‘Wat wilt u van Me?’

‘Wat wilt u van Me?’ Wat gebeurt daar toch tussen Jezus en Maria? Wat is dat toch tussen die moeder en haar kind? ‘Wat wilt u van Me?’ Letterlijk staat er: ‘Wat voor mij en voor jou?’ Oftewel: wat hebben wij gemeenschappelijk? Plat gezegd: wat heb ik met jou te maken?

Wat heb ik met jou te maken? En daar gaat dan ook nog dat woord ‘vrouw’ aan vooraf. Zeker in onze voor gender zo gevoelige 21e-eeuwse oren klinkt dat niet al te best. Je hoeft niet eens zo heel politiek correct te zijn om dat zo niet te zeggen. Maar zelfs als je twintig eeuwen teruggaat in de tijd klinkt het nog steeds afstandelijk als Jezus zijn moeder zo aanspreekt. ‘Ze hebben geen wijn meer.’ ‘Vrouw, wat wilt u van Me?’

Nu zouden we kunnen zeggen: ach, iedereen komt wel eens een beetje ongelukkig uit de hoek. We hebben allemaal wel eens van die momenten dat je achteraf denkt: dat klonk niet al te best, dat had ik beter niet zo kunnen zeggen. En misschien had Jezus hier wel zo’n moment.

Zit je lekker op een bruiloftsfeest. Je vrienden erbij, lekker eten, wijntje, gezellig. Staat daar opeens je moeder. En er is weer een probleem. Ja, dan kan het zomaar gebeuren, zelfs al ben je de Messias, dat je denkt: mens, hoepel op, laat me even, je ziet toch dat ik hier lekker zit. Of misschien zat Hij daar ook wel weer niet helemaal relaxed. Als single op een bruiloftsfeest…

Het zou zomaar kunnen, toch? Ik vind het opvallend dat Maria zich laat afpoeieren, maar dat ze toch tegen de bedienden zegt: doe maar wat Hij zegt. En dat Jezus vrijwel meteen ook tegen die bedienden iets zegt. Alsof Maria wel weet dat haar zoon zal bijdraaien en iets zal doen aan het probleem wat ze heeft opgeworpen. En alsof Jezus een kwaad geweten heeft. Alsof Hij meteen spijt heeft van zijn grote mond en dus maar iets gaat doen aan het probleem wat zijn moeder zo makkelijk bij hem neerlegde.

Zo gaan dat soort dingen in families. Bezorgdheid, irritatie, maar ondertussen ook weer niet kunnen leven met het gevoel dat die ander boos of ongelukkig is. Families zijn rare dingen. Het evangelie weet daarvan. Johannes vertelt in het vers dat volgt op onze schriftlezing dat Jezus na de bruiloft in Kana naar Kafarnaüm gaat, ‘met zijn moeder, zijn broers en zijn leerlingen’ en dat ze daar een paar dagen bleven. Hij gaat met ze naar huis, maar heel lang blijft Hij ook weer niet bij hen. 

Opvallend is ook dat van Jezus’ vader Jozef geen sprake meer is. De traditie gaat ervan uit dat hij al wat ouder was toen Jezus werd geboren en dat hij ten tijde van Jezus’ publieke optreden niet meer leefde. Jezus heeft het wel voortdurend over zijn Vader, maar dan bedoelt Hij God in de hemel.

Dat is echt één van de boodschappen van het Johannesevangelie: Jezus is zo verbonden met God dat je ze Vader en Zoon kunt noemen. Maar de misverstanden en de discussie ligt ook op de loer. In hoofdstuk zes zeggen de farizeeën over Jezus: ‘Dat is toch Jezus, de zoon van Jozef? We weten toch wie zijn vader en moeder zijn?’ 

In hoofdstuk zeven duiken de broers van Jezus op. Dan jutten ze Hem op om naar het Loofhuttenfeest in Jeruzalem te gaan om zichzelf bekend te maken aan het volk. De evangelist Johannes merkt daar fijntjes over op: ‘Ook zijn broers geloofden namelijk niet in Hem.’ Uiteindelijk doet Jezus wel wat z’n broers zeggen en gaat Hij naar Jeruzalem en maakt Hij zich bekend aan het volk. Ook weer zo’n eigenaardig familiedingetje: je verzetten tegen de verwachtingen en het uiteindelijk toch doen…

Jezus’ familie is verder afwezig in het Johannesevangelie. Alleen op het eind, vlak voordat Jezus sterft, is daar zijn moeder weer. Het laatste wat Jezus doet voordat Hij de geest geeft, echt het allerlaatste, is dat Hij zijn leerlingen Johannes en zijn moeder Maria aan elkaar geeft als zoon en moeder. ‘Vrouw, – daar zegt Hij het weer! – dat is uw zoon.’ En:’ Dat is je moeder.’ En dan volgen meteen de woorden: ‘Toen wist Jezus dat alles was volbracht…’ en sterft Hij. En daarmee verdwijnt Jezus’ familie ook van het toneel. 

