Intiem en opruiend

Op deze derde Adventszondag preekte ik over Lucas 1:39-56. Daarin lezen we over de ontmoeting tussen Maria en Elisabet. In deze preek sta ik vooral stil bij het bijzondere lied wat Maria zingt. Het is even persoonlijk als revolutionair, even intiem als opruiend.

Twee weten meer dan één. Soms blijkt dat op een heel praktisch niveau – als je samen een klus aan het doen bent, of een werkstuk maakt – en soms blijkt het ook als het gaat over het geloof. Twee weten meer dan één. Hoe vaak is het niet zo dat een inzicht, of een ervaring, of een verhaal pas echt voor je tot leven komt, als je het aan een ander vertelt? Dat je al vertellend pas begrijpt wat het eigenlijk voor je betekent. Of dat je door de reactie van die ander je opeens doorhebt wat God tegen je wilde zeggen. God spreekt maar wat vaak juist in het gesprek dat mensen voeren.

In onze lezing van vanmorgen zien wij die geestelijke weg ook getekend. Maria en Elisabet ontmoeten elkaar. En in die ontmoeting gebeurt voor beide vrouwen heel veel. 

Elisabet heeft vijf maanden in afzondering geleefd. Je krijgt uit het verhaal de indruk dat Maria de eerste is die Elisabet ontmoet – even afgezien van Zacharias. Het was stil geweest in Elisabets leven. 

En dan is daar Maria. Het meisje wat te horen heeft gekregen dat ze door de heilige Geest een kind zal krijgen. ‘Laat er met mij gebeuren, zoals u gezegd heeft’, zo had ze gezegd. Ze had zich beschikbaar gesteld, haar bereidheid uitgesproken. Maar het was alsof het allemaal nog niet tot haar was doorgedrongen. Er was wel de bereidheid, maar nog niet de vreugde van het geloof. 

Maar voor zowel Elisabet als Maria verandert alles als ze elkaar ontmoeten. Als ze niet meer in hun eentje zijn met het goede nieuws, maar samenkomen. Dan gaat de handrem los, dan wordt de sluier van eenzaamheid van hun leven getrokken en komen de felle kleuren van het heil van God aan het licht. 

Elisabet roept het uit – ‘Ave Maria!’ – en Maria zingt haar lied. Twee weten meer dan één. 

Vorig jaar heb ik vooral stilgestaan wij Elisabet. Bij hoe zij reageert op Maria, wat zij zegt tegen Maria en wat dat betekent heeft voor deze beide vrouwen. Dit jaar wil ik vooral stilstaan bij Maria en dan met name bij het lied dat zij zingt, haar lofzang, het Magnificat.

Een bijzonder lied, zo zei ik al bij de inleiding. Intiem en opruiend, persoonlijk en revolutionair. Dat lijken tegenstellingen, maar die twee dingen blijken bij elkaar te horen.

Het lied van Maria begint heel intiem en persoonlijk. Het gaat over mijn ziel, mijn hart en mijn redder. ‘Hij heeft oog gehad voor mij…’ Maria weet zich heel persoonlijk gezien. God heeft oogcontact met haar gezocht. Ze staat in haar eentje tegenover Hem.

Zo staat ieder mens voor God. Je kunt je niet verschuilen. Hij zoekt oogcontact. Wie ben jij? ‘Mens, waar ben je?’ Dan kun je je niet verschuilen achter je kerk, of achter je familie, of achter wat dan ook. Er zijn momenten dat jij kleur moet bekennen, dat het er op aankomt, dat je keuzes moet maken, dat het buigen of barsten is.

Zo staat Maria tegenover God. Elisabets groet maakt dat besef in haar wakker. ‘Jij bent de meest gezegende onder de vrouwen, jij bent de moeder van mijn Heer.’ Maria beseft door die woorden van Elisabet wat er gebeurd is, wat er met haar aan de hand is. ‘Hij heeft oog gehad voor mij, zijn minste dienares…’ Wat een wonder! Maar Maria weet nu dat het waar is. 

