People of different ages and ethnicities praying together around a table in a church

Uw Koninkrijk kome – Preken over bidden III

In de serie preken over het gebed laten we ons door het Onze Vader leren wat bidden is. Jezus gaf dat gebed aan zijn leerlingen toen zij vroegen: ‘Heer, leer ons bidden.’

Vandaag gaat het over de woorden ‘Uw koninkrijk kome’. ‘Uw koninkrijk kome.’ Wat zegt dat over bidden? 

Deze woorden zijn onderdeel van het eerste stuk van het Onze Vader. Na de aanhef, het adres van ons gebed ‘Onze Vader die in de hemelen zijt…’ volgen drie gebedspunten die zich richten op God. Uw Naam worde geheiligd, Uw koninkrijk kome, Uw wil geschiedde…’ 

Dat zegt dus over bidden dat we in het gebed niet beginnen met onszelf. Onze situatie, onze stress, ons gevoel van falen, onze schaamte over wat maar niet goed ging, ons ongeloof. Al die dingen komen wel, maar eerst is het tijd om ons eerst op God te richten. 

Bidden is loskomen van jezelf. Bidden is een ruimte vinden waar het niet over ons gaat, maar over God. Dat maakt bidden een bevrijdende gebeurtenis. Ons leven komt dan terecht in een verhaal dat veel groter is dan wij. Ons eigen verhaal is ook belangrijk, maar dat er een veel groter verhaal is, het verhaal van God, dat is iets wat Jezus ons leert door het Onze Vader.

En dat binnengaan in de ruimte van God gebeurt bij het Onze Vader in drieën. Uw Naam worde geheiligd, Uw Koninkrijk kome, Uw wil geschiedde zoals in de hemel ook op aarde. Gods Naam, Gods Rijk en Gods wil. 

Vorige week hoorden we van collega Reinders dat het heiligen van Gods Naam betekent dat je eerbied en respect hebt voor God, ja sterker nog, dat die wonderlijke naam van God, ik-ben-die-ik-ben, ik-zal-er-zijn, dat die naam onze redding is. 

Help ons zo te leven, als mens en als gemeente, dat die Naam bij ons past, dat wij iets van de betekenis van die naam uitdragen en uitstralen.

En na dat eerste over Gods naam volgt dus het gebedspunt van vandaag over koninkrijk van God: ‘uw koninkrijk kome’. Ik wil eerst iets zeggen over ‘uw koninkrijk’ en daarna iets over dat ‘kome’. Voor ‘uw koninkrijk’ heb ik meer woorden nodig dan voor het ‘kome’.

Uw koninkrijk kome, dat is wat Jezus ons in de mond legt om tegen God te zeggen. Het koninkrijk van God was voor Jezus misschien wel het allerbelangrijkste. Hij heeft er veel over gezegd, zo lezen we in de evangeliën. Vaak deed Hij dat in de vorm van gelijkenissen. ‘Het koninkrijk van God is als…’ en dan kwam het.

Wat is nu dat koninkrijk? Ik merk dat ik zelf ook niet heel erg aanga op dat woord. Koninkrijk. Ja, wij leven in het Koninkrijk der Nederlanden. Dat staat op m’n paspoort. En ja, wij hebben een koning. Ik heb veel respect voor hem en voor zijn ambt en voor hoe hij dat invult. Ik vind het ook mooi om te zien hoe hij heel natuurlijk deelt in de vreugde van sporters en zo. Maar dat alles helpt me niet om het Bijbelse koninkrijk in beeld te krijgen. Onze koning is een publiek figuur die iets van onze eenheid symboliseert. Maar veel te vertellen heeft hij niet.

En dat koninkrijk van God is iets heel anders. Ja, misschien dat wij God ook wel een ceremoniële rol toebedelen, die mee mag juichen als het goed gaat en die ons troost als het ons niet gelukt is, maar dat is natuurlijk niet wat de uitdrukking ‘het koninkrijk van God’ wil zeggen.

Misschien is het woord Koninkrijk ook niet helemaal geschikt om weer te geven waar het om gaat. Een koninkrijk zoals wij dat kennen, een aards, menselijk koninkrijk heeft een grondgebied, dat kun je aanwijzen op de kaart. Dat grondgebied heeft ook grenzen. Je kunt zeggen waar het begint en waar het ophoudt.

