Misschien verkijken wij ons wel op die tempelreiniging. Maken we het te groot. En dat is wel te begrijpen. Het trekt natuurlijk ook de aandacht. De Heer die handelaars wegjaagt. Hij die normaal gesproken zo rustig en vriendelijk zijn weg gaat, ontmoeten we in het verhaal van de tempelreiniging in een zeldzaam moment van agressie en kwaadheid.
Hier even geen ‘O vrede van Tiberias, / o heuvels in het rond, / waar Jezus in het zachte gras / de mensen liefhad en genas, / en in hun midden stond.’ No more Mister Nice Guy. En ja, dat kennen we wel. Als mensen opeens stoppen met pleasen of fawnen
(en als je die termen kent, dan ben jij er waarschijnlijk ze een) of als ze opeens wel hun grenzen gaan aangeven, dan trekt dat de aandacht. Misschien ben je het zelf wel eens geweest. Op een dag ging je nee zeggen. Op een dag durfde je te zeggen: tot hier toe en niet verder. Daar schrikken mensen wel eens van. En soms doen ze vanuit die schrik ook heel lelijk.
Als je vanuit die ervaring dat korte bericht van Lucas leest, dan zou je inderdaad denken dat Jezus er klaar mee is. Genoeg is genoeg! Heel die dekselse beestenbende… Natuurlijk zijn we daar van onder de indruk.
Maar wat opvalt, is dat Lucas alle smeuïge details weglaat. Het is een heel summier bericht. Wij kennen dit verhaal zo goed uit de andere evangeliën dat we als vanzelf allerlei dingen toevoegen. Vooral de versie van Johannes bevat heel wat details. Die maakt er echt wat van.
Johannes heeft het over de handelaars in runderen, schapen en duiven. Je hoort ze als het ware loeien, mekkeren en koeren. Het is meteen beeldend, levensecht. Johannes vertelt dat Jezus een zweep maak en dat Hij daarmee die dieren en hun eigenaars naar buiten ranselt. Hij heeft het over het geld van de wisselaars en over hoe Jezus hun tafels omkeert. Je hoort die munten over het tempelplein rollen. Jezus schreeuwt bij Johannes: ‘Jullie maken een markt van het huis van mijn vader.’ En Johannes vertelt ook wat de leerlingen ervan denken. Hoe ze een link leggen met Psalm 69: ‘De liefde voor uw huis zal mij verteren.’ Maar al die dingen ontbreken dus bij Lucas.
En als we met de laatste inzichten van de nieuwtestamentische wetenschap ervan uit gaan dat het Evangelie volgens Johannes vrij vroeg, rond het jaar 65 na Christus, is geschreven en het Evangelie volgens Lucas vrij laat, rond het jaar 100 na Christus, dan is het des te opvallender dat Lucas het zo compact houdt. Verhalen worden in de loop van de tijd meest langer en smeuïger. Elke keer als je het vertelt, komt er iets bij.
Maar bij Lucas is er alleen maar een heleboel afgegaan. Jezus jaagt weg en Hij citeert twee Bijbelteksten om zijn daad kracht bij te zetten. ‘Mijn tempel zal heten Huis van gebed’, uit Jesaja 56 en ‘Denken jullie soms dat het huis dat mijn naam draagt een rovershol is?’ uit Jeremia 7. That’s it. Meer heeft Lucas er niet over te melden.
En dat brengt mij dus op de gedachte dat het Lucas eigenlijk helemaal niet gaat om het spektakel van de tempelreiniging en ook niet om de zeldzame woedeaanval van onze Heer, maar om iets anders. Het gaat Lucas niet om wat Jezus eruit gooit, maar om wat Hij in die tempel brengt. Meteen na die uitroep over dat rovershol schrijft Lucas: ‘Dagelijks gaf Hij onderricht in de tempel.’
Jezus vult die tempel, die Hij eerst leeg heeft gemaakt, met onderricht. En dat vindt Lucas veel interessanter. Hij vult die tempel met zijn wijsheid en inzicht. Jezus vult de tempel met zijn woorden, Hij vult de tempel met het Woord van God.