Kortom, in het Johannesevangelie zien we een sterke relativering van familiebanden. Iets wat we ook in de andere evangeliën zien terugkomen. In een passage die zowel bij Matteüs, Marcus als Lucas voorkomt komen op een dag Jezus’ moeder en zijn broers hem ophalen omdat ze denken dat Hij een beetje aan het doorslaan is in zijn messiaanse optreden. ‘Je moeder en je broers zijn er’, wordt er dan tegen Jezus gezegd. Waarop Hij antwoordt: ‘Wie zijn mijn moeder en mijn broers? Wie de wil van mijn hemelse Vader doet, dat is mijn broer, zus en moeder.’

In deze decembermaand, feestmaand, familiemaand, horen we vanuit de Bijbel een heel eigen kijk op familiebanden. Families zijn ingewikkelde dingen. Wees blij als je een goede band met elkaar hebt. Dat is niet vanzelfsprekend. En als je jouw familie maar een raar stel vindt, weet dan dat de meeste families dat zijn. Als je het als raar stel met elkaar uit kunt houden, dan is dat al heel wat. 

Jezus moest het ook doen met een rare familie. Een bezorgde moeder, broers die het niet in Hem zien, een afwezige vader, een neef die hem het ene moment het lam van God noemt en het andere moment niet meer weet of hij nog wel kan geloven… 

Familie is niet alles. Bloedbanden zijn niet het belangrijkst. Misschien troost je dat. Dat zou mooi zijn. Misschien ook verwart het je. Dat kan ik me voorstellen. Misschien ergert het je zelfs. Dat zou kunnen, maar er komt nog iets wat ons nog veel meer zal kunnen ergeren.

Want ik weet nog niet zo zeker dat we die woorden van Jezus –  ‘Wat wilt u van Me?’ – moeten zien als een geval van problematische familiecommunicatie. In het Evangelie volgens Johannes zijn eigenlijk nauwelijks dingen te vinden die er zomaar staan. Het boek is een zorgvuldig opgebouwd verhaal waar alles zijn functie heeft. Details, grote lijnen, terugkerende woorden, Johannes gebruikt ze trefzeker in het bouwen van het indrukwekkende bouwwerk wat zijn evangelie is. 

De kans dat Jezus’ woorden richting zijn moeder niet meer zijn dan een slip off the tongue, een onverhoedse uiting van irritatie, is bijzonder klein. Niet omdat ik uitsluit dat Jezus wel eens zo’n moment gehad heeft, maar omdat ik me niet kan voorstellen dat Johannes het als zodanig zou opnemen in zijn onderwijs over Jezus Christus. 

Dus we moeten die woorden ook nog eens lezen als een bewuste en trefzekere uitspraak van Jezus. ‘Wat wilt u van Me?’ Wat voor mij en voor jou? Wat hebben wij gemeenschappelijk? 

Misschien dat de sleutel om dit te gaan begrijpen wel juist zit in dat woordje ‘vrouw’. Maria is in dit verhaal niet in de eerste plaats Jezus’ moeder, ze is een vrouw. En als vrouw staat zij voor het volk van God, vrouwe Israël. Maria vertegenwoordigt het volk van God. En zo komt ze bij Jezus.

Het volk van God klaagt de nood bij de Messias: ‘Er is geen wijn meer.’ De vreugdedrank ontbreekt. Het bestaan is schraal geworden. Het huwelijksfeest dreigt te mislukken en dan te bedenken dat Gods verbond met zijn volk in de Bijbel regelmatig met een huwelijk wordt vergeleken. Israël meldt zich bij haar redder en legt haar probleem bij Hem neer: het lijkt op niets uit te lopen, dat verhaal van God en mensen.

En als het volk dan haar nood klaagt bij de Messias, vraagt Hij haar: ‘Wat wilt u van Me?’ Het is in die context dat deze vraag gesteld wordt. De Messias is aan het woord en Hij vraag zijn volk: Wat verwacht je van Mij? 

Ja, wat verwacht het volk van haar Messias? Wat wil Israël van Hem? Sommigen wilden een politieke messias, een revolutionair, een vrijheidsstrijder. Anderen wilden juist dat Hij zich helemaal niet met politiek zou bezig houden. Laat de Messias ons geloof vernieuwen, onze kerk hervormen. Wat wilt u van Me? Nou, dat! Doe iets aan ons probleem. 

