‘Wilt u gezond worden?’

We gaan verder met de serie adventspreken over het thema ‘wie is Jezus?’ We hoorden twee weken geleden het getuigenis van Johannes de Doper ‘zie het lam van God’. Vorige week hoorden we hoe Jezus op de bruiloft in Kana water in wijn verandert. ‘Wat wilt u van Me? Vraagt Jezus daar aan Maria. En we zagen al snel dat die vraag geen brutale vraag van een zoon aan zijn moeder is, maar een belangrijke vraag van de Messias aan zijn volk. 

Vandaag hoorden we opnieuw een gedeelte uit het Evangelie volgens Johannes. En net als bij de vorige twee stukjes uit dat evangelie is het ook hier weer zo dat de evangelist met heel weinig woorden een verhaal vertelt wat zoveel lagen heeft. Het is werkelijk fenomenaal wat Johannes doet. Ik zei afgelopen week op de Bijbelkring: ‘Als ik naar een onbewoond eiland zou moeten gaan en ik mocht maar een boek meenemen, dan zou dat een Johannesevangelie zijn. 

Om in het verhaal van vandaag te komen wil ik maar gewoon heel concreet beginnen. Ik wil jullie meenemen naar Betzata. Betzata is een gebouw in het oude Jeruzalem. We lopen door de smalle stoffige straatjes, het is er druk, we moeten opletten dat we elkaar niet kwijt raken. Maar dan zijn we er, Betzata. Je komt daar binnen, door een poort en dan kom je in een soort binnenplaats. In het midden is er water en rondom zijn er zuilengangen. En als je door die zuilengangen naar de overkant loopt, dan zie je dat er nog zo’n door zuilengangen omsloten binnenplaats is met water in het midden.

Het is tamelijk lastig om aan de overkant te komen, want die zuilengangen liggen vol met mensen. En allemaal mankeren ze wat. Het is een verschrikkelijk gezicht. En dan hebben we het nog niet eens over de stank! Er was nog geen riool in die tijd, men kookte in de open lucht en dan die lichaamsgeur van bedlegerige zieken…

Als je nu in Jeruzalem bent – al is dat op dit moment ingewikkeld – dan kun je Betzata bezoeken. De zuilengalerijen zijn grotendeels verdwenen en de aandacht wordt vooral getrokken door de restanten van een byzantijnse kerk die op die plek is gebouwd, maar je kunt nog wel een indruk krijgen van de grootte van het badhuis. Elk bad had ongeveer de grootte van deze kerk. Daar pasten dus heel wat mensen in. Archeologen hebben het over ongeveer 300 zieken op gewone dagen, maar dat aantal kon behoorlijk oplopen tijdens feesten. En we hoorden dat Jezus er was op een feestdag. Topdrukte dus.

Er is nog iets anders wat archeologen ons kunnen vertellen. Betzata lijkt niet echt een joodse plaats te zijn geweest. Hoewel het badhuis dichtbij de tempel lag, zijn er bij opgravingen ook aanwijzingen gevonden voor allerlei Romeinse invloeden. Het klinkt ook niet bepaald als de God van Israël dat verhaal dat wie als eerste in het bewegende water is, genezen wordt. Zo willekeurig en onbarmhartig is Hij toch niet? 

Het is je misschien opgevallen dat we tijdens het lezen vers 4 hebben overgeslagen. Of beter gezegd, in de nieuwere vertalingen staat geen vers 4. Dat komt doordat de oudste en beste handschriften van het Nieuwe Testament, dus de oudste en beste versies die we van de tekst hebben, dat stukje niet hebben. Het lijkt er dus sterk op dat er later iets aan de tekst is toegevoegd. Die toevoeging luidt: ‘Want op een bepaald moment daalde een engel van de Heer neer in het bad en die bracht het water in beweging. En wie het eerst in het bad was zodra het water was gaan bewegen, werd gezond, wat voor ziekte hij ook had.’ 

Dus als wij daar in Betsata ons een weg banen door de menigte zieken die zich daar ophoudt, zien we gespannen gezichten. Iedereen staat in de startblokken. En als het water dan beweegt, waarschijnlijk omdat de ondergrondse bron die het badwater aanvoert borrelt, lopen, schuifelen, hinken en rollen tientallen mensen het water in. En een geluksvogel springt uit het water en holt zo gauw hij kan weg, weg van die naargeestige stinkende plek, waar je als zieke meer dan ooit voelt en weet dat je ziek bent. Een beetje zoals wij ons kunnen voelen in wachtkamers misschien.

En Jezus treft daar die man die al 38 jaar ziek is. Er staat niet dat hij al 38 in Betsata is, dat lijkt me ook niet waarschijnlijk. Maar nu is hij hier en verwacht hij hier kennelijk heling te vinden. En dan staat daar opeens een man voor hem die vraagt: ‘Wilt u gezond worden?’ Vreemde vraag, natuurlijk. Die man ís daar om genezing te vinden. Jezus’ vraag lijkt daarom nog iets meer te betekenen. 

