In de serie preken over het gebed laten we ons door het Onze Vader leren wat bidden is. Jezus gaf dat gebed aan zijn leerlingen toen zij vroegen: ‘Heer, leer ons bidden.’
Na de aanhef – ‘Onze Vader’ – en het eerste stuk met drie gebedspunten die zich richten op God – op zijn naam, zijn koninkrijk en zijn wil – zijn we nu aangekomen bij het tweede deel waarin we God om een aantal dingen vragen.
En het eerste wat Jezus ons in dit gedeelte van het Onzevader in de mond legt is: ‘Geef ons heden ons dagelijks brood.’ Zo op het eerste gezicht is dit een van de makkelijker te begrijpen zinnen van het Onze Vader. Elke dag genoeg brood. Ja, daar kun je om bidden. Er zijn er genoeg die te kort komen. Onze Heer neemt ons gewone aardse bestaan, onze lichamelijkheid, ons kwetsbare leven volledig serieus in zijn gebed.
En dan nemen wij ‘brood’ een beetje ruim. Gewoon genoeg te eten hebben. Een eenvoudige doch voedzame maaltijd, zoals de heer Bommel ons heeft leren zeggen. Het is een beetje Prediker, dit gebed. ‘Dus eet je brood met vreugde, drink met een vrolijk hart je wijn.’ (Prediker 9:7) We vragen U niet om overdaad God, maar wel om een gevulde maag. Zoals met het manna in de woestijn. Dat is toch niet te veel gevraagd?
Toch roepen deze woorden ook vragen op. De belangrijkste vraag is waarom Jezus na de eerste drie beden – uw Naam worde geheiligd, uw Koninkrijk kome en uw wil geschiedde – komt met zoiets bezadigds en burgerlijks als een gevulde maag. Waar is het revolutionaire, het schokkende, het alles veranderende gebleven van de eerste drie gebedspunten in het bijzonder en het evangelie in het algemeen? Natuurlijk, we hebben brood nodig, maar waarom is dat belangrijk genoeg om in dit volmaakte gebed op te nemen?
En had Jezus niet gezegd dat je je geen zorgen hoeft te maken over wat je zult eten en drinken? (Matteüs 6:25) En: ‘Jullie hemelse Vader weet wat jullie nodig hebben.’ (Matteüs 6:32) En afsluitend: ‘Zoek liever eerst het koninkrijk van God en zijn gerechtigheid, dan zullen al die andere dingen je erbij gegeven worden.’ (Matteüs 6:33) Dat zijn toch allemaal teksten die je je doen afvragen waarom Jezus om brood zou bidden.
En dan duiken we er nu nog dieper in. ‘het brood… dat wij nodig hebben.’ In de tekst van het Onzevader zoals we die in de kerk gebruiken is dat ‘ons dagelijks brood’. Dat ‘dat wij nodig hebben’ en ‘dagelijks’ is de vertaling van een bijzonder woord. Dit woord bestaat eigenlijk niet. Het woord wordt alleen in deze verzen van Matteüs 6 en Lucas 11 gebruikt. Het komt verder niet voor in de Bijbel. Sterker nog, het komt verder in een andere Griekse tekst voor. De Didache, een vroegchristelijke tekst. En ook daar wordt dit woord alleen gebruikt in het Onzevader.
Een woord dat niet bestaat, da’s toch gek. Waarom zouden de evangelisten dit woord hebben gebruikt? En het wordt nog gekker als je bedenkt dat Jezus zeer waarschijnlijk Aramees sprak. Wellicht kende Hij wat Latijn of Grieks, maar met zijn leerlingen zal Hij Aramees hebben gesproken. Dus waarom gebruiken de evangelisten Matteüs en Lucas een woord dat niet bestaat om Jezus’ woorden weer te geven?
We hebben dus te maken met een zin uit het Onzevader die in de eerste plaats uit de toon valt, in de tweede plaats niet past bij Jezus’ andere woorden over onbezorgdheid en in de derde plaats een onbekend woord bevat. Kijk, zo zie je maar, zelfs zo’n op het oog heldere en eenvoudige Bijbeltekst, kan een heel aantal vragen oproepen.
Hoe gaan we dit oplossen? Misschien denk je wel: je wordt bedankt, dominee. Zelfs de enige zin uit het Onzevader die ik dacht te begrijpen, heb je me afgenomen. Ik heb echt wel even overwogen om deze ingewikkeldheden niet te berde te brengen. En ik zou me in goed gezelschap bevinden, vele theologen, groot en klein, zijn me daarin voorgegaan.
Toch ben ik er over begonnen. Dat heeft met eerlijkheid te maken en eerlijke theologie, maar ook omdat ik denk dat we deze woorden niet alleen maar kunnen kwijtraken, maar ook weer terug kunnen winnen. Als dat lukt, dan zijn we met z’n allen rijker geworden, in onze kennis van God en van zijn Woord.
Geef ons heden ons dagelijks brood. Wat ik heb gevonden over dat nieuwe woord, dat met dagelijks werd vertaald of met ‘dat wij nodig hebben’, is dat ‘dagelijks’ geen goede vertaling is. Je kunt in het Grieks veel makkelijker ‘dagelijks’ zeggen met een ander woord. Dus als de evangelisten dat bedoelden, dan hadden ze een ander woord gebuikt.
