Zo vader, zo zoon…?

Op deze vierde Adventszondag hield ik een preek over Lucas 1:56-80. Daarin gaat het over vader Zacharias en zoon Johannes. Even lijkt het er op dat Johannes naar z’n vader zal worden vernoemd, maar dat is niet de bedoeling. In deze dienst werd ook een kind van de gemeente gedoopt. Zijn naam is Kasper en ik begin de preek bij hem.

De naam Kasper komt van het Perzische woord ‘kandschwar’, dat schatbewaarder betekent. Schatbewaarder. Volgens de legende heette een van de wijzen uit het Oosten ook Caspar (de andere heetten volgens diezelfde legende Melchior en Baltasar). Kasper, schatbewaarder. Dus toen ik een dooptekst voor de kleine Kasper zocht, kwam ik uit bij Jesaja 45 vers 3. De HEER zegt: ‘Ik zal je verborgen schatten schenken, diep weggeborgen rijkdommen. Dan zul je weten dat Ik de HEER ben, de God van Israël, die jou bij je naam roept.’ Een tekst die veelbelovend klinkt, nietwaar?

In het evangelie horen we hoe Johannes zijn naam krijgt. Die naam zal toen geklonken hebben als Yochanan. Yochanan betekent ‘de HEER is genadig’. Ook een mooie naam. De Nederlandse naam Jan komt van Johannes. 

Johannes krijgt zijn naam niet zonder slag of stoot. Even dreigt Johannes de naam van zijn vader, Zacharias, te krijgen. Maar dat was niet de bedoeling! Zo had de engel die de geboorte van Johannes aankondigde het niet gezegd. ‘Je moet hem Johannes noemen’, had Gabriël in de tempel tegen priester Zacharias gezegd (Lucas 1:13). 

De buren echter, die al negen maanden geen woord uit Zacharias krijgen, willen het jongetje naar zijn vader noemen. Zacharias junior. Daarmee dreigt het mannetje meteen verbonden te worden met het verleden. Terwijl dit kindje bij de toekomst hoort. Dat geldt voor ieder kind, maar zeker voor dit kind. Dit kind is er om het nieuwe dat God begint aan te kondigen, om er voor uit te gaan.

Elisabet en Zacharias verijdelen samen het plan van de buren. Het is voor ons moderne mensen enigszins pijnlijk om te lezen dat de buren Elisabet niet geloven als zij zegt dat het kind Johannes moet heten. Er zit voor ons toch een randje van vrouwonvriendelijkheid aan als de buren zeggen: ‘We gaan het wel aan je man vragen.’ 

Maar goed, wat hierdoor wel gebeurt, is dat Zacharias zijn ongeloof volledig te boven kan komen. Hij kan zijn scepsis goedmaken. Door wat Zacharias op zijn schrijftablet schrijft, stemt hij helemaal in met de woorden van Gabriël. Waar hij die woorden eerst niet kon geloven, gaat hij er nu helemaal in mee. Het is alsof Zacharias met het opschrijven van de naam van zijn zoon, zijn handtekening zet onder Gods Woord. Met deze naam ondertekent hij de belofte van God. 

Johannes is zijn naam. ‘Iedereen was verbaasd,’ zo merkt de evangelist Lucas daarbij op. Ja, soms roept een naam verbazing op. Ik weet niet of jullie vrienden en familie de naam Kasper verwacht hadden? (Ik heb een neefje dat Beren heet. Hij is vernoemd naar een personage uit de boeken van de Engelse schrijver Tolkien.) 

Het woord ‘verbazing’ is een favoriet woord van de evangelist Lucas. Verbazing is een reactie op Gods handelen die nog alle kanten op kan. Het is beslist geen ongeloof, maar geloof is het ook niet. Het is fascinatie. Mensen verbazen zich graag, maar er zit ook iets van afstand in: je kijkt ergens met verbazing naar, maar je vertrouwt je er niet aan toe. Nog niet. 

Men kijkt het dus nog even aan met Johannes. We voelen wel aan, er gaat wat gebeuren, maar wat is nog niet helemaal duidelijk.

We horen ook dat men zich afvraagt hoe het zal verdergaan met dit kind (vers 66). Letterlijk staat er: ‘Wat zal dit voor kind zijn?’ Het is de vraag die ieder die boven een wiegje staat te kijken zichzelf stelt. ‘Wat zal er van je terecht komen?’ ‘Zul je gezond en gelukkig zijn?’ ‘Hoe zal de wereld er voor je uitzien?’ 

Het is de vraag die je kunt stellen bij die kinderen in Zambia waar Anne van der Kooij mee werkt. Hoe moet het met jullie, met ouders die zo arm zijn dat ze altijd maar moeten werken, of die verslaafd zijn? Gelukkig is Operatie Mobilisatie er om iets te doen voor deze kwetsbare kinderen. Eten, aandacht en vooral vertrouwen geven Anne en vele anderen.