Sommigen zeggen dat die man zich misschien wel een beetje te comfortabel was gaan voelen in zijn ziek zijn. Soms heb je dat toch? Dat mensen ziek zijn en ziek blijven omdat ze zich daar ook wel prima in voelen. Van die mensen die in hun slachtofferrol blijven hangen. Die hun ziek-zijn gebruiken als excuus om allerlei dingen niet te hoeven of om te kunnen profiteren van allerlei voordeeltjes. Je kunt de vraag van Jezus dan horen als: ‘Wil jij eigenlijk wel beter worden?’ 

Ik heb moeite met die uitleg. Dat komt misschien ook doordat ik zelf ziek ben. Dan ben je 38 jaar ziek… – stel je dat eens voor… – dan ben je 38 jaar ziek en dan zou je het ook nog zelf gedaan hebben! Nee, ik zou daar liever heel voorzichtig mee zijn. Niemand is voor de lol ziek. Dat ook zieke mensen, mensen zijn met alle opportunisme en egoïsme wat bij mensen hoor, dat geloof ik best, maar pas op om al te snel te denken wat een ander zou moeten doen.

Nee, het lijkt mij dat iets anders de achtergrond is van Jezus vraag. ‘Wilt u gezond worden?’ En dat komen we op het spoor door te letten op die 38 jaar dat die man ziek is. Want stel voor dat dat geen toevallig getal is. En we weten inmiddels hoe klein de kans op toeval is in het Johannes evangelie. 

Het getal 38 komt In de Bijbel nog op een andere plek voor. Dat is in Deuteronomium 2. Daar wordt de reis door de woestijn nog eens samengevat. Het volk Israël was toen het uit Egypte was bevrijd eigenlijk al heel snel heel dicht bij het beloofde land. 

En toen, zo wordt ons verteld, gingen aantal verspieders land Kanaän bekijken. Toen ze terugkwamen waren ze lovend over het land, maar de meeste verspieders waren ook heel pessimistisch over de kansen van het volk om het land te veroveren. Slechts een paar verspieders durfden erop te vertrouwen dat God hun het land zou geven. 

Dit ongeloof leidde ertoe dat het volk een lange tijd de woestijn moest rondzwerven, zo lang als het zou duren dat die ongelovigen verspieders gestorven zouden zijn. Pas toen zij niet meer leefden, mocht het volk het beloofde land binnengaan. En hoelang duurde die omweg In de woestijn? Precies, 38 jaar. Zo staat het in Deuteronomium 2 vers 14.

Ik denk dus dat het verhaal over die genezing in Betzata niet gaat over ene meneer Cohen die na 38 jaar genezen werd, maar dat deze meneer staat voor het volk Israël. En Het is opnieuw een ontmoeting tussen dat volk en haar messias waar wij getuige van zijn. En opnieuw klinkt dus een vraag. ‘Wilt u gezond worden?’ En volgens mij wil Jezus veel meer vragen wat uw man in dat half heidense badhuis met dat vreemde geloof in die willekeurige en onbarmhartige god te zoeken naar heeft. Wilt u gezond worden? Wat doet u dan eigenlijk hier?

Dat Israël ziek is, dat vindt Jezus ook. Het volk was haar vertrouwen op de HERE God kwijtgeraakt, dat was zijn diagnose. Het volk zocht het inderdaad op de verkeerde plek. Een beetje schipperen met de Romeinse bezetter en ondertussen proberen je godsdienst een beetje overeind te houden. Een beetje zoals wij christen-zijn in onze tijd. We vertrouwen op God, maar ook op onze welvaart. We zijn medemenselijk en zo, zolang het niet te veel kost. We willen wel in geloof en vertrouwen kerk zijn, maar onze tijd is beperkt en we gaan met ons geld om alsof we alles te verliezen hebben.

‘Wilt u gezond worden?’, vraagt Jezus. De man antwoordt dat hij altijd te laat is, dat hij achter de feiten aanloopt. Ja, nogal wiedes. Wie zich uitlevert aan andere machten dan God die loopt altijd achter de feiten aan. Dan ben je altijd te laat.

God is geen God van toeval en willekeur. Jezus laat dat zien. Hij spreekt eenvoudig – ‘sta op, pak uw mat op en loop’ – en de man staat op, pakt zijn mat op en loopt. Het is allemaal zo heel gewoon, zo zonder enige nadruk, geen stemverheffing, geen groots gebaar. 

We komen wel meteen terecht in een debat over de sabbat. Dat lijkt vreemd. Het zou logischer zijn geweest als de geschiedenis in vers 9 zou eindigen. ‘En meteen werd de man gezond: hij pakte zijn slaapmat op en liep. En Hij dankte Jezus en prees God.’ Punt.  The end.

