Afgelopen woensdag was ik op de Startbijeenkomst van de Classis Utrecht. Op uitnodiging van onze classis-predikant Trinette Verhoeven kwamen predikanten en kerkelijk werkers uit onze regio bij elkaar in de Domkerk.
Deze keer was Kees van Ekris te gast. Kees was het afgelopen jaar Theoloog des Vaderlands. Sommigen van jullie kennen hem ook nog uit de tijd dat hij hier in Woerden leervicaris was.
Kees vertelde over hoe hij zich als Theoloog des Vaderlands op allerlei plekken liet uitnodigen om daar te kijken wat daar gebeurt en te luisteren naar wat mensen zeggen en te proberen taal te vinden, geloofstaal, theologische taal, om de betekenis van wat hij zag en hoorde onder woorden te brengen.
Hij vertelde over zijn bezoek aan de Bunnikside in het stadion van FC Utrecht. Over hoe hij zag hoe mensen daar een soort familie vormen, en hoe zij elkaar door dik en dun steunden en vasthielden. Over hoe een voetbalwedstijd met alles eromheen lijkt op een religieuze bijeenkomst, compleet met aanvangslied aan het begin en zegen op het eind.
Hij vertelde ook over zijn bezoek aan de crisisdienst van Zon en Schild, over de sociaal psychiatrisch verpleegkundigen die komen als niemand meer weet wat ze met een situatie of een mens aan moeten. Kees vertelde dat hij tegen een van de verpleegkundigen zei: ‘Jammer dat er geen oproep kwam tijdens mijn bezoek.’ En dat het antwoord was: ‘Je hebt echt geen idee hè?’
Maar er was ook het moment dat Kees een groepstherapiesessie mocht bijwonen en zag hoe die verpleegkundige voorzichtig en met kleine stapjes de deelnemers weer iets meer mens liet worden. ‘Het lijkt Genesis wel’, zei Kees tegen de verpleegkundige. ‘Zoals God het duister terugdringt, zo probeer jij het donker uit de levens van deze mensen terug te dringen.’ ‘Zo zou ik het zelf niet gezegd hebben’, zei de verpleegkundige, ‘maar je hebt wel gelijk.’
En zo waren er meer verhalen. Over God die werkt op duizend plaatsen. Misschien moeten we Kees maar eens vragen om hier te vertellen over zijn ontmoetingen. Dat zou prima passen bij ons thema ‘Luisteren naar God’. En misschien, zo dacht ik, zou ik dat ook meer moeten doen. Me net als Kees laten uitnodigen op belangrijke plekken, plekken die belangrijk zijn voor mensen – mythische plekken, noemt Kees ze – en daar eens een dag kijken en luisteren. Ik leg hem even bij jullie neer. Met wie mag ik een dag mee? Wie wil me eens wat laten zien? Op een school, een gemeentehuis, een groot kantoor, een zorginstelling, of mee naar FC Utrecht…
Kees trok uit alles wat hij gezien en gehoord had een voorzichtige, voorlopige conclusie. Hij zei dat zijn ervaringen er voor zorgen dat hij steeds meer vraagtekens bij de secularisatie krijgt. Het idee dat God aan het verdwijnen is uit onze wereld, klopt niet met wat je kunt zien en horen. Wat je kunt zien als je maar goed kijkt, als je maar weet waar je moet kijken en hoe. Wat je kunt horen als je maar de tijd neemt om te luisteren, als je maar luisteren wilt. ‘Misschien klopt dat hele idee van secularisatie wel niet’, zei Kees. Met mijn eigen woorden: Misschien is God wel gewoon aan het werk.
Je zou het verhaal van de roeping van Samuël ook kunnen lezen als een verhaal van secularisatie, van Godsverduistering. Hoe God verdween uit Israël. De oude Eli als het symbool, de belichaming daarvan. In een eerder hoofdstuk wordt verteld dat de zonen van Eli misbruik maken van hun priesterambt. Ze hebben geen eerbied voor God en ze verrijken zichzelf ten koste van de mensen die in de tempel komen offeren. Het is een uiterst cynische vorm van ongeloof: midden in het huis van God leven alsof Hij niet bestaat.
En Eli ziet het, maar hij doet er niets aan. Hij ziet het en hij ziet het niet. Hij wil het niet zien. Als de verteller dan opmerkt dat Eli’s ogen dof geworden waren, dan is dat niet alleen medische, maar een theologische diagnose. Eli heeft de moed en de kracht niet om zijn goddeloze zonen terecht te wijzen. Het is alsof het ongeloof van zijn zonen ook het geloof van de oude priester heeft uitgehold. De verteller zegt letterlijk dat Eli op zijn plaats ligt te slapen. Eli komt niet meer van zijn plek. Alle beweging is eruit. Hij leeft nog, maar kun je dat nog we leven noemen?