De betekenis van het woord zo zeggen de deskundigen ligt veel meer in de buurt van ‘morgen’, ‘van morgen’, ‘tot morgen’. Geef ons vandaag het brood van morgen, het brood voor de volgende dag.
Wat is dat, dat brood van morgen? In joods geschriften uit die tijd is ‘morgen’ niet de volgende dag op de kalender, de dag die begint als het nacht is geweest en het weer licht wordt. Nee, morgen gaat over Gods komende wereld. Het gaat over de grote morgen.
Denk maar aan hoe morgen in liederen wordt gebruikt. ‘Eens zal op die grote morgen, klinken het bazuingeschal, dan zal Jezus wederkomen…’‘Morning has broken.’ Dat als ‘Dit is een morgen als ooit de eerste’ (Liedboek 216) in ons liedboek staat. Of het Paaslied ‘Sta op een morgen ongedacht, Gods dag is aangebroken…’ (Lied 630). Dus dat onbekende woord brengt ons bij de dag die eens komt, de toekomst van God.
En bij die dag, dat morgen, hoort dat brood. En brood is in de Bijbel zo vaak meer dan alleen maar brood. Jezus zegt: ‘Ik ben het brood dat leven geeft.’ En vlak voor zijn dood brak Hij het brood met zijn leerlingen en zei: ‘Dit is mijn lichaam voor jullie.’ Er is dus alle reden om aan te nemen dat dat brood veel meer is dan de broodjes die ze toen aten en het brood wat wij nu eten.
Dat brood staat voor eten. En dan vooral voor samen eten. Waar het brood gedeeld wordt. De maaltijd waar het leven gevierd wordt. Waar we elkaar in vrede en veiligheid – dat is althans het ideaal – elkaar ontmoeten. Jezus deelde het brood met velen. Hij lag aan bij farizeeën, maar ook met de hoeren en de tollenaars. Hij at en dronk op die bruiloft in Kana. En Hij brak het tot iedereen genoeg had in de heuvels van Galilea. Het brood dat daar gedeeld werd, dat brood van het koninkrijk, dat brood waarmee Jezus zich verbond met vromen en onvromen, met zoekers en vinders, met mannen en vrouwen, met jong en oud, dat is het brood van het Onzevader. Dat brood maakt nu al zichtbaar wat er morgen zal zijn. Geen brood van gisteren, maar brood van morgen!
Dus ‘geef ons heden ons dagelijks brood’, zou je ook kunnen vertalen als: geef ons nu al iets van dat brood wat U met ons deelt in uw koninkrijk. Dus: Geef ons een voorproefje van uw nieuwe wereld die komt. En hoe logisch is het dat Jezus Christus dat bidt? Hij deed niets anders dan tekenen van het koningschap van God doen. Elke genezing, elk exorcisme, elke toespraak, elk gesprek, elke gelijkenis en elke ontmoeting was een teken daarvan dat God het voor het zeggen had in het leven van zijn Zoon Jezus. Geef ons zo’n teken.
En ja, zo kan ook ons gewone brood weer in beeld komen. Als wij de tafel met elkaar delen, al is het in je gezin, of al zit je alleen is die ander in gedachten bij je, dan kan ook dat een teken van het koninkrijk zijn. Een plek waar je kunt zien en voelen hoe het eens eruit zal zien en zal voelen.
En dat de evangelisten daar een nieuw woord voor uitvinden is helemaal niet zo gek als je het zo bekijkt. Voor die nieuwe wereld van God, daar zijn geen woorden voor. Geen taal in staat om U te meten. Het is volkomen logische dat de evangelisten een nieuw woord bedachten. Dat doet de kerk wel vaker. Het woord Drie-eenheid is ook een keer bedacht. En – korter geleden – de Protestantse Kerk gebruikt het woord ‘onopgeefbaar’ om de relatie tussen kerk en Israël uit te drukken, terwijl onopgeefbaar in geen enkel woordenboek te vinden is. Soms is het evangelie niet uit te drukken in de woorden die we al hadden. Dan moet je iets verzinnen. Dat God mens wordt en zo onze zonden vergeeft, dat Hij in ons woont door zijn Geest, niet voor niets klinken er zondag aan zondag vanaf deze plek woorden daarover, je raakt er niet over uitgepraat! Maar voor nu zeg ik wel: Amen.
Althans, ik heb nog een paar zinnen. Geef ons heden ons dagelijks brood. Die woorden geven niet helemaal weer wat ik net heb gezegd. Maar ja, die tekst zit zo in ons persoonlijke en collectieve geheugen gegrift, daar kunnen we weinig aan veranderen.
Met collega Reinders bedacht ik dat het bij wijze van samenvatting van onze preken over het Onze Vader goed en mooi zou zijn om een versie van het Onze Vader te maken waar we de inzichten van deze en andere preken in verwerken.
In die versie staat in plaats van de tekst die we kennen, het volgende: ‘Geef ons ook vandaag een voorproefje van uw toekomst, omdat het er morgen al zou kunnen zijn.’
Als volgende week collega Reinders deze serie afsluit, krijgt u het hele gebed.

Geef een reactie