Nog is het de droom van alle multinationals, van alle tech-bedrijven, maar ook van alle dictators en andere baasjes: één enkele taal. Of één app voor alles. Of één valuta waar iedereen mee moet afrekenen. Of één systeem waar we allemaal inpassen. En ook de vanzelfsprekendheid waarmee allemaal geheel vrijwillig een surveillance-apparaat bij ons dragen omdat je niet meer zonder kan. Ik bedoel die smartphone natuurlijk. ’t Is zo, als je er over nadenkt. We betalen dik voor die dingen en ondertussen maken we onszelf er compleet afhankelijk van, tot in de kerk aan toe. Zegt hij die ooit het initiatief nam om een Hervormd Woerden app te gaan gebruiken. Eén taal. Nog worden de torens tot in de hemel gebouwd. Het is en blijft een droom.
Of zeg maar gerust, een nachtmerrie. Het moet een onheilspellende bouwplaats zijn geweest, daar waar die toren werd gebouwd. Ik heb daar nooit bij stilgestaan, maar als je goed leest, dan kan het niet anders of het moet daar verschrikkelijk zijn geweest. Er worden stenen gebakken, letterlijk staat er ‘hard gebakken, door-en-door gebakken’, gloeiend heet. Grote ovens braken dag en nacht rook uit. En die gloeiendhete stenen die uit die ovens komen, maken het allemaal nog warmer. En ik weet niet precies wat aardpek precies is, maar het woord duidt op zoiets als asfalt – we hebben het de afgelopen weken bij de A12 kunnen zien – dat is ook niet bepaald fris.
Qua sfeer moet je denken aan Mordor uit de Lord of the Rings. De plek waar Sauron woont en waar Mount Doom is, die vulkaan waar die ring uiteindelijk in moet. Rook en stof en geschreeuw. Benauwd en duister. Geen fijne plek. Zo zie ik ook die bouwplaats voor me. Afschuwelijk. Maar het doel heiligt de middelen. Er moet een toren komen tot in de hemel. Ze willen naam maken en ze willen dicht bij elkaar blijven.
Dat was niet de bedoeling. Na de zondvloed zegt God: ‘Wees vruchtbaar en wordt talrijk, en verspreid je over de hele aarde.’ (Genesis 9:7) Daar is geen woord Frans bij. (Dat bestond natuurlijk ook nog niet…) ‘Verspreid je over de aarde…’ Maar de mensen weigeren.
Ik hoor in de redenen die ze aanvoeren de mengeling van hoogmoed en angst die nog altijd allerlei ellende veroorzaakt. Ik bedoel, de eerste reden die ze geven voor de bouw van die toren is dat ze hun naam willen vestigen. Iemand willen zijn. Wij willen gezien worden. Wij willen onze naam overal op zetten. Van mij. Door mij. Voor mij. Hooghartig zijn we. Wij vinden onszelf belangrijker dan die ene naam, de naam van God. Onze arrogantie kent geen grenzen.
Maar zoals ik zei, die arrogantie gaat samen met angst. De toren van Babel wordt ook gebouwd ‘om te voorkomen dat we op aarde verspreid raken’. De wijde wereld in is eng. Dan moeten we onszelf redden. Het lukt ons niet om te zien dat verspreiden veel beter voor ons is. Dat God dat niet heeft gezegd om ons te pesten, maar dat Hij met zijn opdracht juist het goede voor ons op het oog heeft.
En zo zitten ze daar, in een stinkende ziekmakende bouwput, hutjemutje, maar niet naar God luisteren, hoor. Dan heb je zo’n slecht leven. Dan mag je niks. Dan moet je van alles. Dan kan je echt maar beter hier zitten.
Ik begon net niet over de Lord of the Rings om interessant te doen en je te laten merken dat ik ook wel eens een films heb gezien. Tolkien, de schrijver van de boeken waar de film op is gebaseerd, was behalve een nogal strenge katholiek, ook iemand die gaandeweg zijn leven steeds meer geïnteresseerd raakte in milieubescherming. Of laten we het vandaag zo zeggen: in zorg voor de schepping!
Tolkien zat in het Britse leger en heeft tijdens de Eerste Wereldoorlog in België in de loopgraven gezeten. En hij zag het slagveld met alleen maar kraters. Geen grassprietje kon er nog groeien. En in Engeland zag hij hoe de industrialisatie steden vervuilde en de leefomstandigheden smerig en ongezond maakte. Niet voor niets is het uiteindelijk een leger van bomen dat ervoor zorgt dat Mordor wordt overwonnen. En dat eindigt dan met die scene waarbij een enorme vloedgolf die hele smerige poel van verderf schoonspoelt. Tolkien had gezien wat er van de wereld kan terechtkomen als de mens zijn zin krijgt. Wat voor wereld je overhoudt.