En zo is Eli een toonbeeld van secularisatie. En juist als priester ook van een kerk midden in een seculiere tijd. Van een christendom in een post-christelijke tijd. Van gelovigen zonder geloof. Krachteloos. Futloos. Wel het besef dat het zo niet kan, maar niet de kracht en de moed om het anders te doen. Af en toe een opgeheven vingertje, maar niet echt een levend alternatief. Een geloof dat wel weet van God, maar leven met God, luisteren naar God, dat lukt nauwelijks nog.
Luisteren naar God. Als je daarover begint, kan het zomaar eindigen bij ons tekort. Ik bedoel: als we het hebben over luisteren naar God kan het heel makkelijk gaan over hoe moeilijk dat wel niet is. Als ik voor mijzelf spreek dan is dat zo.
Want spreekt God wel? Kan ik mij daar iets bij voorstellen? En leef ik niet in een wereld vol lawaai? En ben ik niet veel te druk met zoveel andere dingen om nog iets te horen van God? Als je begint over luisteren naar God eindigt het heel makkelijk bij ons tekort.
Maar misschien is God wel gewoon aan het werk. De godslamp was nog niet gedoofd, zo deelt de verteller ons mee. Dat is een tijdsaanduiding die zoveel betekent als ‘het was tegen het einde van de nacht’. Maar het is ook een theologische tijdsaanduiding. Het licht van God brandt nog!
En dan horen we dat God verder gaat. Hij roept Samuel. Samuel die ligt te slapen bij de ark van God. De ark van het verbond, hét symbool van Gods relatie met zijn volk. De gouden kist, met de twee engelen op het deksel die later in het heilige der heilige van de tempel zou staan. En daar ligt Samuël naast. Samuël ligt op de goede plek. Tegelijkertijd horen we dat hij de HEER nog niet kende. Als God roept, dan weet hij niet beter of het zal de oude priester wel zijn die hem riep.
Uiteindelijk is het wel die oude priester die Samuël op het goede spoor zet en hem voorzegt hoe hij zal reageren op Gods roepstem. Dat vind ik dan ook wel weer mooi en hoopgevend. Eli wordt niet afgeschreven.
En zo horen we Samuël tegen de HEER zeggen: ‘Spreek, uw dienaar luistert.’ God is helemaal niet weg. God is helemaal niet stil. God is er en Hij spreekt.
Luisteren naar God hoeft niet te eindigen bij ons tekort. Niet omdat wij zulke goede luisteraars zijn, niet omdat wij zo helemaal klaar zijn om God te horen, maar omdat God zelf spreken wil. Het enige was Samuël goed doet, is dat hij op de juiste plek is. Hij sliep nacht na nacht bij de ark van het verbond. Het was niet dat hij eens in de zoveel tijd naar de kerk ging en dan ook nog verwachtte dat God dan wel zou spreken. Nee, hij was er.
Het eindigt dus niet bij ons tekort. Niet bij onze goddeloosheid en onmacht. Het eindigt bij God die opnieuw begint. Het eindigt bij Samuël die luistert. God was gewoon aan het werk. Hij gaat door.
Wat Samuël te horen krijgt, is overigens best pittig. God spreekt van oordeel. De zonen van Eli zullen hun verdiende loon krijgen. Hun corruptie en machtsmisbruik zullen worden bestraft. En Eli zal ook sterven in zijn machteloos onvermogen. Maar het eindigt niet in de dood van die priesterfamilie. Een nieuwe priester staat op. Samuël. Vele jaren zal hij het volk gaan leiden. En zijn leven lang leeft het volk Israël in vrede. God gaat door met deze luisterende mens.
Zo werkt God. Waar het een stopt, begint iets anders. Waar Hij een deur sluit, opent Hij een venster. God is de God van dood en opstanding. Door wat er later met Jezus Christus is gebeurd weten we dat helemaal zeker. Daar neemt God zelf het einde en het nieuwe begin in zich op. Daar wordt Hij zelf een stervende van god verlaten mens. En daar begint Hij op de derde dag opnieuw.
Dat hele verhaal van secularisatie klopt van geen kant. Sociologisch komen we daar meer en meer achter. Maar theologisch wisten we dat al. God gaat altijd de weg van dood en opstanding. Van verdwijnen en weer tevoorschijn komen.
En dus mogen we goede moed hebben als het gaat over luisteren naar God. Dat hoeft niet te eindigen bij ons tekort, maar dat mag eindigen bij Gods rijkdom, bij zijn nieuwe begin.
Het heeft dus zin om te luisteren. Zin om net als Samuël dichtbij de ark van het verbond te blijven. Dichtbij Eli ook. Samuël verlaat de kerk niet. Het heeft zin om in de kerk te blijven. Om daar uiteindelijk de HEER te ontmoeten, Hem te horen, naar Hem te luisteren.
Luisteren naar God gaat dus over geduld, volhouden en trouw zijn. Luisteren naar God gaat over Gods geduld, zijn volhouden en zijn trouw. Wie blijft luisteren naar God, ook in deze tijd, zal Hem horen, op duizend plaatsen. Want God is gewoon aan het werk.

Geef een reactie