En wat voor jongetje zal Kasper worden? Net als Johannes maakte ook hij een lastige start. We hopen er het beste van en hij heeft gelukkig ouders die goed voor hem zorgen en die ook alle vertrouwen in hem hebben.

Zacharias gebruikt zijn hervonden spraak ook om vertrouwen in zijn zoon uit te spreken. ‘En jij, mijn kind, jij zult genoemd worden: profeet van de Allerhoogste, want voor de Heer zul je uitgaan om de weg voor Hem gereed te maken…’ Zacharias heeft er alle vertrouwen in dat het goed komt met zijn zoon, dat hij een belangrijke rol zal spelen in de komst van Gods nieuwe wereld. Zacharias is de fascinatie en de verbazing voorbij. Bij hem is het gekomen tot een volledig vertrouwen, een gerijpt geloof.

Het verhaal eindigt ermee dat Johannes in de woestijn verblijft. Het kind gaat zijn eigen weg. Hij is niet te vinden in de tempel, waar zijn vader thuis is, maar hij zoekt het in de wildernis. Niet onder de mensen, niet waar iedereen is, niet in de massa, niet op de gebaande wegen. Johannes heet niet alleen geen Zacharias, hij ís geen Zacharias.

Johannes gaat niet verder met de godsdienst van zijn vader. Daar wil ik nog even bij stilstaan. Priesterschap ging over van vader op zoon, maar Johannes moet niets hebben van die tempel. 

Dat Johannes de godsdienst van zijn ouders niet voortzet, heeft een sterke parallel in onze tijd. Er zitten er hier genoeg in de kerk die weten hoe dat voelt dat je kind niet gelooft zoals jij dat doet. En als je hier wel met je kinderen zit, reken maar dat er jaloers naar je gekeken wordt. 

Het is een van de grootste pijnpunten in de christelijke gemeente vandaag de dag. Het gevoel dat je een godsdienst overeind houdt, die op termijn geen toekomst lijkt te hebben. Ik benoem dit niet om ons de put in te praten, maar om eerlijk te zijn. Ook naar mijzelf toe. Wat als ik geen predikant was geweest? Zou ik dan nog in de kerk zitten? 

De enige kerken die groeien zijn kerken met een uitgesproken identiteit. Hoog liturgisch, stevig evangelisch of flink orthodox, daar lijkt een stuk meer vitaliteit te zitten dan in meer doorsnee middle of the road kerken. Zouden wij niet ook veel uitgesprokener moeten zijn? Zou ik niet veel steviger moeten zijn? 

Er valt hier heel veel over te zeggen, maar dit verhaal van Johannes en Zacharias zegt mij dat de vraag niet is of mijn godsdienst toekomst heeft, maar wat God in de toekomst zal doen. Het gaat niet om het overeind houden van mijn godsdienst, maar om het vertrouwen dat God doorgaat.  

God gaat zijn eigen weg, en dus gaan kinderen hun eigen wegen. Johannes bereidt zich in de woestijn voor op zijn taak. Daar ontdekt hij zijn roeping. In de woestijn, waar Israël 40 jaar verbleef op weg van het slavenhuis Egypte naar het beloofde land. Daar werden de bevrijdde slaven tot een volk van God. Het was afzien in de woestijn, maar in Israël leeft het besef dat daar, in de woestijn, God dicht bij zijn volk was en het volk dichtbij zijn God. Johannes woont in Gods nabijheid. 

Zijn oude ouders, begrijpen ze het? Ik denk het. Zacharias en Elisabet zijn thuis in de Schrift, zij weten van Gods weg met zijn volk. Zij begrijpen: ons kind is niet ons kind, het is een kind van God. Ze kijken hem na als hij weer eens na een kort bezoek aan zijn ouderlijk huis vertrekt in de richting van de wildernis. Ook de doop is uitdrukking daarvan dat onze kinderen niet van ons zijn. Zij zijn kinderen van God. Zoals ieder mens mens voor Gods aangezicht is.

Durven wij vertrouwen op Gods weg? Op Gods weg met jou. Op Gods weg met je kinderen? Op Gods weg met de mensen die je lief en dierbaar zijn? Kun je aanvaarden dat Gods weg niet een voortzetting is van jouw weg? Dat het helemaal anders kan lopen? Durf je zoals Zacharias je ongeloof en twijfel te boven te komen en je handtekening te zetten onder Gods beloften? Durf je zijn Woord voor betrouwbaar te houden? Ik weet het, het is makkelijk gezegd. Ook Zacharias lukte het niet in een keer.

God gaat zijn eigen gang met ieder mens. Met Johannes, met Kasper, met jou en mij. Laten wij God zijn gang gaan? Zoals Hij ook zijn goddelijke gang ging toen er een paar maanden na Johannes een kindje werd geboren in Betlehem. God werd mens. Daar werd het geheim van het leven ontrafelt, toen God zelf onze menselijkheid ten volle deelde, toen Hij ons de liefde verklaarde. Jezus Christus is Gods verborgen schat, de diep weggeborgen rijkdom van de HEER. Hij komt in ons bestaan. 


Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.