Maar dat kun je van het koninkrijk van God niet zeggen. Je kunt niet zeggen: hier is het. En: hier houdt het op. Gods macht is onbegrensd. ‘Wiens Rijk geen einde heeft’, zoals de geloofsbelijdenis van Nicea zegt. En in Lucas 17 hoorden we het Jezus tegen de farizeeën zeggen: ‘De komst van het koninkrijk van God laat zich niet aanwijzen en men kan niet zeggen: Kijk, hier is het!’ of: ‘Daar is het!’’ (Lucas 17:20-21)

Je kunt in plaats van het koninkrijk van God beter zeggen het koningscháp van God. Of het koning-zijn van God. God is degene die regeert, die het voor het zeggen heeft. Je kunt niet zeggen: hier begint het en daar houdt het op. Het koningschap van God heeft geen grenzen. Dat is waar het over gaat als Jezus ons leert bidden ‘Uw koninkrijk kome’.

Jezus zegt dat je niet kunt aanwijzen waar het koninkrijk is. Hier of daar. ‘Maar weet wel,’ zo gaat Hij verder ‘het koninkrijk van Gods ligt binnen uw bereik.’ Letterlijk staat er zoiets als het koninkrijk van God is onder jullie, in jullie midden. Dus we zijn geen toeschouwers, die ergens naar wijzen. We kunnen niet vrijblijvend discussiëren over dat koninkrijk. We zijn betrokken, medeplichtig. We zijn onderdanen. Dit gaat ons aan.

Het is binnen uw bereik, zegt Jezus. Je zou kunnen denken dat Hij zichzelf daarmee bedoeld. Nu ik hier ben, is het koninkrijk hier ook. Alleen die farizeeën zien het niet. Ze verkijken zich op Jezus. Het kan ook zo zijn dat Jezus het in z’n algemeenheid bedoelt. Het koninkrijk van God is altijd en overal binnen ons bereik.

Als wij bidden om Gods Rijk, als wij vragen om zijn koningschap, dan kan het niet anders of wij zetten onszelf op het spel. Je kunt niet bidden om Zijn koninkrijk en doorgaan alsof er niets gebeurd is. Het Onze Vader is zo’n gevaarlijk gebed! Be carefull what you wish for! Het kan behoorlijk schrikken zijn als God ons gebed verhoord.

Weten we wel hoe gevaarlijk dat is? Voor ons ego. Voor onze tevredenheid met onszelf. Voor onze meningen over mensen en over de toestand in de wereld? Voor onze plannen en verlangens, voor onze kerk en ons geloof? Het koninkrijk ligt binnen ons bereik. Verontrustend is dat. 

Maar tegelijkertijd kunnen we niet anders. We kunnen niet toe met minder. Het woord dat vertaald is met ‘kome’ is in het Grieks een gebiedende wijs. Uw koninkrijk kome is dan toch nog iets te voorzichtig vertaald. Kom, dat koninkrijk van U! Uw koningschap moet komen! Het moet. Geen misschien of ‘het zou fijn zijn als…’ Nee, het moet komen. We zijn er zo aan toe. We zijn er zo aan toe dat U gaat regeren. We zijn er zo aan toe, en niet alleen wij. De schepping zucht, de mensen kermen, het is echt de hoogste tijd dat U gaat regeren. Het is uiterst urgent. Kom. Kom haastig! Maranatha!

Uw koninkrijk kome, kom met dat koningschap, bidt Jezus Christus met ons. Hij heeft het gevaar van dat gebed geweten en ondervonden. Hij werd bespot in een koningsmantel, z’n kroon een doornenkroon. Zijn troon was een kruis. ‘Koning van de Joden’ stond op het bordje. Hij betaalde de ultieme prijs, z’n leven. Zo gevaarlijk is het dus. 

Maar God wekte hem op uit de dood en Hij besteeg een hemelse troon. Wij hebben een koning. Hij regeert. En zijn Geest is in ons en onder ons. Het Koninkrijk is gekomen. Gods koningschap is werkelijkheid geworden. Uw Koninkrijk kome, is vragen of wat er al is, nog meer waar mag worden. Al biddend stemmen wij daar op af. Stemmen wij af op Gods koningschap. Zo heeft Jezus het zijn leerlingen geleerd. Zo leert Hij het ons. Uw koninkrijk kome. 

Als ik het samenvat, dan gaat het er om dat Jezus ons leert om niet bij onszelf te beginnen, maar bij God. Dat het koninkrijk van God geen grenzen heeft, Hij is altijd en overal onze koning. Dat vragen om de komst van zijn koninkrijk net zo riskant als nodig is. En dat Jezus zelf Gods koningschap in leven en dood heeft waargemaakt en dat wij door ons gebed om Gods koninkrijk afstemmen op Hem. 


Reacties

Één reactie op “Uw Koninkrijk kome – Preken over bidden III”

  1. Ria Hendriks avatar
    Ria Hendriks

    👍mooie preek moeilijke uitleg.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.