Lucas schrijft daarover in het vervolg. Jezus vertelt gelijkenissen. Hij toont zijn wijsheid. ‘Geef de keizer wat van de keizer is, en geef God wat van Hem is.’ Hij debatteert over Gods nieuwe wereld. ‘God is een God van levenden en niet van doden.’ Hij wijst zijn leerlingen op kleine momenten waarop je de waarheid kunt zien. Bijvoorbeeld van die weduwe die een paar muntjes in de offerkist gooit, maar daarmee meer geeft dan al die andere rijke gevers. Hij spreekt over de toekomst, over zijn persoonlijke toekomst en over de toekomst van de tempel.
Twee hoofdstukken lang is Jezus bezig in die tempel. Lucas vat het aan het eind zo samen: ‘Overdag gaf Hij onderricht in de tempel, maar ’s avonds vertrok Hij om de nacht door te brengen op de Olijfberg. Iedere ochtend kwam het hele volk al vroeg naar de tempel om naar Hem te luisteren.’
Lucas besteedt dus veel meer aandacht aan wat er na die tempelreiniging gebeurt. De vraag van dit gedeelte is dus niet ‘wat zou Jezus in jouw leven of in onze kerk omgooien en wat zou Hij verjagen van jouw tempelplein?’ Nee, dat is geen goede vraag, omdat die vraag ons richt op iets wat in het evangelie maar betrekkelijk belangrijk is. De vraag die echt belangrijk is, is of wij net als die mensen in de tempel aan zijn lippen hangen. Hang je aan Jezus’ lippen? ‘Here Jezus, om uw Woord zijn wij bijeengekomen…’
Over aan iemands lippen hang gesproken, afgelopen woensdagavond was Kees van Ekris in de Maranathakerk. Hij was daar op uitnodiging van collega Reinders, die samen met een flinke groep gemeenteleden het boek van Van Ekris De magie van het geloof had gelezen en ter afsluiting daarvan in gesprek ging met Van Ekris.
Het was een bijzondere avond. Met vier mooie reacties op het boek van Van Ekris. Maar ik doe niemand tekort als ik zeg dat we genoten hebben van Van Ekris zelf. We hingen aan zijn lippen, nietwaar?
Een van de mooiste dingen die Van Ekris zei was dat we niet te bekrompen moeten zijn in ons denken over de kerk. Even in mijn woorden: we realiseren ons niet half hoe bijzonder het is dat er een kerk is, christelijke gemeenschappen, plekken waar mensen naartoe komen om samen te zingen, om de verhalen te horen die als duizenden jaren mensen in beweging zetten, om na te denken, om te luisteren naar wat een ander te vertellen heeft, om verschillende generaties te ontmoeten. Van Ekris noemt dat ‘de allure van de kerk’. Natuurlijk, er gaat geregeld van alles geweldig mis, dat merkt Van Ekris daar in Utrecht ook wel, maar het is niet niks, wat hier gebeurt.
Dat zijn dingen, zo kan ik je zeggen, die als predikant zo nu en dan moet horen. Als je altijd maar bezig bent met die kerk kan je die allure je zo makkelijk ontglippen. Dan ben je zo bezig met van alles en nog wat, zo bezig uiteindelijk alleen maar met jezelf als kerk. En dat kost zoveel energie. En er verandert zo weinig. Er verandert zoveel meer door het besef van wat we hebben gekregen in de gemeente, in elkaar.
Ik denk dat Lucas een groot kenner van het menselijk hart is. Ik bedoel, Lucas was waarschijnlijk arts of in ieder geval medisch onderlegd, maar zoals een goede arts niet alleen weet hoe het menselijk lichaam in elkaar steekt, maar ook hoe de menselijke geest werkt, zo weet Lucas dat je mensen maar heel moeilijk de goede kant op krijgt door ze te wijzen op hun fouten en dat je dus veel beter aandacht kunt geven aan het goede. Elke opvoeder, iedereen in het onderwijs, iedereen die wel eens leiding geeft, leert vroeg of laat en hopelijk eerder vroeg dan laat, dat mensen veel meer bereid zijn tot veranderen als je begint bij wat er al goed gaat en niet bij wat er allemaal mis is. Predikanten moeten die les ook leren. Sommigen zelfs keer op keer.