Het lied van Maria begint als een heel teer lied. Het is het liedje van een meisje dat zich gezien weet door de levende God. Maar wat teer begint, zwelt aan tot een uitgelaten ballade op Gods grote daden. Het lied van Maria neemt een grote vlucht. Maria spreidt haar vleugels. Ze zingt niet langer klein, teer en bij zichzelf, maar breed en met grote uithalen. 

‘Barmhartig is Hij, van geslacht op geslacht, voor al wie Hem vereert.’ Zo klinkt het. En dan gaan alle registers open: ‘Hij toont zijn macht en de kracht van zijn arm en drijft uiteen wie zich verheven wanen, heersers stoot Hij van hun troon en wie gering was geeft Hij aanzien.’ De wereld omgekeerd. Dit tienermeisje, zwanger, wonderlijk, zij zingt over de nieuwe wereld van God, zijn Rijk waar vrede en gerechtigheid werkelijkheid worden. De oorlog wordt verklaard aan allen die zich verheven wanen en die heersen. 

Ja, het geloof heeft zijn zachte kanten. Er is de gevoeligheid en de intimiteit. Er is troost en nabijheid. Liefde en aandacht. Zorg en begrip. Maar er is ook strijd en opstand. De boodschap van het evangelie is ook dat alles wat mensen naar beneden haalt, niet kan blijven voortbestaan. En dat ieder die mensen onderdrukt, eraan gaat.

Dat gaat dus heel goed samen. Innige verbondenheid met God en een groot rechtvaardigheidsgevoel. Dat je én je stil geeft aan Gods liefde én je luidruchtig verzet tegen alles wat mensen onderuithaalt. Dat kan omdat God zelf ons daarin voorgaat.

Want zo zal Maria’s kind ook onder ons aanwezig zijn. Met innerlijke ontferming bewogen over de schare en met oog voor de bedelaar langs de weg. Biddend in stille eenzaamheid en even later ranselt hij de handelaars uit de tempel. Die de zondaar aan het kruis vergeeft, is ook het lam van God dat de zonden van de wereld. Die Maria Magdalena en Tomas bij hun naam noemt, maar ook verschijnt aan vele anderen. In Hem kijkt God je aan en in Hem heeft God zijn schepping gered. Zo persoonlijk, zo groots.

Het één kan niet zonder het ander. Wie alleen maar troost wil, wordt een geestelijke egoïst. Wie zich alleen maar verzet, wordt een zure gelijkhebber, die wijst alleen maar naar anderen. Het eind van het liedje is dan dat je je dan zelf boven een ander gaat stellen. 

Nee, het één kan niet zonder het ander. Dat is wat er bij Maria doorbreekt als zij Elisabet ontmoet. God heeft haar gezien en Hij heeft de hele wereld op het oog. Daarom is de Lofzang van Maria even intiem als opruiend, even persoonlijk als revolutionair. 

Durf je het aan om zo klein en zo groot te zijn als Maria? Zo klein en kwetsbaar als je bent en daarin zo groots en krachtig in Gods ogen? Durf je geloven in het visioen van vrede en gerechtigheid voor alle mensen en heel de schepping?

Als klein en kwetsbaar mens mag je naar voren komen. Maar kijk, je bent niet alleen. Er komen er meer, er komen er velen. Allemaal gewone mensen, minste dienaressen en dienaren. Maar God heeft naar ons omgezien. Twee weten meer dan één.

Kom zo naar voren, jij, ja jij, en samen. En weet: hier begint de revolutie. Aan deze tafel wordt de wereld omgekeerd. Wie komt met honger heeft aan brood en wijn genoeg. Wie verlangt door God vervuld te worden zal niets tekortkomen. Wie zichzelf rijk rekent zal hier niets vinden, wie zichzelf heel wat vindt, vol is van zichzelf, daar kan Christus niet meer bij. 

Als je groot bent, word je hier klein. Als je klein bent, word je hier groot. Gods nieuwe wereld is hier al begonnen. En jij, ja jij, mag meedoen.


Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.