Maar als we dit verhaal inderdaad lezen als een verhaal over de messias en zijn volk, over Jezus en Israël, dan is het ook wel weer logisch dat deze discussie hier gevoerd wordt. En uiteindelijk gaat het In de discussie niet over de vraag wat er precies wel en niet mag op de sabbat, maar over de vraag wie Jezus is en over de vraag of zijn volk dat erkennen wil.

Een deel van Israël heeft Jezus erkend als haar messias, maar een ander deel ook niet. In de tijd dat Johannes zijn evangelie schreef, kwam die discussie steeds meer op scherp te staan. Dat is de achtergrond van dit gedeelte. Daar valt heel veel over te zeggen en daar moet ook heel veel over gezegd worden, maar ik wil het vanmorgen met u over iets anders hebben. Want u zit hier niet voor een lezing over de vroege Jezusbeweging in zijn historische context, maar voor een preek over de betekenis dit verhaal voor ons.

En ik raakte dat net al eventjes aan door een verband te leggen tussen de manier waarop men in Jezus tijd zocht naar een manier om én volk van God te zijn én het hoofd zelf boven water te houden en ons geschipper als het gaat om geloof, hoop en liefde. 

‘Wilt u gezond worden?’ Die vraag wordt ook aan ons gesteld. Als mens maar zeker ook als gemeente. Waar zoeken wij als kerk onze heling? Lukt het ons om op God te vertrouwen? Of nemen wij ook onze toevlucht tot van die kansloze wereldgelijkvormige oplossingen die geen oplossing zijn?

Kunnen wij wachten op een God die zijn woord spreekt en ons zo doet opstaan en weer in beweging brengt? Geloven we echt Jezus dat kan doen? Of doen wij het ook met die halfbakken oplossingen waarbij we onze eigen ideeën met een vroom sausje overgieten?

Ons wordt vanmorgen gevraagd daarmee te stoppen. En ik wil u vragen dat vooral voor uzelf te horen. Ik bedoel, we kunnen allemaal heel makkelijk bedenken wat het voor een ander betekent om echt op God te gaan vertrouwen. Wat de kerkenraad zou moeten doen, of de kerkrentmeesters, of de politiek, of de overheid. Maar de vraag is hoe jouw leven eruit zou zien als we nu eens echt zouden doen wat we geloven.

Er klinkt vanmorgen een ernstige waarschuwing om dat te doen. Laat me daaroer tenslotte nog iets zeggen. In vers 14 zegt Jezus tegen de genezen man: ‘U bent nu gezond; zondig daarom niet meer, anders zal u iets ergers overkomen.’ Die woorden roepen allerlei vragen op. Is er dan een verband tussen ziekte en zonde? En wat is dat ergere wat die man kan overkomen? Eeuwige straf, in de hel? Waarom spreekt Jezus de man zo bedreigend toe?

Allemaal terechte vragen, als het hier zou gaan om de genezing van meneer Cohen. Maar dat het daar niet om lijkt te gaan, heb ik denk wel duidelijk gemaakt. De Bijbel legt in individuele gevallen soms een relatie tussen ziekte en zonde. Maar dat je zo’n verband niet in het algemeen kunt leggen is ook duidelijk. En de Bijbel laat ook zien dat God een ziekte soms gebruikt om mensen op andere gedachten te brengen. Maar ook daarvoor geldt: dat is daarom nog niet in zijn algemeenheid het geval. 

Het gaat hier over het zondigen van Israël en over het ergere wat Israël zou kunnen overkomen. Eerst dat laatste maar eens. In het jaar 70 na Christus gebeurde het allerergste. Dat wat het einde van de wereld, zoals men die kende. De tempel in Jeruzalem, op een steenworp afstand van Betzata, werd verwoest. De plek die hemel en aarde verbond, de plek waar God te ontmoeten was, de plek van waaruit Hij de aarde regeerde was er niet meer. Erger kon niet.

Ik heb daarom sterk de indruk dat Jezus in vers 14 tegen zijn volk waarschuwt voor die gebeurtenis. Als jullie je blijven verzetten tegen mij, als jullie God niet willen vertrouwen, als jullie heil blijven verwachten van geschipper tussen God en de andere machten, dan loopt het slecht met jullie af. De zonde van Israël is dat ze niet op God vertrouwt en dat ze geen vertrouwen schenkt aan Gods Zoon. 

En die waarschuwing klinkt nog. Wanneer gaan wij als mens en als gemeente nu eens echt op God vertrouwen? Anders gebeurt er ons nog iets ergers dan de secularisatie en de ontkerkelijking. 

Voegt Jezus Christus zich met zijn dreigementen in het koor van al die andere doemdenkers, onheilsprofeten en sombermansen? Nee, zijn woorden zijn een uitnodiging. Een uitgestoken hand. Hij wil dat de genezing van die man en dus ook van ons compleet zal zijn. Hij wil ons ook genezen van onze angst. Hij wil ons ook genezen van onze onzekerheid. Hij wil ons genezen van ons geschipper. Als wij ons nu eens aan Hem toevertrouwen?


Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.