Lucas wil ons met zijn uiterst compacte vertelling over de tempelreiniging niet brengen bij de vraag ‘en wat zou Jezus er bij jou uit gooien?’ Wat is er niet goed bij jou? Nee, de vraag waar Lucas ons brengt, is ‘hoor jij dat ook?’ Hoor jij ook wat Jezus te zeggen heeft? Elke dag is Hij te horen. Zomaar. Iedereen mag het horen. Het hele volk is en ze hangen aan zijn lippen!
Jrezus vertelt het verhaal van de God die ons heeft gemaakt en gewild, van de God die ons roept uit het oude vertrouwde en de weg wijst naar het land van de toekomst. De God die ons bevrijdt uit alles wat ons klein en slaafs maakt, die met ons is tijdens de moeilijke tocht door de woestijn van het leven, die ons wacht in het beloofde land. Jezus Christus vertelt ons het verhaal van vrede in een wereld vol strijd. Hij vertelt ons van gerechtigheid, van schoonheid, van waarheid, van liefde. Van een God wiens oordeel ons zal vrij maken.
Dat verhaal horen we nergens anders. Ja, je kunt er op heel veel plekken sporen, fragmenten van zien. Het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond. En al sinds ‘den beginne’ zweeft Gods Geest over de aarde. Dus nee, het verhaal van God laat zich niet opsluiten in de kerk of in het christendom. Maar dit is wel de plek waar we dat schitterende verhaal doorvertellen. En Jezus maakt daar ruimte voor, neemt daar de tijd voor, Hij heeft ons dagelijks iets te vertellen.
Lucas wil daarom niet dat wij al te veel aandacht besteden aan die tempelreiniging. Het was nodig, maar we moeten er niet te lang bij stilstaan. Het is niet de bedoeling dat we met open mond staan te kijken naar die zeldzame woedeuitbarsting van Jezus. Lucas heeft liever dat we net als het volk aan Jezus’ lippen hangen. Geen toeschouwers bij een incident, maar dagelijkse deelnemers.
De gemeente luistert dag in dag uit naar Jezus. Het gaat in de kerk niet om de incidenten of evenementen, die mogen er zijn, maar het gaat om het fundament waar je dat soort dingen op kunt bouwen. Alle grote veranderingen in de kerk zijn begonnen met het luisteren naar Gods stem, met het lezen van de Bijbel, met horen naar wat Jezus Christus ons vertelt. Simpelweg je plek innemen tussen al die anderen en samen luisteren.
Er zijn geweldige hulpmiddelen om dat te doen. Apps, dagboeken, kalenders, projecten. Misschien is het wel een idee om elkaar daar eens wat over te vertellen.
Het gebeurt allemaal in de tempel. De tempel waar een aantal dagen later het voorhangsel, het grote doek wat de heiligste ruimte afsluit, dwars doormidden scheurt als Jezus sterft aan het kruis. (Lucas 23:45) De boodschap is duidelijk. Niet langer is de tempel de plek waar God en mens elkaar ontmoeten. Door zijn dood voor allen is Jezus de plek waar hemel en aarde verbonden zijn. En toen in het jaar 70 de tempel in Jeruzalem werd verwoest, zagen onze broeders en zusters toen dat als een bevestiging daarvan. Jezus verbindt hemel en aarde. Door Hem komt God bij ons en komen wij bij God. Godsdienst gaat voorbij. Ook onze godsdienst. Maar het luisteren naar Jezus blijft. Tot wij Hem zien, eenmaal, van aangezicht tot aangezicht. Dan hangen wij voor altijd aan zijn lippen.

Geef een reactie