Het verhaal van de toren van Babel zou je ook kunnen lezen als een verhaal over de mens die weigert te luisteren naar God. De mens die de aarde niet als goede schepping van God wil aanvaarden. De mens die er geen aardigheid in heeft de wereld bewoonbaar te maken. De mens die geen schepsel wil zijn, die niet wil zorgen voor de schepping.
In de Bijbel eindigt het niet met water dat alles schoonspoelt. Dat had God al eens gedaan en dat wilde Hij niet weer doen. Het eindigt in spraakverwarring, gebabbel. Toen moesten we wel, op pad, op zoek naar een plek voor onszelf.
Het megalomane project van de torenbouw sterft een stille dood. De ovens doven, het is stil op de bouwplaats. De mens was aan iets begonnen, maar kon het niet afmaken. Jezus waarschuwt de mensenmenigte die Hem volgt dat de prijs die je moet betalen als leerling van Hem wel eens heel hoog zou kunnen zijn. Als je dat niet van tevoren bedenkt, dan zul je het voorwerp van spot worden. ‘Hij begon met bouwen, maar halverwege was z’n geld op.’
Als ik zie hoe wij de aarde uitputten en klimaatverandering veroorzaken, dan lijken wij wel een beetje op die torenbouwers van Babel en ook op die man waar Jezus het over heeft. We hebben enorm veel opgebouwd en een enorme welvaart bereikt. Maar zullen we het ook kunnen volhouden? Zullen we de toren van onze welvaart ook bekronen met vrede en gerechtigheid? Of is het ons allang uit de hand gelopen en is het punt dat wij het nog controle krijgen al meerdere keren gepasseerd? Lukt het ons straks niet meer om dat bouwwerk van economische macht, marktwerking en liberalisme nog overeind te houden? Wie kan daar iets over zeggen wat ons allemaal aanspreekt? Verstaan wij elkaar nog wel in dit land? En in onze wereld?
En we zullen onszelf ook de vraag achter de vragen moeten stellen, namelijk of het misschien God zelf is de taal van onze wereld verward. Zou het zo kunnen zijn dat Hij het is die in de afbraak van allerlei zekerheden en in de ontwrichting van deze tijd, zijn stem laat horen? In Babel deed Hij dat, waarom zou het nu niet kunnen? In die zin moeten we niet al te bang zijn. Dat Hij is Babel een stok in het wiel steekt, zorgt ervoor dat de mensen zich over de aarde verspreiden. Een nieuw evenwicht ontstaat. Een nieuwe balans, eerlijker, dichter bij de natuur. Mensen die weer schepsel worden. Daar ging het in Babel om en waarom zou God nu iets anders beogen?
Ten slotte. Ik las van de week in het boek ‘Niet het einde van de wereld’ van Hannah Ritchy. Zij zegt dat het nog nooit zo goed was als dat het vandaag de dag is. De kindersterfte is lager dan ooit. Moedersterfte idem dito. De levensverwachting is nog nooit zo hoog geweest. Er is nooit zo weinig honger geweest. Er hebben nog nooit zoveel mensen toegang gehad tot schoon water. Er zijn nog nooit zoveel mensen geweest die toegang hebben tot scholing. Er zijn nog nooit zo weinig mensen extreem arm geweest. Als je statistieken vraagt wat de beste tijd is om in te leven dan het antwoord ‘nu’! Dus, zo zegt Ritchy, wat wij nodig hebben is geen doemdenken, maar urgent optimisme. Urgent optimisme. Optimisme, want we hebben het goed en we kunnen werkelijk wat doen. Maar ook urgentie: weten dat het nu wel moet gebeuren. Er zijn een paar dingen op te lossen.
Urgent optimisme. Ik denk dat we dat in de kerk hoop noemen. Hoop heeft die beide kanten in zich: urgentie en optimisme. Wij hopen op Gods nieuwe wereld. Op herschepping. Maar het is juist die hoop die ons ook in beweging brengt. Het is de hoogste tijd om dat te doen. Gods Rijk komt en dus is het nu zaak om te leven zoals het in dat rijk toegaat. Rechtvaardig, duurzaam, barmhartig en liefdevol. Als wij geloven in de Schepper, zullen we dan ook niet gaan leven als schepsel? Bidden wij om de komst van Gods Rijk, zullen wij dan ook niet doen wat hoort bij dat rijk?
Ik ga jullie nu niet vertellen wat wel en niet mag. Lees daar maar over in Wonder of in de Hervormd Woerden app. Ik hoop dat je begrijpt dat dat nu net niet de bedoeling is. Wat ik wil zeggen is: de torens van Babel van onze tijd, of ze nu in de Verenigde Staten staan, of in Moskou, of ze hun big-tech heten of wat dan ook, zij zullen vallen. Er komt een dag dat ook die torens verkruimelen. Wees je bewust van je bevoorrechte positie. Nog nooit ging er zoveel goed met zoveel mensen op aarde. Nog nooit was er een generatie die zoveel verschil kan maken als de huidige. Je mag hopen, we moeten hopen, maar wel liever vandaag dan morgen.
Geef een reactie