Wat wilt u van Jezus? Wat willen wij van Hem? Wat verwachten wij en waar hopen we op? Troost? Antwoorden? Begrip? Of misschien juist dat Hij ons leven niet al te veel overhoop haalt? Of dat Hij er genoegen mee neemt om slechts over een deel van ons leven iets te zeggen te hebben? Dat Hij van sommige dingen afblijft?

En dan is daar Jezus. Hij is geen revolutionair en geen vrijheidsstrijder, geen religieus vernieuwer en geen opwekkingsprediker. Hij is dat niet en tegelijker allemaal ook weer wel en meer dan dat. Hij keert alle bestaande verhoudingen om en Hij wil ons met heel ons hart aan God verbinden. 

Maar op een manier die ons schokt. Hij geeft zichzelf. Hij komt ons niet vertellen hoe het anders moet. Hij komt het anders doen. Mijn tijd is nog niet gekomen, zo zegt Jezus tegen Maria. In het Evangelie volgens Johannes is Jezus’ tijd pas gekomen als Hij lijdt en sterft. Dat is zijn tijd. Als Hij zijn leven aflegt en in volkomen vertrouwen op zijn Vader in de hemel sterft aan het kruis.

Is dat wat je wilt? Willen wij dat? Is dat wat wij van Jezus willen? Het is heel gevaarlijk om dat te willen. Want als Hij Messias is door zichzelf te geven, dan zullen zij die messiaans willen leven niet anders kunnen en mogen doen. Dan krijgen wij geen troost, antwoorden en begrip, en ook weer wel en dan ook meer dan dat. 

Hij verandert water in wijn. Wijn die verwijst naar zijn bloed. De wijn waarvan men niet weet waar hij vandaan komt, omdat hij uit de hemel komt. De beste wijn die tot het laatst bewaard is. Die wijn wijst vooruit naar Jezus’ dood. 

En dat is misschien nog wel ergerniswekkender dan Jezus’ relativering van onze fijne of minder fijne familiebanden. Dat Jezus’ bloed nodig is om het weer in orde te krijgen. Dat niets minder dan dat nodig is om het bruiloftsfeest van God en zijn volk te redden. Dat ons leven met God dat nodig heeft. Dat het zonder dat tot mislukken gedoemd is. Dat de afgodische machten en krachten die wij ons leven laten beheersen alleen zo overwonnen konden worden.

Ja, daar kun je je aan ergeren. Het is geen compliment. Geen aai over onze bol. En je kunt er ook van schrikken. Want ja, als onze Heer zo onze Heer wil zijn, als dit is wat Hij ons wil geven, dan zal het voor ons niet veel anders zijn. Dan zal ook ons bestaan een bestaan van gevende liefde zijn. Als dit de weg van de Messias is, dan is dat ook onze weg.

Maria reageert op Jezus’ vraag met vertrouwen. Ook daaraan kun je zien dat dit verhaal niet uit het leven gegrepen is, maar voluit evangelie is. Welke moeder zou niet gekwetst zijn als je zoon dit tegen je zegt? Maar Maria reageert door de bedienden te vragen naar Jezus te luisteren ‘wat Hij ook zegt’. Van Maria mag Jezus het doen op zijn manier. Van deze vrouwe Israël mag Jezus Messias zijn op elke manier die Hij wil. 

Maria gaat ons voor in de goede reactie op de vraag van Jezus. In die zin heeft de Rooms-katholieke kerk het goed gezien door Maria als vertegenwoordigster van de kerk te zien. De gemeente is de plek waar wij tegen elkaar zeggen: doe wat Hij zegt, wat Hij ook zegt. Hij redt de wereld op zijn eigen manier. Wij kunnen – net als Maria – slechts zeggen: ‘Doe maar wat Hij jullie zegt, wat het ook is.’

In gebroken brood en vergoten wijn ontmoeten wij Hem. We ontmoeten Hem zoals Hij ons wil ontmoeten: als degene die zichzelf geeft. En het gebroken brood en de vergoten wijn leren ons dat het met ons niet anders zal kunnen; dat het met de kerk niet anders kan; dat het met de wereld niet anders kan; dan dat wij ons geven, helemaal. ‘Zoals ik ben, kom ik nabij, met niets in handen dan dat Gij mij riep en zelf u gaf voor mij – O Lam van God, ik kom.’ (Liedboek 377:1)


Reacties

Eén reactie op “‘Wat wilt u van Me?’”

  1. Ria Hendriks avatar
    Ria Hendriks

    Wat een mooie uitleg ik luisterde van morgen De Dienst van Hans dus even niet in de Kerk maar het later kunnen luisteren is een verrijking. Vr Gr Ria.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.