan hebt. 

Sterven in zonde wil zeggen dat je tot het bittere eind verbonden blijft met je zonde. Je laat ze niet los en je laat je er niet van losmaken. Je laat de waarheid je niet bevrijden. Je bent, zoals in vers 34 staat, ‘een slaaf van de zonde’. 

In die uitdrukking, ‘slaaf van de zonde’, komt de ware aard van de zonden aan het licht. Wat is zonde? Zonder is in de bijbel een symptoom van een dieperliggend probleem. Het probleem met ons mensen is niet zozeer dat wij zondigen, maar dat wij vreemde goden dienen. 

In plaats van de God van Israël dienen wij allerlei afgoden. Welke dat zijn? Als je wilt weten welke goden mensen dienen, dan moet je kijken naar waar ze het meeste geld, tijd en energie aan besteden. En als je wilt weten welke goden een samenleving dient, dan moet je kijken naar wat de grootste gebouwen zijn in die samenleving.

Er zijn heel veel verschillende afgoden, maar ze hebben een ding gemeenschappelijk: ze maken ons onvrij. Hoe meer wij ze dienen, hoe meer macht ze over ons krijgen. 

En die macht zorgt ervoor dat wij zondigen. We zijn slaaf van de zonde.

Tegenover die onvrij makende afgoden staat de God van Israël. Hij bevrijdt. Dat is zijn belangrijkste werk. Alles wat Hij doet, kun je samenvatten in dat ene woord: bevrijding! Zonde is dat ontkennen. In denken, spreken, doen en laten ontkennen dat God bevrijdt, dat is zonde.

En nu is de vraag, toen en nu, of wij ons door Jezus Christus uit de droom laten helpen. Of wij in Hem Gods bevrijdende kracht aan het werk zien. Of wij onze afgoderij onder ogen willen zien. Je slavernij. De macht die je vreemde goden geeft. 

Ontzeg jezelf deze bevrijding toch niet. Gun het jezelf. Doe onderzoek naar de slavernij in jouw leven. Willen we daarvan weten? Willen we een eerlijk onderzoek? 

Waar kunnen wij niet zonder? Status? De goedkeuring van anderen? Drukte? Aandacht? Spullen? Laat je door Jezus Christus uit de droom helpen. ‘Wanneer de Zoon u vrij zal maken, zult u werkelijk vrij zijn.’

Vooropmerking bij Johannes 8:21-36

We vervolgen onze lezing uit het Johannes evangelie. We zijn aangekomen in hoofdstuk 8. Niet het meest bekende gedeelte uit Johannes en het is niet moeilijk te raden waarom dat zo is. Het is een ingewikkelde tekst en bovendien een hoogst onaangename. De discussie tussen Jezus en zijn tegenstanders verhard, de toon wordt vinnig en hard. Met het oog daarop vooraf een belangrijke opmerking.

De geschiedenis van de kerk is vol jodenhaat. Teksten als Johannes 8 werden gebruikt om deze haat te legitimeren. We kunnen Johannes 8 niet lezen en ik kan over Johannes 8 niet preken zonder deze kant van de tekst te benoemen.

Een groot deel van de Nederlandse joodse gemeenschap werd in de Tweede Wereldoorlog weggevoerd. Ook uit Woerden. De recent geplaatste stolpersteine herinneren aan hen. En zij die de kampen overleefden, kregen bij terugkeer in ons land een ijzige ontvangst. Nog altijd zijn we bezig het toen aangedane onrecht en leed onder ogen te zien. 

Ik ben afgestudeerd op een theoloog, een Duitse theoloog, die de vraag stelde of je de christelijke theologie zo opnieuw kan doordenken dat joden ook nee mochten en mogen zeggen tegen Jezus Christus. Dat hun nee ook een waarachtig dienen van God is. Dat hun nee ook een vorm van trouw aan Gods Woord is. Dat hun vraag aan de gemeente hoe Jezus de Messias kan zijn terwijl de wereld nog niet verlost is, een terechte vraag is. En dat hun vraag waarom de christenen zo vaak zo weinig op Jezus Christus lijken, een beschamende vraag is. De gemeente heeft het evangelie beschaamd door haar joodse Heer een bedreiging te laten worden voor joden. 

Als we dit ook maar enigszins aanvoelen, dan betekent dat dat we Johannes 8 niet kunnen lezen als twistgesprek tussen een goede Jezus en de foute tegenstanders, waarbij wij dan ook nog eens parmantig aan de goede christelijke kant menen te staan. 

Johannes 8 is een hartstochtelijke tekst. Als je het zo scherp zegt, dan moet het wel liefde zijn. Jezus en zijn tegenstanders zeggen het zo gepassioneerd, omdat ze van elkaar houden. Het probleem van de kerkgeschiedenis is dat de kerk wel de scherpte en de hardheid, maar niet de liefde die daaronder zit heeft overgenomen. Laat het onder ons anders zijn.


Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.